Voor info zie
deze http://www.veiligebank.com/gifgasMelchers/ of beter
{{ met de linker
pijl links boven kunt U dan naar ons terug keren }}
http://www.stopwapenhandel.org/publicaties/boekenbrochures/Irakrapport.pdf
{{ Indien U pdf kunt openen op Uw
computer is dat beter omdat het copieeren van pdf naar word ons niet helemaal
goed gelukt is.}}
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Nederland en de
chemische wapens van Irak
Campagne tegen
Wapenhandel, mei 2007
Mark Akkerman
Inhoud
Inleiding 3
Ontwikkeling en gebruik van chemische wapens
door Irak 5
Nederland en de chemische wapens van
Irak 9
Nederland sluit handelsovereenkomst 21
Leveranties van grondstoffen en
apparatuur aan Irak 29
Bijlage 1 – Verdrag chemische wapens 45
Eindnoten 49
Dit rapport over de Nederlandse
betrokkenheid bij het Iraakse chemische wapens
programma is een vervolg en uitwerking
van ons onderzoek voor het Radio1
radioprogramma Argos naar het
exportbeleid met betrekking tot chemicaliën naar
Irak in de jaren tachtig. Bovendien is
het een verdere uitwerking van dit onderzoek
in het kader van het project 'Monitoring
Nederlandse wapenhandel'. Wil je meer
weten over de Campagne tegen Wapenhandel
kijk dan op onze website:
www.stopwapenhandel.org
Colofon
Auteur: Mark Akkerman
Redactie: Frank Slijper, Martin
Broek en Tanja IJzer
Met dank aan: Oxfam Novib en VPRO's
Argos
Uitgave: mei 2007
Campagne tegen Wapenhandel
Anna Spenglerstraat 71
1054 NH Amsterdam
tel/fax: 020-6164684
giro: 3767096
e-mail: info@stopwapenhandel.org
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.com
2
Inleiding
De ministeries van Economische Zaken en van
Buitenlandse Zaken hebben in
2006 op verzoek van de Campagne Tegen Wapenhandel en
VPRO radioprogramma
Argos documenten vrijgegeven over de export van
chemicaliën en
de handelsbetrekkingen met Irak in de jaren ‘80. De
documenten geven een
schokkend beeld over de uitgebreiding van de
vergunningplicht bij export van
chemicaliën die bruikbaar zijn voor de productie van
chemische wapens.
Beide ministeries waren het hevig oneens over de
omvang van de
vergunningsplicht, zo laat een reconstructie aan de
hand van tot voor kort
geheime documenten zien. Kortweg komt het conflict
neer op het volgende:
Economische Zaken wil geen eenzijdige Nederlandse
maatregelen nemen en
bovendien de lijst van stoffen waarvoor een vergunning
nodig is, zo beperkt
mogelijk houden. Buitenlandse Zaken daarentegen dringt
aan op snelle eigen
maatregelen en op een uitgebreidere lijst stoffen.
Beide ministeries zitten elkaar
maandenlang in de haren en schrijven memoranda, nota’s
en brieven om de
controle te verstevigen of te frustreren.
De vrijgegeven WOB (Wet Openbaarheid Bestuur)-stukken
geven inzicht in de
schaamteloze strijd rond de belangen van de
Nederlandse industrie en controle
op het internationale handelen ervan. Sinds het begin
van de jaren tachtig is
bekend dat Irak chemische wapens bezit en er niet voor
terugschrikt om ze in
te zetten. Op Nederlands initiatief neemt de
Veiligheidsraad begin 1984 een
resolutie aan die het gebruik van chemische wapens
veroordeelt, maar de
handel gaat gewoon door. Nederland komt pas met
handelsmaatregelen in
actie, nadat het in april van dat jaar door de
Amerikanen op grote Nederlandse
orders aan Irak wordt gewezen. Het ministerie van
Economische Zaken doet er
vervolgens alles aan om de lijst van stoffen waarvoor
een vergunningsplicht
gaat gelden zo beperkt mogelijk te houden, en het is
daar redelijk succesvol in.
Het blijft daardoor mogelijk stoffen die niet op de
lijst staan, maar die wel
geschikt zijn voor het produceren van chemische
wapens, naar Irak te
verschepen. Ondanks de oorlog wordt er alles aan
gedaan zo goed mogelijke
economische betrekkingen met het regime van Saddam
Hoessein te
onderhouden. Onder het motto van strikte neutraliteit
wordt daarbij maar
liever een oogje dichtgeknepen voor de gruwelijkheden
die door de strijdende
partijen in het conflict worden begaan. Nederlandse
economische belangen
prevaleren bij de beleidsbepaling. Buitenlandse Zaken
ontbeert voldoende
overwicht op Economische Zaken. Het is een zorgwekkend
beeld van de
machtsverhoudingen tussen beide ministeries en het is
een van de meest
3
cynische voorbeelden van de dubbele moraal die de
Nederlandse regering die
jaren heeft uitgedragen.
Nederland heeft jaren later het internationale Verdrag
Chemische Wapens, dat
de verspreiding van chemische wapens, en hun productie
verbiedt,
ondertekend. Toch exporteert Nederland nog steeds
chemicaliën die gebruikt
kunnen worden voor het maken van gifgas naar landen
die geen deel uitmaken
van het verdrag. Bovendien is de controle op het
uiteindelijke gebruik vrijwel
afwezig.
De Nederlandse bedrijven en handelaren Melchemie, KBS
en Van Anraat
hebben bij elkaar enorme hoeveelheden grondstoffen
voor gifgassen aan Irak
geleverd. Volgens schattingen heeft Nederland zo’n 45
procent van de
grondstoffen voor Irak’s chemische wapenprogramma
geleverd. Van deze
wapens zijn duizenden mensen, militairen en burgers,
het slachtoffer
geworden. Dit is met recht een inktzwarte bladzijde in
de geschiedenis van de
Nederlandse handel. De leveringen waren volgens de
geldende Nederlandse
exportwetgeving deels legaal en deels illegaal. Door
het laat instellen van
exportbeperkingen en de beperkte reikwijdte hiervan,
liet de Nederlandse
regering bedrijven lang de mogelijkheid om
grondstoffen voor gifgassen naar
Irak uit te voeren. De dubieuze rol die Nederland
gespeeld heeft ten aanzien
van het chemische wapenprogramma van Irak staat in
schril contrast met de
internationale voortrekkersrol op het gebied van
beperkingen op wapenhandel
waarop Nederland zich vaak beroept.
Ook nu nog zet Nederland het handelsbelang vaak voorop
en neemt met het
verlenen van vergunningen voor dubieuze exporten het
proliferatiegevaar voor
lief. Van een land dat gastheer is van de Organisation
for the Prohibition of
Chemical Weapons (OPCW), de verdragsorganisatie van
het Chemische
Wapens Verdrag, zou beter verwacht mogen worden.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.net
4
Ontwikkeling en gebruik
van chemische wapens door Irak
In 1974 start Irak een programma voor de ontwikkeling
en productie van
chemische wapens, maar onderzoek is mogelijk al enkele
jaren eerder
begonnen.1 Begin jaren tachtig is het land in staat op beperkte schaal zenuw- en
blaargassen te produceren.2 Dit gebeurt vooral in het Muthanna State
Establishment, destijds een van de grootste
productiefaciliteiten voor
chemische wapens ter wereld.3 De meeste apparatuur en grondstoffen
voor dit
programma worden geleverd door Westerse bedrijven.4
In september 1980 begint een langdurige oorlog tussen
Irak en Iran. De eerste
berichten over gebruik van chemische strijdmiddelen
door Irak dateren van
kort daarna5; op 16 november 1980 beschuldigt Iran Irak voor de eerste keer
van de inzet van chemische wapens.6 Vanaf juli 1982 worden de berichten over
het gebruik van chemische wapens door Irak frequenter.7
Op 3 november 1983 legt Iran voor het eerst een
beschuldiging tegen Irak
in verband met inzet van chemische wapens voor aan de
Veiligheidsraad van
de Verenigde Naties. De VN stelt hierop een onderzoek
in, dat het gebruik van
chemische wapens bevestigt.8 Op initiatief van Nederland – tijdelijk
lid van de
Veiligheidsraad – geeft de Veiligheidsraad een
verklaring af, waarin het
gebruik van chemische wapens veroordeeld wordt, zonder
Irak overigens bij
naam te noemen.9
Iran zelf zou, volgens met name Irak en de Verenigde
Staten, in een later
stadium van de oorlog ook op beperkte schaal chemische
wapens ingezet
hebben, waarvan een deel op Irak veroverde munitie zou
zijn.10 Bewijzen
hiervoor ontbreken echter, en deskundigen betwijfelen
dan ook of het waar is.
De reden daarvoor is dat de bron van die
beschuldigingen voor een belangrijk
deel vermoedens van het Amerikaanse Defense
Intelligence Agency zijn11.
Nederland in de Veiligheidsraad
Het Nederlandse initiatief in de Veiligheidsraad wordt
niet door iedereen
gewaardeerd. Uiteraard is Irak zelf niet gelukkig, en
het kondigt aan dat dit
“zeker zijn weerslag [zal] hebben op de relatie tussen
Irak en Nederland”.12
Maar ook Economische Zaken is ontstemd. Minister van
Buitenlandse Zaken
Hans van den Broek (CDA) had immers beloofd “zoveel
mogelijk te zullen
trachten over de Nederlandse positiebepaling t.a.v.
concrete situaties
voorafgaand overleg te voeren”. Dat is niet gebeurd en
volgens Economische
Zaken had er op zijn minst ‘enig vooroverleg’ moeten
plaatsvinden, waarin “de
mogelijke economische consequenties van voorgenomen
beleid door
5
Economische Zaken belicht [hadden] kunnen worden”. Met
andere woorden:
handelsbelangen hadden moeten meewegen. En als er dan
toch opgetreden
moest worden, dan liever in stilte: “de beoogde actie
door de Veiligheidsraad
[had] in dit geval ook op een minder opvallende wijze
door Nederland
bevorderd kunnen worden”.
Wanneer Inzet
chemische wapens door Irak
Januari 1981 Dodelijk ‘Type V’
zenuwgas in Ahwaz-Dezful regio, ongeveer 100 doden
Juli 1982 Riot control agents (cs) tegen Iraanse
troepen
December 1982 Start van gebruik
mosterdgas tegen Iraanse troepen
1983 Testen van chemische wapens op
Koerdische gevangenen
Juli 1983 Mosterdgas tegen Iraanse troepen bij Haj
Umran
November 1983 Mosterdgas tegen
oprukkende Iraanse troepen bij Penjwin
1984 Start gebruik zenuwgas tabun op relatief
kleine schaal
Februari 1984 Aanval op Iran
met mosterdgas en mogelijk met tabun
Februari/maart
1984
Mosterdgas tegen Iraanse troepen in de
regio van Majnoon Island
Maart 1985 Mosterdgas en tabun tegen Iraanse
troepen in de regio van Hawizah Marsh
Februari 1986 Mosterdgas en
tabun tegen Iraanse troepen op het schiereiland al-Faw; er worden 8000 tot
10.000 doden gerapporteerd
December 1986 Sulfur mustard
tegen Iraniërs in de regio van Umm ar Rasas
1987 20 dorpjes in de Balasan Valley bij
Arbil worden door vliegtuigen van de Iraakse
luchtmacht bestookt met mosterdgas,
tabun en andere zenuwgassen; dit is de eerste
Iraakse inzet van chemische wapens tegen
de eigen burgerbevolking
29 juni 1987 Iran meldt dat
Iraakse vliegtuigen mosterdgas hebben gegooid op tien bewoonde
gebieden in Sardasht, een overwegend
Koerdische regio in het noordwesten van Iran; er
zouden tien doden en 650 gewonden, allen
burgers, gevallen zijn
16-18 maart 1988 Diverse chemische
wapens (mosterdgas, sarin, tabun, VX en mogelijk cyanide) tegen
Koerden in de Noord-Iraakse stad
Halabja. Er vallen naar schatting 5000 dodelijke
slachtoffers
April 1988 Honderd ton sarin tegen Iraanse troepen
op het Al-Faw schiereiland. In de
daaropvolgende maanden zet dit gebruik
van sarin en andere zenuwgassen zich voort
17-18 april 1988 Inzet van VX
tegen Iraanse troepen op het Al-Faw schiereiland
3 mei 1988 Mogelijk bombardement met chemische
wapens op het Koerdische dorp Gop Tapa
Juni 1988 Ondermeer mosterdgas, cyianide en
zenuwgassen op Majnoon Island
25 augustus 1988 Chemische wapens
tegen Koerdische guerilla's en burgers in steden en dorpen bij de
grens met Turkije
Tabel 1 – Inzet
chemische wapens door Irak 1981 – 198813
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Irak vernietigt voorraden
De oorlog tussen Iran en Irak eindigt in augustus 1988
met een wapenstilstand.
In de aanloop naar de Tweede Golfoorlog (1990-1991)
voert Irak nog wel enkele
testen met chemische wapens uit, maar sinds die tijd
zijn er geen meldingen
meer van de inzet van chemische strijdmiddelen door
Irak.14 Tijdens de Tweede
Golfoorlog valt Irak Koeweit binnen, waar het een paar
maanden later uit
verdreven wordt door een internationale coalitie onder
leiding van de VS.
6
Na deze oorlog legt de Veiligheidsraad Irak een aantal
verplichtingen op. Een
onderdeel hiervan is volledige openheid over het
chemische wapenprogramma
en vernietiging van de bestaande voorraden – resolutie
687 van 3 april 199115.
De resolutie regelt ook inspectie van de plekken waar
de genoemde goederen
of activiteiten aanwezig zijn, en verbiedt Irak nieuwe
chemische en biologische
wapens te ontwikkelen. Aan alle staten wordt het
opnieuw verboden enig
materiaal of technologie hiervoor te leveren.16 In de Veiligheidsraad stemden 12
van de 15 leden voor deze resolutie; Cuba stemde tegen
en Ecuador en Jemen
onthielden zich van stemming.
Op 18 april 1991 dient Irak de eerste verklaring over
het chemische
wapenprogramma in bij de Verenigde Naties. Op 16 mei
wordt deze
aangevuld. Op 9 juni voert de speciaal daarvoor
opgerichte United Nations
Special Commission (UNSCOM) voor de eerste keer een
chemische
wapeninspectie uit in Irak. De Commissie vindt dat
Irak onvoldoende
meewerkt, en daarom eist de Veiligheidsraad vervolgens
dat Irak zich aan de
opgelegde verplichtingen houdt
(Veiligheidsraadresolutie 707, augustus 1991).
Op 15 oktober, in alweer een nieuwe resolutie, eist de
Veiligheidsraad dat Irak
onvoorwaardelijk toegang verleent aan inspecteurs en
ander door UNSCOM
aangesteld personeel.17 Irak geeft aan de verplichtingen uit de laatste resoluties
als onwettig te beschouwen en er dus niet aan te
willen voldoen.18
Op 19 maart 1992 vult Irak eerdere verklaringen over
het chemische
wapenprogramma aan met nieuw materiaal. Het meeste van
dit ‘nieuwe’
materiaal zou, tegen opgelegde verplichtingen in, in
de zomer van 1991 al
unilateraal vernietigd zijn, dat wil zeggen: zonder de
internationale inspecteurs
toegang te verlenen of te informeren. In juni 1992
dient Irak zijn eerste Full,
Final and Complete Disclosure van het chemische
wapenprogramma in bij de
Verenigde Naties; het rapport zal de volgende jaren
verscheidene malen in
steeds verder aangevulde versies opnieuw ingediend
worden. Een maand later
begint UNSCOM met de vernietiging van grote aantallen
chemische wapens en
van productiefaciliteiten in Irak. In juni 1994 is het
daarmee klaar, of althans
dat denkt het. Een latere opgave van Irak meldt echter
nog meer te vernietigen
materiaal, onder meer bedoeld voor de productie van
het zenuwgas VX.
Vernietiging daarvan is in oktober 1997 gecompleteerd,
en Irak claimt dat
daarmee zijn volledige voorraad chemische wapens is
vernietigd.
Het blijft onduidelijk of dit echt zo is. In februari
1998 concludeert een door
Irak uitgenodigd panel van internationale experts dat
het land mogelijk nog
een clandestiene voorraad chemische wapens achter de
hand houdt.19 En in juni
1999 doen er geruchten de ronde dat een deel van deze
geheime voorraad naar
Soedan gesmokkeld zou zijn en daar opgeslagen ligt.20 Volgens UNSCOMinspecteur
Scott Ritter is Irak in 1998 echter al voor 90-95% van
de eerder
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
7
aanwezige massavernietigingswapens verifieerbaar
ontwapend en bestond
datgene wat er misschien nog wel was uit in de
praktijk onbruikbare
onderdelen.21
Wanneer Irak de UNSCOM-inspecteurs (later UNMOVIC) de
toegang ontzegt,
beweren diverse bronnen, waaronder voormalig
UNSCOM-voorzitter Richard
Butler, dat Irak nog steeds chemische wapens heeft en
faciliteiten gereed houdt
om snel nieuwe te kunnen produceren.22 Irak ontkent alle aantijgingen fel.23 In
november 2002 begint de VN weer met inspecties.24 In maart 2003 verlaten de
inspecteurs Irak alweer, op advies van de Verenigde
Staten, wegens de
naderende inval.25 Tijdens de inspecties worden geen bewijzen van productie
van nieuwe chemische wapens gevonden. Wel worden
opnieuw oude
voorraden vernietigd.
Na het door president Bush afgekondigde einde van de
oorlog tegen Irak
in april 2003, gaat de door de Verenigde Staten
ingestelde Iraq Survey Group,
onder leiding van David Kay, op zoek naar
massavernietigingswapens.26 De
Groep vindt echter geen massavernietigingswapens, ook
niet de chemische
wapens die Irak volgens inlichtingendiensten na de
Tweede Golfoorlog weer
geproduceerd zou hebben.27 David Kay stapt, gedesillusioneerd in zijn
opdrachtgevers, op en zegt daarbij: “Ik denk niet dat
ze [(nieuwe)
massavernietigingswapens in Irak] bestaan hebben. Waar
iedereen over praatte
waren voorraden die na de laatste Golfoorlog
geproduceerd zijn en ik denk niet
dat er een grootschalig productieprogramma was in de
jaren negentig.”28 Er
wordt nog wel gesuggereerd dat Irak z'n chemische
wapens in Syrië heeft
opgeslagen, maar ook daarvoor ontbreekt bewijs.29
De Iraq Survey Group concludeert in zijn slotrapport
dat Irak
waarschijnlijk inderdaad in 1991 zijn chemische
wapenvoorraden heeft
vernietigd en dat er geen aanwijzingen zijn dat
productie ervan later hervat is.
Wel zou Irak de kennis om chemische wapens te kunnen
produceren op peil
hebben willen houden.30
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
8
Nederland en de chemische wapens van
Irak
Documenten die het ministerie van Economische Zaken en
van Buitenlandse
Zaken in 2006 op initiatief van de Campagne Tegen
Wapenhandel, in
samenwerking met radioprogramma Argos, hebben
vrijgegeven, geven een
schokkend beeld van de handelsbetrekkingen met Irak en
uitbreiding van de
vergunningplicht voor de uitvoer van chemicaliën die
gebruikt kunnen worden
voor het produceren van chemische wapens.31
De ministeries lagen in de loop van 1984 flink met
elkaar in de clinch over de
reikwijdte van de vergunningsplicht, zo laat een
reconstructie aan de hand van
tot voor kort geheime documenten zien. Kortweg komt
het conflict neer op het
volgende: Economische Zaken wilde geen eenzijdige
Nederlandse maatregelen
nemen en bovendien de lijst van chemicaliën waarvoor
een vergunningplicht
werd ingevoerd zo beperkt mogelijk houden.
Buitenlandse Zaken daarentegen
drong aan op snelle eigen maatregelen en op een
uitgebreidere lijst stoffen.
Beide ministeries zitten elkaar maandenlang in de
haren en schrijven
memoranda, nota’s en brieven om de controle te
verstevigen (BuZa) of te
frustreren (EZ).
Druk van de Verenigde Staten
De aandacht voor de instelling van een
vergunningplicht begint met twee
codeberichten, afkomstig van de Nederlandse ambassade
in Washington, in het
voorjaar van 1984. Op een ‘briefing’ meldt Deputy
Assistant Secretary of State
Plack dat de Verenigde Staten op de hoogte is van
orders voor chemicaliën
door Irak, die gebruikt zullen worden voor de
productie van chemische
wapens. Om dit te voorkomen stellen de VS
exportcontroles in, in eerste
instantie voor vijf grondstoffen. “Het is niet de
bedoeling een totaal verbod van
export van de betreffende grondstoffen aan Iran/Irak
in te stellen”, maar in de
nabije toekomst zouden er hoogstwaarschijnlijk geen
vergunningen afgegeven
worden32.
In de marge van deze briefing vraagt Plack de
Nederlandse ambassade om de
minister van Buitenlandse Zaken op de hoogte te
stellen van het volgende:
“We have information from European
commercial sources that Iraq is
seeking to urgently procure 500 tons of
thiodiglycol from a Dutch firm,
[naam bedrijf gewit]. It is also seeking
malononitril and ortho-chlorobenzaldenyde
from the same firm. We know that Iraq
uses thiodiglycol to
manufacture musterd gas. Malononitril
and orth-chloro-benzaldenyde are
used in the manufacture of non-lethal
riot control agents. [...] It is our hope
9
that your government will be able to act
to prevent the export from the
Netherlands of the thiodiglycol. We believe
your government may also
consider the export of the precursors of
the riot control agents to be a
matter of some sensitivity.”
Op basis hiervan onderneemt Buitenlandse Zaken direct
actie, zo blijkt uit een
memorandum van 2 april 1984.33 Het ministerie neemt contact op met drie
Nederlandse bedrijven die door Irak benaderd zouden
zijn voor de leverantie
van grondstoffen voor chemische wapens.34 Twee bedrijven zeggen toe de
bewuste stoffen niet meer te leveren, en het derde wil
proberen lopende orders
niet geheel uit te voeren. Omdat dit laatste bedrijf
veel handelscontacten met
Irak heeft, zou het graag een wettelijke maatregel
zien waarop het zich
tegenover Irak zou kunnen beroepen. Hiermee legt het
de
verantwoordelijkheid voor het niet nakomen van verplichtingen
dus bij de
overheid.
Buitenlandse Zaken gaat op deze wens in, en stelt voor
zo snel mogelijk
een beschikking af te kondigen die de uitvoer van een
aantal grondstoffen voor
chemische wapens aan een vergunning bindt, 21 in
totaal.35 In de toelichting
bij
de beschikking staat: “Voor [een aantal] stoffen [...]
zijn zeer grote orders
geplaatst bij [gewit]. De hoeveelheden zijn dermate
groot dat andere
toepassingen dan productie van chemische wapens
uitgesloten kunnen worden
geacht. Derhalve dienen in ieder geval deze 7 stoffen
op de lijst geplaatst te
worden.”
Voor het opnemen van deze stoffen zijn dus goede
redenen. Een aantal
andere stoffen zijn opgenomen omdat de Verenigde
Staten en het Groot-
Brittannië dat willen. Het gaat hierbij om zogenaamde
voorlopers, of
grondstoffen voor chemische wapens36. Daarnaast zijn er tien stoffen
waarover
in het Chemische Wapenoverleg in Genève al vergaande
overeenstemming
over de noodzaak van speciale controle bestaat. Van
die tien stoffen, zijn van
acht de civiele toepassingen beperkt. Volgens
Buitenlandse Zaken blijven er
dan vier stoffen over waarover men zou kunnen “twisten
of een
uitvoerbeperking geen al te draconische maatregel is.”37 Deze vier stoffen zijn:
kaliumcyanide, diethylamine, diisopropylamine en
natriumfluoride.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Handelsbelangen
Dan start de strijd tussen Economische en Buitenlandse
Zaken. In een nota van
3 april 1984 meldt de Directeur-generaal van
Buitenlandse Economische
Betrekkingen (DG-BEB) aan staatssecretaris van
Economische Zaken Frits
Bolkestein (VVD) dat “de Amerikaanse regering [...]
enige chemische
producten, waarvan het gebruik in Irak voor
vervaardiging van gifgas wordt
aangenomen, onder vergunning [heeft] gesteld en [...]
haar bondgenoten [heeft]
10
gevraagd ook maatregelen te nemen.”38 De nota meldt dat ook premier Ruud
Lubbers (CDA) voorstander is van ingrijpen.
De DG-BEB pleit ervoor niet zomaar de lijst van
Buitenlandse Zaken over te
nemen. Omdat er ook andere goederen dan gifgassen met
de bedoelde stoffen
gemaakt kunnen worden en er omgekeerd andere stoffen
bestaan die voor
gifgasproductie aangewend kunnen worden, spreekt hij
van een “derhalve vrij
willekeurig [lijstje].” Bovendien schept het
“rechtsongelijkheid de uitvoer van
de ene grondstof te verbieden en die van de andere
niet.”
Nog grotere problemen ziet de DG-BEB in zelfstandige
Nederlandse
maatregelen zonder afstemming in de EEG: “Een
uitvoerverbod van goederen
als de onderhavige valt onder de EEG-handelspolitiek,
ter welker zake de
Lidstaten geen zelfstandige bevoegdheid meer hebben.
Het precedent inzake
Zuid-Afrika is in deze het ernstigste probleem”, vindt
hij. Omdat de regering
de Tweede Kamer eerder voorgehouden had dat Nederland
niet eenzijdig een
olie-embargo en uitbreiding van het wapenembargo tegen
Zuid-Afrika kon
instellen, zou het ongeloofwaardig kunnen overkomen
als er wel eigen
maatregelen tegen Irak mogelijk zouden zijn. Dan zou
de Kamer alsnog
vraagtekens kunnen zetten bij de onmogelijkheid van
verdergaande embargo's
tegen Zuid-Afrika.
Ambtenaren van Buitenlandse Zaken zien dit niet als
een probleem, omdat ‘U
[minister Van den Broek] reeds bereidheid kenbaar
gemaakt [heeft] om te
onderzoeken of de werkingssfeer van het wapenembargo
in de Nederlandse
wetgeving kan worden uitgebreid. Dit is niet in
tegenspraak met mogelijk
eenzijdige maatregelen om productie en gebruik van
chemische wapens tegen
te gaan.”39 Buitenlandse Zaken is voor eenzijdig optreden, het ministerie van
Economische Zaken wil overleg in de EEG en Benelux.
Om Buitenlandse Zaken toch enigszins tegemoet te
komen, suggereert
Economische Zaken dan maar de bijlage van het
Uitvoerbesluit Strategische
Goederen, waarin regels gesteld zijn ten aanzien van
de uitvoer van militair te
gebruiken goederen, uit te breiden met de gewraakte
stoffen in plaats een
exportverbod waarbij Irak specifiek genoemd wordt. Dat
is de weg die
uiteindelijk gekozen wordt, maar niet tot grote
vreugde van iedereen.
Economische Zaken doet er alles aan om de invoering
van een eigen maatregel
te traineren en de inhoud ervan zo beperkt mogelijk te
houden. Staatssecretaris
Bolkestein bijvoorbeeld is van begin af aan uitermate
sceptisch. Op 4 april
schrijft hij met de hand op de nota van 3 april: “In
geval van gerechtvaardigde
twijfel moet niet worden opgetreden.” Volgens
Buitenlandse Zaken doet
11
Economische Zaken vooral moeilijk over “enkele stoffen
waarin [...]
waarschijnlijk een levendige handel [bestaat] en E.Z.
zou deze stoffen dus
liever niet onder controlemaatregelen brengen maar
juist voor deze stoffen zijn
in Nederland orders geplaatst zodat ze in ieder geval
op de lijst geplaatst
moeten worden.”40
Handgeschreven aantekening van
staatssecretaris Bolkestein op de nota van 3 april 1984
“Deze zaak moet met de grootste
nauwlettendheid worden gevolgd. Ingeval van gerechtvaardigde
twijfel moet niet worden opgetreden.”
Op 6 april krijgt de Minister van Economische Zaken,
Gijs van Aardenne
(VVD) een nota van de Directeur-Generaal Industrie
binnen het ministerie, met
daarin een overzicht van Iraakse orders in Nederland
voor chemicaliën die
gebruikt kunnen worden voor de productie van chemische
wapens. Het blijkt
te gaan om zeven stoffen waarvan er drie in Nederland
geproduceerd worden:
natriumcyanide, dimethylamine en isopropylalcohol.41
Vervolgens pleit Economische Zaken ervoor
isopropylalcohol van de lijst
af te voeren “gezien de enorme hoeveelheden die voor
civiele doeleinden
gebruikt worden en de niet controleerbaarheid van de
stromen van dit
materiaal.”42 De directeur van de Afdeling Organische Chemie van
Economische Zaken vindt verder dat maatregelen die
door Nederland of zelfs
de EEG alleen genomen worden, weinig zin hebben als
andere belangrijke
industrielanden niet meedoen. Daarbij wijst hij erop
dat Buitenlandse Zaken
veel verder gaat dan de Verenigde Staten
oorspronkelijk vroegen – een
beperking van slechts vijf stoffen.
Op 6 april schrijft ook de DG-BEB een nieuwe nota aan
minister Van Aardenne.
Weer schrijft hij over “twijfels die bestaan omtrent
de mogelijkheid van
zelfstandig optreden door Nederland alleen”. [Voor het
geval de regering
voorafgaand aan een EEG-overleg toch een zelfstandige
maatregel wil nemen,
voegt hij een ontwerp-Algemene Maatregel van Bestuur
(AMVB) bij, waarbij
de stoffen worden toegevoegd aan de bijlage van het
Uitvoerbesluit
Strategische Goederen. ]
12
Beide ministeries voeren doorlopend overleg, omdat de
opvattingen over wat
er op de lijst thuishoort uiteenlopen. Economische
Zaken wil de lijst beperken
tot “de producten die op zich zelf essentieel zijn
voor het fabricageproces van
gifgas en vrijwel uitsluitend daartoe dienen.”43 Buitenlandse Zaken wil ook
andere stoffen toevoegen. Uiteindelijk bereikt men een
tijdelijk compromis
over vijftien stoffen: minder dan de 21 die
Buitenlandse Zaken wenste, maar
meer dan de vijf van Economische Zaken.
[...]
Economische zaken wil minder stoffen op
de lijst – rapport ambtelijke werkgroep BZ-EZ, bijlage bij
een nota van 6 april 1984.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Kamerdebat
Op 11 april 1984 zijn chemische wapens onderwerp van
een debat in de
Tweede Kamer.44 Diverse fracties spreken hun zorg uit over het gebruik van
chemische wapens door Irak en over Nederlandse
leveranties die dat gebruik
mogelijk maken. Jules de Waart (PvdA) zegt: “De
laatste weken zijn de
berichten over chemische oorlogsvoering steeds
angstwekkender geworden.
Zo werden door de Verenigde Staten en het Rode Kruis
bewijzen aangedragen
13
voor het gebruik van chemische wapens in de oorlog
tussen Iran en Irak.
Bijzonder alarmerend was natuurlijk ook […] de grote
bestellingen van
chemische grondstoffen die gebruikt kunnen worden voor
chemische
oorlogsvoering. De minister zei dat het niet
uitgesloten was, dat Nederlandse
industrieën daarbij betrokken waren. [...] Het is
[...] duidelijk, dat deze
ontwikkelingen zo snel mogelijk moeten worden gestopt.
[...] Een verbod op
export en wellicht zelfs op productie is natuurlijk
het beste en noodzakelijk. De
tijd dringt echter en de kans moet worden benut dat
het bedrijfsleven ook
zonder een van kracht zijnd verbod de export van deze
stoffen zal stopzetten of
beperken.” Ria Beckers van de PPR voegt hieraan toe:
“Ik heb begrepen dat de
regering bereid is, binnenkort een lijst van chemische
stoffen te publiceren
waarvoor voortaan een exportvergunning nodig is. Ik
vraag mij af of die
vergunning voldoende is. […] Ik vind dat wij, als wij
ons druk maken over een
verdrag inzake chemische wapens, al het mogelijke
moeten doen om elke
medewerking aan het feitelijke gebruik van die wapens
te voorkomen.”
Ook de VVD toont zich, hoewel iets terughoudender,
voorstander van
een vergunningplicht. Woordvoerder Joris Voorhoeve,
dient samen met De
Waart en Ton de Kok van het CDA een motie in waarin
het gebruik van
chemische wapens door Irak wordt veroordeeld. De Kok
benadrukt in zijn
bijdrage afstemming in de EG: “Tot slot nog een woord
van waardering voor
het voorstel van de regering om in EG-verband de
export van grondstoffen
voor chemische wapens aan een vergunningenstelsel te
binden. Wij hopen dat
het mogelijk zal blijken, met de EG-partners tot
overeenstemming te komen.”
Jan-Nico Scholten van de groep Scholten/Dijkman
(ex-CDA) vraagt of er
eventueel mogelijkheden zijn voor eigen Nederlands
beleid als een
uitvoerverbod of vergunningplicht in het kader van de
EG lang op zich laat
wachten.
Minister Van den Broek van Buitenlandse Zaken maakt
zich eveneens
zorgen: “Ik denk daarbij uiteraard aan het feit dat
onomstotelijk is vastgesteld
dat in ieder geval in de oorlog tussen Irak en Iran
chemische wapens zijn
gebruikt.” Hij bestrijdt echter dat het Nederlandse
bedrijfsleven willens en
wetens grondstoffen voor chemische wapens levert: “Als
wij ons zorgen
maken, dan is dat omdat er leveranties plaatsvinden
van chemische
grondstoffen die zich ook lenen voor toepassing in
chemische strijdgassen,
maar die allerlei alternatieve
aanwendingsmogelijkheden kennen en die dan
ook in het normale verkeer vrij verhandeld kunnen
worden zonder dat daarop
enige vorm van verbod of enige vorm van controle
bestaat. [...] Ons is het er
inderdaad om te doen een aantal gevoelige chemische
grondstoffen die zeer
geschikt lijken voor de productie van chemische
wapens, onder te brengen op
een lijst en aan een vergunning onderhevig te maken.”
Van den Broek is
voorstander van Nederlandse actie, maar hij benadrukt
dat dit in overleg met
14
de Europese partners is gebeurd: “Wij komen op geen
enkele wijze in strijd met
Benelux-bepalingen dan wel met de bepalingen van het
EG-verdrag, omdat wij
ons ervan hebben verzekerd dat er tussen de Tien
[lidstaten van de EG]
absolute overeenstemming bestaat over de wenselijkheid
om te komen tot deze
vorm van controle. [...] Wij hebben [...]
uitdrukkelijk gevraagd of, in het geval
een communautaire maatregel om welke reden dan ook
hier niet tot de
mogelijkheden zou behoren, er bij de partners enig
bezwaar bestond tegen
nationale maatregelen dan wel maatregelen van een
geringer aantal landen
tezamen, ook op nationale basis. Er is door niemand
bezwaar tegen gemaakt.”
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Verzet van Economische Zaken
Terwijl voor Buitenlandse Zaken de noodzaak van een
zelfstandige
Nederlandse maatregel inmiddels wel vaststaat45, blijft Economische Zaken
zich verzetten. De DG-BEB wil wachten op de uitkomsten
van Europees
overleg over de beperking van de export van
grondstoffen voor chemische
wapens. Daarin wordt afgesproken dat lidstaten die
maatregelen willen
nemen, dit melden aan de EEG, waarna verdere
coördinatie tussen experts zal
plaatsvinden. Daaruit zou dan mogelijk een gezamenlijke
lijst van stoffen
komen, waaraan ook Nederland zich zou moeten houden.
Van den Broek wil daar niet op wachten en kondigt in
Brussel zelfstandig
Nederlands optreden aan. De DG-BEB is furieus: “Dit is
niet in
overeenstemming met het gevoerde ambtelijk overleg”,
schrijft hij aan
Bolkestein, want daarin is “uitdrukkelijk […] gewezen
op de noodzaak van
nadere consultatie tussen U en [in het vrijgegeven
document gewist, het gaat
hoogstwaarschijnlijk om Van den Broek]. De formele
beslissing ligt overigens
primair bij U (zoals bij BuZa bekend).”46
Op 13 april vindt opnieuw overleg plaats tussen de
Buitenlandse Zaken
en staatssecretaris Bolkestein. Een memorandum binnen
Buitenlandse Zaken
meldt ter voorbereiding: “Economische Zaken heeft er
bezwaar tegen de laatste
vier stoffen op de lijst te plaatsen gezien de ruime
civiele toepassing van deze
stoffen. [...] Gezien de betrokkenheid van Nederlandse
bedrijven bij de laatste
vier stoffen van deze lijst dient het, politiek
gezien, aanbeveling deze vier
stoffen onder de beschikking te laten vallen. Indien
dit op al te grote
economische bezwaren stuit, dan zou ik willen
aanbevelen om althans de
nummers 13 [dimethylamine] en 15 [kaliumfluoride]
onder de Nederlandse
beschikking te laten vallen, zodat wij zoveel mogelijk
op een lijn zitten met de
Britse maatregel.”47 De tegenstand van Economische Zaken heeft succes; de lijst
stoffen waarvoor een vergunningsplicht geldt wordt
beperkt tot elf48 en geldt
niet voor uitvoer naar andere EG lidstaten. Deze
spoedregeling is,
vooruitlopend op een Algemene Maatregel van Bestuur,
van kracht vanaf 19
april.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
15
Europees overleg
Op 19 april vindt vervolgens Europees overleg plaats
over de exportcontrole op
chemische stoffen die geschikt zijn voor de
vervaardiging van chemische
strijdmiddelen. Lidstaten zijn voorstander van
maatregelen op communautair
niveau, maar slechts voor de vijf stoffen die de VS
oorspronkelijk instelde49.
Ieder land kan dit lijstje op eigen initiatief nog
aanvullen.50 Voor Nederland
kan
de uitgebreide lijst dus gehandhaafd blijven. Kan,
maar het moet niet, en daar
ziet Bolkestein een gaatje. Op 17 juli 1984 schrijft
hij aan Van den Broek: “[Het]
lijkt […] mij gewenst om onze nationale
uitvoercontroles voor elf producten [...]
terug te brengen tot eerdergenoemde vijf stoffen. […]
Een eenzijdige
handhaving van onze uitvoercontroles voor elf stoffen
ondergraaft de
argumentatie van de Regering tegen eenzijdige
maatregelen inzake Zuid-
Afrika.”51
Van den Broek veegt op 10 augustus 1984 het voorstel
van Bolkestein van
tafel: “De door Nederland getroffen maatregelen zijn
na rijp beraad genomen.
[…] Op het eerste gezicht zijn geen politieke of
andere veranderingen
opgetreden, die aanleiding geven om thans reeds af te
wijken van het eerst in
april jl. genomen besluit”. Hij voegt daaraan toe dat
“zoals verwacht kon
worden, aanwijzingen zijn verkregen dat Irak
sleutelvoorlopers voor
chemische wapens probeert te bestellen die niet op de
lijst van vijf voorkomen,
maar wel op de Nederlandse lijst van elf. […] De enige
bedrijven die in de
praktijk hinder zouden kunnen ondervinden van de
aanvullende maatregelen
zijn handelsfirma's die één van de stoffen aan Irak
willen leveren.”52
Buitenlandse Zaken wijkt dit keer geen millimeter en
op 15 november 1984
wordt het Besluit, “houdende regelen ten aanzien van
de uitvoer van bepaalde
strategische goederen” afgekondigd, de ongewijzigde
spoedregeling. Het
treedt in werking op 5 februari 1985.
Economische Zaken blijft ongelukkig met de uitgebreide
lijst en probeert
deze ook in latere jaren nog tevergeefs te beperken.
16
Brief van staatssecretaris Bolkestein
aan minister Van den Broek – 17 juli 1984
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
17
Vergunningsplichtige stoffen
1. Fosfortrichloride (PCl3)
2. Fosforoxychloride (POCl3)
3. Chemicaliën die de P-methyl en/of P-ethyl band
bevatten
4. Methyl- en/of ethylesters van fosforig zuur
5. 3,3-dimethylbutanol-2 (pinacolyl alcohol)
6. N,N-gedisubstitueerd-B-amino ethanolen
7. N,N-gedisubstitueerd-B-amino ethaanthiolen
8. N,N-gedisubstitueerd-B-amino ethylhaliden
9. Fenyl, alkyl, of cycloalkyl gesubstitueerde
glycolzuren
10. 3- of 4-hydroxypiperdine en hun afgeleiden
11. Thiodiglycol (TDG)
Tabel 2: De
lijst van vergunningsplichtige stoffen volgens de Tiende wijziging van het
Uitvoerbesluit
strategische
goederen 1963
Nederland is op de hoogte
Hoewel uit de archieven van Buitenlandse Zaken blijkt
dat het al in 1981
berichten over zenuwgasgebruik door Irak ontvangt53, schrijven minister van
Buitenlandse Zaken Ben Bot en staatssecretaris van
Economische Zaken Karien
van Gennip in antwoord op Kamervragen op 21 juni 2006
dat het eerste bericht
over dit onderwerp, afkomstig van de Nederlandse
ambassade in Bagdad,
dateert van 9 november 1983.54
18
Het bericht van 9 november 1983 is een antwoord op een
verzoek van
Buitenlandse Zaken om informatie van 9 september dat
jaar over berichten dat
Irak mogelijk chemische wapens gebruikt tegen Iran.
Minister Van den Broek
schrijft hierin aan de Nederlands ambassades in Irak
en Iran: “Hoewel de
Iraanse aantijgingen mogelijk niet meer dan
oorlogspropaganda zijn, zou ik het
toch op prijs stellen indien u, wanneer u over nadere
informatie zou
beschikken, mij hiervan in kennis zou stellen.”55 Op 9 november schrijft David
Schorer, de Nederlandse ambassadeur in Irak: “Afgaande
op de Iraakse pers is
Irak vastbesloten Iran thans met alle beschikbare middelen
en tegen welke
doelen dan ook [...] aan te vallen. [...]Men zou er
ook uit kunnen distilleren dat
Irak zich niet meer zal ontzien wapens in te zetten
die in een normale oorlog
niet worden gebruikt. Mijn Zwitserse collega wist in
dit verband te melden dat
een tamelijk betrouwbare bron over aanwijzingen meende
te beschikken dat
het Iraakse leger in de buurt van Haj Umran inderdaad,
doch op kleine schaal,
gas had gebruikt. [...] Het gas zou afkomstig zijn
geweest uit Zuid-Korea, maar
thans zou men zelf over de installaties beschikken om
het te maken.”56 Op 21
november bevestigt de Nederlandse ambassade in Teheran
het gebruik van
chemische wapens door Irak.57
De formele internationale vaststelling door de
Verenigde Naties van het
gebruik van chemische wapens door Irak vindt pas
plaats op 26 maart 1984,
aldus de regering in 2006.
In een uitzending van het radioprogramma Argos, in
april 2006, vertelt Schorer
echter dat hij al in 1982 melding van het gebruik van
chemische wapens had
gemaakt: “In 1982 rapporteerde ik dat er gifgassen
werden gebruikt in de
oorlog. Men nam daar nota van. Om nou te zeggen dat
dat met grote letters in
de pers kwam, nee, daar sliep men niet minder goed
van.”58 Ook kan gewezen
worden op het feit dat al in 1983 slachtoffers van
gifgasgebruik in de oorlog
tussen Irak en Iran in Europa worden behandeld.59
Colijn en Rusman schrijven in hun proefschrift over
het Nederlandse
wapenexportbeleid tussen 1963 en 1988: “Hoewel in dit
geval westerse
inlichtingendiensten al enige jaren gegevens hadden
verzameld over de Iraakse
opbouw van productiefaciliteiten, had dat tot dan toe
niet geleid tot verscherpt
toezicht op de handel in sleutelvoorlopers”.60 Ook Arend Meerburg, voormalig
wapenexpert van het ministerie van Buitenlandse Zaken
zegt in een uitzending
van het TV-programma Nova over de eerste berichten
over het gebruik van
chemische wapens door Irak: “Het was de politieke
sfeer in die tijd, toen met
name de Verenigde Staten zeer pro-Irak was en
anti-Iran, dat daar eigenlijk
niks mee werd gedaan met die informatie, of heel
weinig. […] Wij waren
verontwaardigd als ontwapenaars, maar onze regeringen,
[…] liepen achter de
Amerikanen aan en deden ook niets”.61
19
De hele gang van zaken rond het ontstaan van de
vergunningsplicht levert
geen fraai beeld op van de houding van Nederland.
Sinds het begin van de
jaren tachtig is bekend dat Irak chemische wapens
bezit en er niet voor
terugschrikt om ze in te zetten. Op Nederlands
initiatief neemt de
Veiligheidsraad in 1984 een resolutie aan die het
gebruik van chemische
wapens veroordeelt, maar dat heeft geen binnenlandse
gevolgen; de handel
gaat gewoon door. Nederland komt pas in actie, nadat
het door de Amerikanen
op grote Nederlandse orders aan Irak wordt gewezen.
Het ministerie van
Economische Zaken doet er vervolgens alles aan om de
lijst van stoffen
waarvoor een vergunningsplicht gaat gelden zo beperkt
mogelijk te houden, en
het is daar redelijk succesvol in. Het blijft daardoor
nog altijd mogelijk stoffen,
die niet op de lijst staan, maar die wel geschikt zijn
voor het produceren van
chemische wapens, naar Irak te verschepen. Economische
Zaken geeft de
doorslag in beslissingen en niet Buitenlandse Zaken.
Het is een zorgwekkend
beeld van de machtsverhoudingen tussen beide
ministeries en het is een van de
meest cynische voorbeelden van de dubbele moraal die
de Nederlandse
regering die jaren heeft uitgedragen.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
20
Nederland sluit handelsovereenkomst
In oktober 1983 bezoekt Frits Bolkestein de Bagdad
International Fair. Hij heeft
ontmoetingen met de Iraakse vice-premier Ramadhan en
met enkele andere
ministers. Hoewel de regering zich al bewust is van
het gifgasgebruik door
Irak, tekent hij tijdens dit bezoek een overeenkomst
tussen Nederland en Irak
met als doel mogelijkheden voor economische en
technische samenwerking te
vergroten.62
Hij vraagt tijdens het bezoek “om pleitbezorging voor
concrete Nederlandse
belangen te vatten in een setting van sympathie voor
het door drie jaar oorlog
beproefde Iraakse volk. Van Iraakse zijde werd hierop
positief gereageerd.
Vermeld werd dat Irak nu zijn vrienden telde en dat
hieruit na beëindiging van
de oorlog voor de aldus geïdentificeerde landen
consequenties zouden
voortvloeien”.63 In januari 1984 dringt ambassadeur Schrorer bij het ministerie
van Economische Zaken aan op wat meer enthousiasme.
Met name het
ministerie van Financiën en de Nederlandse Crediet
Maatschappij (het huidige
Atradius DSB) zouden hun volle medewerking moeten
verlenen aan “enige
maatregelen die, rekening houdend met de situatie van
Irak, onze export naar
en de samenwerking met dit land op het economisch en
politiek gewenste peil
kunnen houden.”64 Hij somt hiervoor een tiental redenen op waaronder het
economisch potentieel van Irak, gunstige ervaringen
van Nederlandse
bedrijven en de politieke rol van Irak als schakel
tussen het NAVO-gebied en
de Perzische Golf. Verder noemt hij “de toegenomen
Amerikaanse
belangstelling voor betere betrekkingen met dit
regime, onlangs tot uiting
gekomen in het bezoek van de speciale
vertegenwoordiger voor het Midden-
Oosten, Donald Rumsfeld [...].” Tenslotte zou de
sterke band die gegroeid is
tussen Irak en het “gematigde Arabische blok, met name
Egypte”, reden zijn
waarom een “blijvende relatie met Irak goed past in
het geheel van de
Nederlands-Arabische betrekkingen.”
Hoewel het eerste bericht over Iraaks gebruik van
gifgassen volgens Buza en
EZ dateert uit november 1983, spelen ze een rol in de
herinneringen van
Bolkestein aan zijn bezoek in oktober dat jaar.
Herinneringen, die in
tegenstelling tot zijn opstelling begin jaren '80,
opeens heel negatief zijn. In het
programma NOS-Laat zegt hij in 1990: “Als
staatssecretaris heb ik hem
[Saddam] en zijn ministers ontmoet. Het was een
luguber gezelschap. Iedereen
weet ook hoe ze de Koerden bestreden met mosterdgas.”65 In mei 2006 noemt
hij het in een ingezonden stuk in de Volkskrant, een
“ongemakkelijk bezoek”
en een “lugubere bijeenkomst die ik niet licht zal
vergeten”.66 Tegelijkertijd
bagatelliseert hij dual-use chemicaliën, die gebruikt
kunnen worden voor
21
gifgassen, door hun civiele toepasbaarheid eenzijdig
te benadrukken, waardoor
er geen exportrestricties nodig zouden zijn. Frank
Slijper, onderzoeker bij de
Campagne tegen Wapenhandel, legt in een reactie de
ware reden voor het
ontbreken van exportrestricties bloot: “Economische
Zaken redeneerde dat
extra exportverplichtingen het belang van het
bedrijfsleven teveel zou
schaden.”67 Bolkestein had destijds geen enkele reserves om dit door hem nu
als 'luguber' betitelde gezelschap de hand te schudden
en er een overeenkomst
mee te sluiten. Kritiek op de overeenkomst werd door
hem weggewuifd, net als
hij eerder een uitgebreid vergunningsstelsel voor de
export van potentiële
gifgasgrondstoffen effectief saboteerde.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Curieuze samenwerkingsovereenkomst
Veel overeenkomsten die door de regering met andere
staten worden gesloten,
worden slechts ter stilzwijgende goedkeuring aan het
parlement voorgelegd, zo
ook in maart 1984 de “Overeenkomst inzake economische
en technische
samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en
de Republiek Irak”.
Een toelichtende nota, van de staatssecretarissen
Bolkestein en Van Eekelen
(VVD, Buitenlandse Zaken), wijdt slechts een bijzin
aan de kosten van de
oorlog tussen Irak en Iran, maar over het gebruik van
chemische wapens door
Irak, of de slechte mensenrechtensituatie in het land
geen woord. De beide
staatssecretarissen zeggen: “Wij achten nauwe
samenwerking met Irak van
belang niet alleen ter ondersteuning van
exportbelangen van het Koninkrijk,
doch tevens omdat een goede relatie met landen die
zijn aangesloten bij de
OPEC, waarvan Irak een vooraanstaand lid is, in het
belang lijkt te zijn van
evenwichtige internationale verhoudingen, zowel op
politiek als op
economisch gebied”.68
Max van der Stoel, verantwoordelijk voor het
Nederlands initiatief tot
veroordeling van Iraakse gifgasaanvallen door de
Veiligheidsraad, noemt het
achteraf “wat curieus” dat tegelijkertijd met dit
initiatief de
samenwerkingsovereenkomst met Irak aan het parlement
gepresenteerd wordt.
Het verwondert hem echter niet, want “Buitenlandse
Zaken is doorgaans
strenger in zijn toetsing van betrekkingen en meer
bezig met zaken als
onderdrukking en spanningsgebieden, terwijl
Economische Zaken meer kijkt
hoe bedrijven via export op de been kunnen blijven.”69
Op initiatief van PPR-fractievoorzitter Ria Beckers
verzoeken 39 Tweede-
Kamerleden, van CPN, D'66, EVP, PPR, PSP en PvdA, de
overeenkomst aan
uitdrukkelijke goedkeuring te onderwerpen, zodat er
een Kamerdebat over
gevoerd kan worden.70 Het CDA sluit zich erbij aan.
22
Zoals Beckers later in de Kamer zegt: “Met
stilzwijgende goedkeuring [zou]
geheel voorbij worden gegaan aan de oorlog tussen Irak
en Iran, die toen al
ongeveer vier jaar gaande was [...].”71
De behandeling van de overeenkomst geeft een goed
beeld van de
houding van de Nederlandse regering ten aanzien van
economische contacten
met een land in oorlog, dat gebruik maakt van verboden
wapens.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Mensenrechtensituatie
De fracties van het CDA, de PvdA en de PPR stellen
vragen over het
wetsontwerp in de Vaste Kamercommissie voor
Buitenlandse Zaken.72 Ze
verbazen zich over het ontbreken van de oorlogs- en
mensenrechtensituatie in
de nota. De PvdA vraagt of er garanties zijn dat door
Nederland geleverde
technologie en producten op geen enkele wijze voor
chemische wapens
gebruikt zullen worden. Dit is een relevante vraag
omdat een aantal
fabricageprocessen in de petrochemische en
kunstmestindustrie, die in de
overeenkomst uitdrukkelijk genoemd worden, dicht
aanliggen tegen de
productieprocessen van chemische wapens.73
Bolkestein en Van Eekelen vinden de oorlog weinig
relevant. “[Strikte
neutraliteit] verhindert het Nederlandse bedrijfsleven
naar onze mening echter
niet met beide bij het conflict betrokken landen
normale economische
betrekkingen te onderhouden”.74 Maar dat betekent volgens beide niet dat
Nederland bij de oorlog betrokken zou kunnen raken. Ze
“[...] zouden […] erop
willen wijzen, dat indien men iedere mogelijke
bijdrage aan de economie van
een land zou beschouwen als […] een bijdrage aan het
militaire potentieel van
dat land, deze consequentie slechts door middel van
een vrijwel totaal embargo
zou kunnen worden ontgaan. Een politiek van volstrekte
neutraliteit brengt
daarentegen onzes inziens juist mede, dat zoveel
mogelijk normale
betrekkingen met alle betrokkenen worden onderhouden.
Een overeenkomst
als de onderhavige is daarmee alleszins te rijmen”.
Nederland neemt in de oorlog tussen Iran en Irak een
neutrale houding in.
Volgens Bolkestein en Van Eekelen kan dat blijkbaar
het beste worden
uitgedragen door net te doen alsof er niets aan de
hand is en dezelfde contacten
met de strijdende staten te onderhouden als met andere
landen, zonder veel
acht te slaan op de mogelijke gevolgen van leveranties
en kennisoverdracht.
Dat allemaal (mede) in het belang van het Nederlandse
bedrijfsleven: “Juist in
moeilijke tijden kan immers stimulering tot gebruik
van alle resterende
mogelijkheden een belangrijke rol spelen. Dit kan
bovendien een goede
grondslag vormen voor contacten in betere tijden.”
Toch tonen ze zich niet
geheel ongevoelig voor het gebruik van chemische
wapens door Irak: “Al het
nodige zal worden gedaan om mogelijk ongewenst gebruik
zoveel mogelijk te
23
voorkomen. [...] Garanties als door deze leden bedoeld
– hetgeen een vrijwel
totaal embargo zou vereisen – kunnen echter niet
worden gegeven.”75
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Kamerdebat
Het duurt een jaar voordat het tot behandeling van de
overeenkomst komt,
maar op 16 april 1985 is het dan eindelijk zover.76 De linkse partijen stellen
kritische vragen over de mogelijke betrokkenheid van
Nederland bij de oorlog.
Ria Beckers (PPR) dient een motie in waarin ze vraagt
de overeenkomst op te
schorten tot de oorlog voorbij is. Ook PvdA-er Jules
de Waart vindt dat “dit
verdrag [...] niet los [kan] worden gezien van de
oorlog tussen Iran en Irak. [...]
In deze oorlog zijn door Irak chemische wapens
gebruikt.” Dit zal volgens hem
consequenties moeten hebben: “Als wij niet willen dat
de oorlogspotentie van
beiden, of van één van beide landen, door onze
leveranties wordt vergroot [...]
zullen ook wij die leveranties zeer kritisch moeten
bekijken.” Hij wil daarbij
niet vertrouwen op het Uitvoerbesluit strategische
goederen, omdat er ook
andere grondstoffen dan die op de lijst staan,
gebruikt kunnen worden voor de
oorlogsvoering. “Het aantal stoffen en producten dat
in het belang is voor een
oorlog is echter veel groter dan het aantal stoffen
dat Nederland op een lijst
heeft gezet en de echte strategische goederen samen”,
verklaart hij. Hij noemt
hierbij expliciet grondstoffen voor chemische wapens
als voorbeeld. De Waart
dient daarom een motie in om de uitvoer van goederen
en kennis die direct
voor oorlogsdoeleinden kunnen worden gebruikt,
onmogelijk te maken.
De SGP en het CDA staan beduidend minder kritisch ten
opzichte van de
overeenkomst. Fractievoorzitter Henk van Rossem van de
SGP wil weliswaar
ook geen materiaal dat voor oorlogsdoeleinden gebruikt
kan worden, leveren
aan Irak, maar: “[a]nderzijds moet onze instelling
altijd zijn dat wij een zwaar
door oorlog getroffen land zoveel mogelijk helpen bij
de wederopbouw en het
normale functioneren van het maatschappelijke bestel.”
Hij loopt daarmee ver
vooruit op de feiten; de oorlog is immers in volle
gang en zou pas drie en een
half jaar later eindigen. Hoewel ook het CDA om
publieke behandeling van de
overeenkomst vroeg, is CDA'er Hans Gualthérie van
Weezel verklaard
voorstander van de overeenkomst. Hij dringt er wel op
aan wapenleveranties
en bijvoorbeeld de kwestie van het gebruik van gifgas
op Europees niveau te
bespreken.
In zijn antwoord verdedigt staatssecretaris Bolkestein
nogmaals zijn
standpunt dat Nederland zich neutraal op moet stellen
in de oorlog tussen Irak
en Iran, en dit zou tot uiting moeten komen in het
onderhouden van zo
normaal mogelijke betrekkingen met beide landen.
Bovendien is er volgens
hem geen verband te zien tussen economische
samenwerking en de oorlogs- en
mensenrechtensituatie: “[...] Het niet sluiten van het
akkoord [...] draagt niet bij
24
tot verbetering van de toestand van de mensenrechten
in het ene of het andere
land.” Over leveringen van mogelijke grondstoffen voor
gifgas zegt Bolkestein
in reactie op De Waart: “Zoals bekend, heeft Nederland
thans elf voorlopers
van gifgassen die aldaar gebruikt zouden zijn,
opgenomen in de lijst van
strategische goederen. […] Het is buitengewoon
moeilijk om de lijn te trekken
tussen werkelijk essentiële goederen en goederen die
weliswaar nodig zijn,
maar niet noodzakelijk zijn voor de vervaardiging van
strategische goederen.”
Daarom zou het onmogelijk zijn om tot een verbod te
komen op de uitvoer van
goederen en kennis die voor oorlogsdoeleinden gebruikt
zouden kunnen
worden, zoals De Waart voorstelt.
Beckers is niet onder de indruk van Bolkesteins
argumentatie: “Ik vind het wel
erg hypocriet, je ogen dicht te doen voor wat wij
dagelijks aan oorlogsgeweld
zien en horen en niet op z'n minst de consequentie te
trekken om de
inwerkingstelling van die overeenkomst uit te stellen.
Daarin ligt het duidelijk
appèl: houd ermee op!.” En: “[...] ik kan mij
voorstellen dat de staatssecretaris
de stelling huldigt, dat als wij nu maar meewerken aan
ingrediënten voor
mosterdgas voor Irak en als wij maar munitieonderdelen
leveren aan Iran, de
zaak weer in evenwicht is. Dat kan toch niet de
bedoeling zijn?” Ook De Waart
heeft zich niet laten overtuigen: “Ik mis bij de
staatssecretaris het besef dat er
sprake is van een uitermate moeilijke situatie.
Gedurende de duur van onze
Tweede Wereldoorlog zijn die landen op een
verschrikkelijke wijze met elkaar
in oorlog. Ik heb het gevoel dat alleen wordt gezegd
dat wij daaraan niets
kunnen doen en dat wij daarin neutraal moeten zijn.”
Hij houdt daarom vast
aan zijn motie: “Naar mijn mening kan duidelijk worden
vastgesteld wanneer
een bepaalde stof, die ook in vredestijd kan worden
gebruikt, in een economie
als die van Iran of Irak juist voor oorlogsdoeleinden
wordt aangewend. Ik heb
ook gezegd dat het voor de hand ligt dat op basis van
de hoeveelheden van een
bepaalde stof […] kan worden beoordeeld voor welk doel
die stof wordt
aangewend. Tevens heb ik gezegd dat als er twijfel
bestaat over het gebruik
van een bepaalde stof besloten moet worden om die stof
niet te leveren.”
Van Rossum (SGP) is uiteindelijk alsnog kritisch over
de mogelijke uitvoering
van de overeenkomst: “De staatssecretaris zegt [dan]
dat dat een kwestie is
voor het vrije bedrijfsleven. Voor Nederland zal dat
opgaan, maar in Irak wordt
voor een groot deel aan overheidsinstanties geleverd.
Op die distributie hebben
wij verder geen invloed, zodat wij de kans lopen,
alleen het leger te voeden.
Daar heb ik toch wel bedenkingen tegen.”
De beantwoording van Bolkestein in tweede termijn is
in feite niet veel
meer dan een herhaling van zetten. Hij zegt ondermeer:
““De uitvoer van
wapens is verboden. Als de heer De Waart spreekt van
goederen die
25
onmiddellijk kunnen worden gebruikt voor de fabricage
van wapens, vraag ik
mij af wat 'onmiddellijk' betekent. Als er eenduidig
verband is tussen deze
goederen en de fabricage van wapens, lijkt het mij dat
zij voorkomen op de lijst
van verboden goederen. Voor zover zij niet op de lijst
voorkomen, moet ik
aannemen dat er geen onmiddellijk verband bestaat.”
Toch is hij bereid de
motie van De Waart over te nemen, wanneer die er een
restrictieve betekenis
aan hecht. Het moet dan alleen gaan om goederen die
uitsluitend bestemd zijn
voor oorlogshandelingen. Het wetsvoorstel wordt
uiteindelijk in stemming
gebracht en door een ruime meerderheid goedgekeurd,
waardoor de
overeenkomst in werking treedt.
Wanneer hij in 1990 terugkijkt op het afsluiten van de
overeenkomst ziet
Bolkestein zelfs een positieve relatie tussen
handelsrelaties en het verbeteren
van de mensenrechtensituatie: “Mijn stelling is altijd
geweest dat de
mensenrechtensituatie in een land niet wordt verbeterd
door het verbieden van
de handel. Integendeel. De economische ontwikkeling
stimuleert juist de
ontwikkeling van de mensenrechten.”77
De opstelling van Bolkestein is tekenend, en ligt in
de lijn van zijn eerdere
verzet tegen het invoeren van een uitgebreidere lijst
met stoffen die aan
vergunningplicht onderworpen worden. Wat hem betreft
moeten er zo min
mogelijk belemmeringen voor handel met Irak worden
opgeworpen.
Opgeworpen belemmeringen kunnen volgens hem geen rol
spelen in het
verbeteren van de oorlogs- en mensenrechtensituatie en
ze zouden bovendien
ingaan tegen een houding van strikte neutraliteit. De
vraag is of hij deze
mening werkelijk toegedaan is of dat het vooral om het
nastreven van
Nederlandse handelsbelangen ging. Het heeft er alle
schijn van dat die
handelsbelangen de doorslaggevende factor zijn geweest
voor zijn opstelling in
de beide kwesties.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Bezoek van de Iraakse staatssecretaris
van Handel
Midden maart 1988 bezoekt Kubais S. Abdul Fatah,
staatssecretaris van Handel
van Irak, Nederland, wrang genoeg tegelijkertijd met
de Iraakse
gifgasbombardementen op de Koerdische stad Halabja in
Noord-Irak, waarbij
5000 mensen omkwamen. Hoewel de Nederlandse regering
niet onmiddellijk
op de hoogte is van de aanval, is het veelvuldig
gebruik van chemische wapens
door Irak inmiddels algemeen bekend. De berichten
daarover, en vooral ook
over de inzet tegen de eigen burgerbevolking, worden
vanaf het voorjaar van
1987 steeds alarmerender. Op 23 april 1987 schrijft de
Nederlandse ambassade
in Teheran aan het ministerie van Buitenlandse Zaken
dat er gevaar bestaat
voor escalatie van het conflict tussen Irak en Iran
omdat Irak opnieuw
26
chemische wapens inzet, en waarschijnlijk op grotere
schaal dan in het
verleden.78
Een half jaar later meldt Buitenlandse Zaken in een
memo: “Het gebruik van
chemische wapens door Irak lijkt eerder toe dan af te
nemen. Met name het
gebruik van het wapen tegen de burgerbevolking is zeer
zorgwekkend.”79 En
ook vlak voor het bezoek van Kubais schrijft
Buitenlandse Zaken nog dat “Irak
[...] onverminderd verder [gaat] met het vergroten van
haar potentieel aan
chemische wapens.”80 Tijdens het bezoek is het echter geen punt van gesprek,
voor zover uit de vrijgegeven documenten valt op te
maken.
Op 16 maart ontvangt de nieuwe staatssecretaris Yvonne
van Rooy van
Economische Zaken, Kubais. In het recentelijk openbaar
gemaakte verslag
meldt Kubais in dat gesprek dat “Nederlandse bedrijven
[...] in het recente
verleden een belangrijk aandeel [hadden] gehad in de
opbouw van landbouw
en industrie in Irak. Het was zaak om te werken aan de
versterking van
sectoren anders dan de olie-industrie.”81 Hij spreekt niet tegen dovemansoren,
want Van Rooy stelt voor het Nederlandse bedrijfsleven
te betrekken bij de
uitvoering van de handelsovereenkomst. “Afsluiting van
een bilaterale
investeringsbeschermingsovereenkomst [zou] een
positieve invloed zou
hebben op het animo van Nederlandse bedrijven om
samenwerkingsverbanden in Irak te overwegen.”, zegt ze
tegen Kubais. Ook
Frans Engering, Directeur-generaal van de afdeling
Buitenlandse Economische
Betrekkingen van het Ministerie van Economische Zaken,
ziet een rol voor het
Nederlandse bedrijfsleven. Hij betoogt dat “Ook in
deze voor Irak moeilijke
tijden [...] het Nederlandse bedrijfsleven zich daar
staande [dient] te houden;
de Nederlandse overheid komt daarbij een aanmoedigende
rol toe.”
Op 17 maart brengt Kubais een bezoek aan het
ministerie van Buitenlandse
Zaken. Ook daar is de toon niet al te kritisch. De
souschef van de Directie
Noord Afrika en Midden-Oosten meent dat dit bezoek kan
dienen om
“duidelijk te maken dat Nederland belang hecht aan
goede betrekkingen met
Irak.” Hoewel het gesprek zich ten dele toespitst op
de oorlog met Iran, is het
bezoek van Kubais voornamelijk ingegeven door
economische motieven. “Het
door Irak gepropageerde motto luidt hier: de landen
die tonen vrienden van
Irak te zijn in moeilijke perioden zullen hiervan in
een later stadium de
vruchten kunnen plukken wanneer de oorlog eenmaal
voorbij is en de
economie van het olierijke Irak weer zal kunnen opbloeien.
Irak zal dan bij het
verlenen van opdrachten e.d. immers weten wie haar
ware vrienden zijn
geweest.”82
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
27
Het gesprek gaat niet te diep in op de oorlog tussen
Iran en Irak. Een
achtergrondpapier over de oorlog noemt enkele recente
ontwikkelingen, zoals
een Iraakse aanval op een olieraffinaderij bij Teheran
op 27 februari van dat
jaar, maar het gebruik van chemische wapens door Irak
is er echter niet in
terug te vinden. Wel wordt opgemerkt dat “[e]en
diplomatieke oplossing van
het conflict [...] niet direct in het vooruitzicht
[ligt].”83 Op geen enkele
wijze
wordt Irak gevraagd om inzet voor het beëindigen van
de oorlog, laat staan dat
er kritiek geleverd wordt op zijn aandeel erin en de
wapens die het inzet. De
kern van het gesprek gaat over het veiligstellen en
behartigen van Nederlandse
(economische) belangen, waaronder de vrije scheepvaart
in de Perzische Golf.
Een paar dagen na het bezoek van Kubais, geeft de
Nederlandse regering een
verklaring uit waarin afschuw wordt uitgesproken over
het gebruik van
chemische wapens door Irak, met name de inzet tegen
burgers.84 Het komt als
mosterd na de maaltijd.
De vrijgegeven WOB-stukken geven inzicht in de
schaamteloze strijd rond de
belangen van de Nederlandse industrie en controle op
het internationale
handelen ervan. Waar Nederland zich graag als gidsland
op het gebied van
mensenrechten positioneert, blijkt met name het
ministerie van Economische
Zaken een blinde vlek te hebben voor de veiligheids-
en
mensenrechtengevolgen van Nederlandse exporten. Een
politiek die in het licht
van de wapeninspecties, oorlogen en militaire
optredens tegen Irak van 1990
tot heden absurd en ontluisterend genoemd moet worden.
Ondanks de oorlog
wordt er alles aan gedaan zo goed mogelijke
economische betrekkingen met
het regime van Saddam Hoessein te onderhouden. Onder
het motto van strikte
neutraliteit wordt daarbij maar liever een oogje
dichtgeknepen voor de
gruwelijkheden die door de strijdende partijen in het
conflict worden begaan.
Nederlandse economische belangen prevaleren bij de
beleidsbepaling.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
28
Leveranties van grondstoffen
en apparatuur aan Irak
Met name in de eerste jaren van de opbouw van het
chemische
wapenprogramma van Irak, kwamen vrijwel alle
grondstoffen en apparatuur
hiervoor uit het buitenland, en dan vooral uit het
Westen. Het geheime 'Full
Final and Complete Disclosure' (FFCD)-rapport is de
verantwoording die Irak
in 1992, met latere aanvullingen, aan UNSCOM heeft
afgelegd over zijn
chemische wapenprogramma.85 Het VN-rapport bevat een lijst van
bedrijven
(voor zover bekend) die aan Irak geleverd hebben.
Vooral (West-)Duitse bedrijven zijn ruim
vertegenwoordigd op deze lijst. Van
de ongeveer 150 bedrijven die genoemd worden als
leveranciers voor de
massavernietigingswapenprogramma's van Irak is meer
dan de helft Duits. In
de beginjaren van Irak's chemische wapenprogramma
heeft vooral het Duitse
bedrijf Karl Kolb veel geleverd. Het heeft geholpen
met de bouw van de eerste
onderzoeks- en productiefaciliteiten.86
Ook de Verenigde Staten is met 24 bedrijven goed
vertegenwoordigd.87
De Amerikaanse regering zou voorts ook een dubieuze
dubbelrol gespeeld
hebben. Terwijl de Verenigde Staten het eerste land is
dat exportbeperkingen
voor de uitvoer van chemicaliën naar Irak instelt, wil
het tegelijkertijd absoluut
voorkomen dat Irak de oorlog verliest. Daarom zou de
regering Reagan met
grote regelmaat exporten toegestaan hebben van
producten die voor de
massavernietigingswapenprogramma's van Irak gebruikt
konden worden.88
Daarnaast zou de CIA informatie aan Irak geleverd
hebben die gebruikt werd
voor mosterdgasaanvallen op Iraanse troepen.89 Het is daarom niet
verwonderlijk dat de Verenigde Staten er alles aan
heeft gedaan om te
voorkomen dat het FFCD-rapport openbaar zou worden.
Zelfs de nietpermanente
leden van de Veiligheidsraad kregen alleen een gecensureerde
versie van het bovengenoemde rapport. Via diverse
lekken komt informatie uit
het rapport uiteindelijk toch in de pers terecht.
Als het chemische wapengebruik van Irak vanaf 1984
algemeen bekend is,
stellen veel landen een vergunningplicht in voor grondstoffen
voor gifgassen,
of ze verbieden de export helemaal. Hierdoor is Irak
gedwongen zich vooral op
de zwarte markt te begeven. Vanaf die tijd is de
Nederlandse zakenman Frans
van Anraat Iraks belangrijkste leverancier van
chemicaliën.
29
Land Bedrijf
België NU Kraft Mercantile Corporation
(moederbedrijf in VS)
Phillips Petroleum (moederbedrijf in VS)
Sebatra
China China North Industries Corporation
(NORINCO)
China Wanbao Engineering Company
Duitsland Ferrostaal
Heberger Bau
Karl Kolb
Pilot Plant
Preussag AG
Reininghaus Chemical Company
Rhema Labortechnik
Schloemann-Siemag
SMS Hansclever
Thyssen Rheinstahl
Walter Engineering Trading
Frankrijk Protec SA
India Exomet
NEC Engineers
Private Ltd
Transpek
United Phosphorous
Nederland KBS Holland
Melchemie
Polen Chemadex
Spanje Treblam
Verenigd Koninkrijk Meed
International
Verenigde Staten Alcolac
International
Industrial Procurement Corp.
Lummus Crest
Pfaulder Corporation
Presray Corp.
Zuid-Afrika Armscor
Tabel 3 -
Bedrijven waarvan bekend is dat ze leverden aan het chemische wapenprogramma
van Irak90
(Cursief vermeld
wanneer het gaat om mogelijke leveranties of mogelijk gebruik van geleverde
stoffen)
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Leveringen door Nederlandse bedrijven
Van twee Nederlandse bedrijven staat vast dat zij
chemicaliën aan Irak
leverden die hoogstwaarschijnlijk werden gebruikt voor
chemische wapens:
Melchemie uit Arnhem (tegenwoordig Melspring) en KBS
Holland uit
Terneuzen (inmiddels Bravenboer en Scheers).
Naast deze bedrijven wordt ook het Vlaardingse
metaalbedrijf Fontijne
Holland BV korte tijd verdacht van leveranties aan
Irak. In september 1991
neemt de Economische Controle Dienst (ECD) bij dit
bedrijf een aantal dossiers
in beslag. Fontijne zou in 1987 en 1989 op het punt
gestaan hebben via het
30
Duitse bedrijf H und H Metallform machines aan Irak te
leveren voor de
fabricage van drukvaten, waarmee vanuit vliegtuigen
gifgas kan worden
verspreid.91 Het zou echter bij het uitbrengen van offertes gebleven zijn, aldus
directeur A. Fontijne tegenover Vrij Nederland92. Wel zegt hij: “Ik geef toe dat
H und H in 1987, en ik meen ook in 1989 offerte aan
ons gevraagd heeft. Ik wist
dat het niet voor henzelf was. Wij deden eraan mee om
zuiver commerciële
redenen. Zo gebeurt dat in onze handel.”
Het onderzoeksproject Iraq Watch noemt tenslotte nog
een onbekend
Nederlands bedrijf dat in 1988 injectors voor
atropine, een tegengif voor
vergiftiging door zenuwgassen, zou hebben geleverd.93
Nederland werkt VN tegen
In 1992 beklaagt de speciale VN-commissie die toezicht
houdt op de
ontwapening van Irak (UNSCOM) zich over de gebrekkige
medewerking van
de Nederlandse regering. Met name de Binnenlandse
Veiligheidsdienst (BVD),
voorloper van de huidige Algemene Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst AIVD,
zou niet bereid zijn hulp te bieden bij het
blootleggen van het internationale
netwerk van mantelorganisaties dat Irak gebruik heeft
voor de productie van
chemische wapens.94
In de beantwoording van Kamervragen van Leoni Sipkes
en Paul
Rosenmöller hierover schrijft minister Kooijmans van
Buitenlandse Zaken op
12 mei 1993 dat “[...] Nederland en UNSCOM enkele
malen gegevens [hebben]
uitgewisseld over leveranties van Nederlandse
bedrijven aan Iraakse
afnemers”.95 Maar met de leveranties zelf was volgens hem weinig aan de
hand: “UNSCOM heeft Nederland weliswaar laten weten
dat enkele goederen
afkomstig van Nederlandse bedrijven zijn aangetroffen
op de door haar
geïnspecteerde locaties in Irak, doch het onderzoek in
Nederland op basis van
de verstrekte informatie heeft tot op heden uitgewezen
dat het hierbij
uitsluitend gaat om goederen die op het moment van
levering niet waren
onderworpen aan een vergunningplicht”.
Dat chemicaliën niet onder de vergunningplicht vielen,
betekent echter
niets. Niet alleen bestonden voor 1984 amper
exportbeperkingen voor
gifgasgrondstoffen, ook daarna behoorden legio
chemicaliën die tegenwoordig
wèl vergunningsplichtig zijn tot de vrije handel. Nog
weer andere grondstoffen
vallen nog altijd niet onder de vergunningsplicht
vanwege overwegend civiele
toepasbaarheid. Zodoende hebben Nederlandse bedrijven
rustig leveringen
van chemische stoffen, die zowel civiel als militair
bruikbaar waren, aan Irak
door kunnen zetten. Hoewel bedrijven soms afgeraden
werd leveringen van
zulke stoffen aan Irak te doen, zijn er ook andere
voorbeelden te noemen. Op
12 juli 1984 schreef minister Van den Broek
bijvoorbeeld aan de ambassadeur in
31
Washington over een op handen zijnde leverantie van
methyleenchloride door
een Nederlands bedrijf96:”[…] een zeer algemeen toegepast oplosmiddel, dat
eventueel gebruikt kan worden bij de productie van
sarin. [Het is] niet door
Nederland geplaatst op de lijst van voorlopers waarvan
de export onder
controle gesteld is. [Daarom] zie ik thans geen goede
redenen om maatregelen
te treffen om de uitvoer van methyleenchloride naar
Irak te verhinderen.”97
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Rattengif uit Arnhem
Melchemie is één van de twee Nederlandse bedrijven
waarbij vaststaat dat ze
grondstoffen voor gifgassen leverden aan Irak. Het
bedrijf begon als
kunstmestproducent, maar schakelde in de jaren
zeventig over op
waterzuiveringchemicaliën. Melchemie heeft zijn
betrokkenheid in deze altijd
ontkend. Alleen in 1984 zou één keer een product van
de lijst strategische
goederen zonder vergunning zijn geleverd:
fosforoxychloride, een soort
rattengif, maar tegelijk ‘sleutelvoorloper’ van
mosterdgas. De bewering van het
bedrijf dat het slechts ging om eenmalige vergissing
van een manager is niet
vol te houden. Melchemie verdraait aantoonbaar feiten
en schept een vals beeld
van de rol die het gespeeld heeft in relatie tot Irak
gedurende de jaren '80.
Diverse bronnen, die zich deels baseren op documenten
afkomstig uit
Irak en van de Verenigde Naties, spreken over
leveringen van vier
verschillende grondstoffen voor mosterdgas:
fosforoxychloride, chloorethyl,
dimethylamine en thiodiglycol. Ondanks waarschuwingen
van het ministerie
van Buitenlandse Zaken zouden deze leveringen enige
tijd zijn doorgegaan via
een chemisch zusterbedrijf in Italië.98 Daarnaast zijn ook andere chemicaliën
die
voor de productie van gifgas kunnen worden gebruikt
door Melchemie
verkocht aan Irak.
In oktober 1986 besteedt het tv-programma BBC Panorama99 aandacht aan de
illegale fosforoxychloride affaire. Volgens hun
reconstructie zou op 19 april
1984 de Iraakse State Establishment for Pesticides
Production SEPP vanuit
Bagdad Melchemie per telex gevraagd hebben om 25 ton
fosforoxychloride,
waarvoor precies vanaf die dag een exportvergunning
aangevraagd moet
worden. Melchemie polst diverse Europese collega’s,
maar die weigeren
allemaal wegens exportrestricties. Ondertussen
verhoogt SEPP de order naar
zestig ton en vraagt bovendien om de levering van nog
twee andere
grondstoffen voor chemische wapens. Op 2 juli
verontschuldigt Melchemie
zich voor het late antwoord in een bericht dat
ondertekend is door de
exportmanager, de heer Weijman. Reden voor de
vertraging is dat voor de
gevraagde stoffen een uitvoervergunning nodig is.100
Uiteindelijk blijkt het Italiaanse bedrijf Ausidet
bereid te leveren101,
ondanks het feit dat fosforoxychloride ook in Italië
een uitvoervergunning
32
nodig heeft. Ausidet claimt echter van niets te weten:
niet van de
uitvoervergunning en niet van gifgas. Half oktober
wordt in Milaan de deal
gesloten. Daarbij zou voorgesteld zijn, om problemen
wegens het ontbreken
van een exportvergunning te voorkomen, de betaling via
een Westduitse
bankrekening te laten verlopen.
De order zou in zes scheepsladingen van elk tien ton
naar Irak vervoerd
worden. De eerste lading verlaat op 20 december 1984
de haven van Venetië. In
het Turkse Mersin wordt de lading overgeslagen op
vrachtwagens en zo naar
Bagdad gereden. Zo komen de eerste twee ladingen op
respectievelijk 5 en 7
januari 1985 aan. Daarna stopt het vervoer plotseling.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Inval en veroordeling
In 1985 krijgt de Economische Controle Dienst (ECD)
een tip van de
Amerikaanse inlichtingendienst CIA, waarop het in
februari van dat jaar een
inval doet bij Melchemie en de administratie in beslag
neemt102. Ook zouden
waarnemers aan het Iraaks-Iraanse front hebben
geconstateerd dat er nog
steeds grondstoffen voor chemische wapens vanuit
Nederland aan Irak
geleverd werden.103 Melchemie houdt tegenover de pers vol dat het gaat om
“een op zich onverdachte stof (een gewasbeschermingsmiddel)”.104 De
containers fosforoxychloride worden verzegeld en al
teruggehaald.
Nadat Melchemie een schikkingsvoorstel van een miljoen
gulden (450.000
Euro) afslaat, volgt een rechtszaak. De zaak komt in
september 1986 voor de
economische politierechter in Arnhem. Dan blijkt dat
Melchemie vóór de
levering al drie keer gewaarschuwd was: door de
ministeries van Buitenlandse
Zaken en van Economische Zaken, en door het
West-Duitse chemieconcern
Bayer. Melchemie beroept zich in zijn verweer op een
brief van de SEPP, die
het in maart, dus na de inval, ontvangt. Daarin staat
onder meer het volgende:
“As far as the products bought from you
are concerned: these products will
be used for various industries and most
of them are even still stored with
the plants. [...] As far as POCL3
[fosforoxychloride] consignments are
concerned: these two containers are
still in the port and may be returned, if
such would satisfy you, and you
compensate us with other products.”105
Het spreekt voor zich dat aan zo'n verklaring, afkomstig
uit een oorlogvoerend
land dat naarstig op zoek is naar grondstoffen voor
chemische wapens, geen
betekenis gehecht mag worden. De rechter is dan ook
niet onder de indruk en
veroordeelt Melchemie wegens het opzettelijk ontduiken
van het verbod op
uitvoer van een strategisch goed naar Irak tot een
boete van honderdduizend
gulden (45.000 euro) en een voorwaardelijke
stillegging voor de duur van een
33
jaar met een proeftijd van twee jaar.106 In het vonnis spreekt de rechter over
“de
onmenselijkheid die spreekt uit deze handel.”
Melchemie gaat in hoger beroep,
maar trekt dat vlak voor de behandeling ervan zonder
opgaaf van redenen
weer in.
De levering van fosforoxychloride staat niet op
zichzelf. Bovengenoemde brief
van de SEPP uit 1985 bevestigd dat het de afgelopen
jaren grote hoeveelheden
van diverse chemische stoffen, geschikt voor de
productie van chemische
wapens, van Melchemie gekocht heeft107. In de bijlage van deze brief, die SEPP
aan Melchemie stuurde en in afschrift aan ondermeer
het Ministerie van
Buitenlandse Zaken, staat het volgende rijtje van
geleverde stoffen genoemd:
1000 ton thionylchloride, 20 ton
potassiumhydrogenfluoride, 60 ton
fosforoxychloride, 5 ton waterstoffluoride, 100 ton
fosfor, 150 ton
isopropylalcohol, 15 ton pyridine en 30 ton
o-chlorobenzaldehyde.
Bijlage van de brief van SEPP aan
Melchemie, met een overzicht van geleverde stoffen
34
De in de brief genoemde transacties vonden plaats vóór
het onder
vergunningplicht stellen van de bewuste stoffen,
waardoor er geen sprake is
van illegale leveringen, met uitzondering dan van de
fosforoxychloride. Dat die
leveringen niet illegaal waren, neemt niet weg dat de
stoffen wel geleverd zijn
aan de SEPP, de inkooporganisatie van Irak’s chemische
wapenprogramma.
Iets wat Melchemie destijds had kunnen weten.
Het bedrijf blijft echter tot op de dag van vandaag
fouten ontkennen. In een
advertentie in Trouw in juli 2004, in reactie op een
eerder verschenen artikel,
benadrukt Melchemie uitdrukkelijk dat het bedrijf
“nooit gifgasgrondstoffen
geleverd [heeft]” en dat het “op geen enkele wijze
betrokken [is] bij Irakees
gifgas.”108. In april 2006 verdedigt het bedrijf zich opnieuw: “Het besluit van
Melchemie om van iedere levering af te zien zou vooral
de voedselproductie
van Irak raken, terwijl er geen aanleiding was (en ook
nu nog niet is) voor de
veronderstelling dat de door haar geleverde producten
voor de productie van
gifgassen werden aangewend", aldus directeur Hans
Melchers.109
Klaarblijkelijk komt Melchemie zelf ook tot de
conclusie dat deze stelling niet
houdbaar is, want enkele maanden later schrijft
advocaat Herman Doeleman,
die als woordvoerder van het ebdrijf optreedt: “U kunt
ervan verzekerd zijn
dat Melchemie Holland en de heer Melchers het
buitengewoon betreuren dat
gewasbeschermingsproducten miscbruikt zijn voor de
chemische
oorlogsvoering. Dat zulks gebeurd is lijkt
aannemelijk, al is niet bekend in
welke mate dat is gebeurd.”110
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Leveringen gaan door
Ook na de veroordeling gaat Melchemie door met het
leveren van chemicaliën
aan Irak. Het gaat hierbij om stoffen die niet onder
de vergunningsplicht
vallen, maar wel gebruikt kunnen worden voor de
productie van gifgas. Door
de grote weerstand van Economische Zaken is de lijst
met stoffen waarvoor een
vergunning nodig is in de jaren ’80 nog erg beperkt
(zie het eerdere hoofdstuk
‘Nederland en de chemische wapens van Irak’). Wat
Melchemie precies aan
Irak geleverd heeft, en of dat illegaal was of niet,
is moeilijk te achterhalen.
Het geheime VN-rapport 'Full Final and Complete
Disclosure' (FFCD) noemt
aan de hand van een lijst van leveranties het bedrijf
expliciet als leverancier van
het Iraakse chemische programma. Het zou volgens een
op dit rapport
gebaseerd artikel van Arnold Karskens om de volgende
leveringen gaan, die op
pagina 23 van het rapport onder het kopje 'UN
important materials' vermeld
worden:
➢ tussen 1982 en 1984:
35
➢ 1850 ton thionylchloride (SOCL2) - te gebruiken bij de bereiding van
mosterdgas, en
➢ 5 ton waterstoffluoride (HF) – een grondstof voor het zenuwblokkerende
sarin-gas;
➢ in maart 1986: 600 ton stoffen, waaronder chloramin T, ontsmettingsspul,
en
dichloormethaan (CH2CL2) - een simulant van sarin, ook
methyleenchloride genoemd;
➢ in 1989:
caustische soda – kan verwerkt worden in filters van gasmaskers en
gebruikt worden als middel om radioactief, biologisch
of chemisch besmette
oppervlakten te desinfecteren111; en
➢ in 1989: 400 ton
sodiumcyanide (NaCN) - basisstof voor blauwzuurgas, ook
natriumcyanide genoemd.112
De laatste twee komen overigens op de overheidslijst
voor.
Melchemie ontkent het gros van de leveringen aan Irak
niet, maar vertekent de
werkelijkheid wel: “De […] leveringen waren volledig
in overeenstemming
met alle geldende voorschriften en betroffen geen van
alle stoffen die kunnen
worden gebruikt als component van gifgas”. Bij
dezelfde gelegenheid vertelt
het bedrijf dat het zich “bij iedere twijfel omtrent
mogelijk kwalijke
toepassingen […] van levering [heeft] onthouden (ook,
als het stoffen betrof die
zonder exportvergunning geëxporteerd konden worden)”. 113 Gezien het
bovenstaande, lijkt dat op zijn minst erg
onwaarschijnlijk.
Weliswaar komen de geleverde stoffen niet voor op de
lijst van voor
uitvoer vergunningplichtige stoffen maar een heel
ander verhaal is het dat ze
daarmee niet voor de productie van chemische wapens
gebruikt kunnen
worden. Dat die lijst vergunningplichtige chemicaliën
onvolledig was kwam
voor een belangrijk deel door de grote weerstand van
Economische Zaken
tegen een uitgebreide vergunningsplicht.
Bijzonder wrang is het daarom dat natriumcyanide wel
op de
oorspronkelijke lijst van het Ministerie van
Buitenlandse Zaken stond, maar
onder druk van Economische Zaken niet op de uiteindelijke
lijst terecht is
gekomen.114
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
From Holland to Baghdad
De leveringen van Melchemie zijn de afgelopen jaren
met enige regelmaat in
het nieuws teruggekomen. Zo worden in september 2003
bij Tikrit in Irak vaten
waterstoffluoride aangetroffen die vrijwel zeker
afkomstig zijn van het Al
Muthanna-complex bij Bagdad, waar chemische wapens
werden gemaakt. Daar
werd waterstoffluoride mogelijk gebruikt voor de
productie van sarin.
'Shippers Melchemie from Holland to Baghdad', staat op
de veertien vaten van
elk 688 kilo, die in 1983 gevuld zijn. In 1983 was de
uitvoer van
36
waterstoffluoride nog niet verboden, maar het bedrijf
had zich bewust kunnen
zijn van ‘mogelijke kwalijke toepassingen’. 115
In hetzelfde jaar kondigen Amerikaanse
Golfoorlogsveteranen aan
schadevergoeding te eisen van bedrijven die
grondstoffen voor chemische
strijdmiddelen hebben geleverd aan Irak. Naar eigen
zeggen lijden zij aan
ziektes als gevolg van deze chemicaliën. Het proces
zal zich in eerste instantie
beperken tot Amerikaanse bedrijven. Advocaat Gary
Pitts hoopt ooit achter
Melchemie en andere bedrijven aan te gaan. Volgens hem
heeft het
Nederlandse bedrijf ruim 3.000 ton chemicaliën voor
gifgas aan Irak geleverd.
“Het Britse bedrijf ICI heeft [omdat ze wisten waar
Irak mee bezig was]
geweigerd om mee te werken aan de plannen van de
Iraakse dictator. Daarna is
Irak pas naar Melchemie gestapt.”, aldus Pitts.116 In een uitzending van Nova,
eind april 2005, kondigt hij aan dat er nu inderdaad
plannen zijn voor een
procedure tegen Melchemie. Hij zegt: “Elk bedrijf dat
deze chemicaliën
verkocht, wist dat ze voor gifgas konden worden
gebruikt”. Die juridische
procedure is begin 2007 echter nog niet van start
gegaan. Arend Meerburg,
voormalig wapenexpert van het ministerie van
Buitenlandse Zaken, zegt in
diezelfde uitzending “En er waren ook bedrijven bij
die kon het helemaal geen
hol schelen – of één bedrijf in ieder geval – wat ze
leverden. Als ze maar geld
konden verdienen.”
Ingenieurs uit Terneuzen
Het ingenieursbureau KBS uit Terneuzen (tegenwoordig
Bravenboer en
Scheers BV) is het tweede Nederlandse bedrijf dat
zeker grondstoffen voor
gifgassen aan Irak leverde. Het bedrijf komt voor in
het geheime VN-rapport.117
Het bedrijf levert in 1983 500 ton thiodiglycol aan
Irak, dat waarschijnlijk
gebruikt is voor de productie van mosterdgas.
Daarnaast levert KBS
aanzienlijke hoeveelheden thionylchloride – eveneens
te gebruiken voor de
productie van mosterdgas, en natriumcyanide (NaCN) –
een basisstof voor
blauwzuurgas118.
Van deze stoffen staat alleen thiodiglycol – en pas
vanaf 1984 - op de lijst
van chemicaliën waarvoor een exportvergunning nodig
is. Natriumcyanide
heeft het dankzij hardnekkig verzet van Economische
Zaken niet gehaald tot
deze lijst. Er zijn aanwijzingen dat blauwzuurgas is
gebruikt bij de aanval op de
Noord-Iraakse stad Halabja waarbij 5000 Koerden
stierven. De aanval vond
plaats in 1988, dus ruim na de levering door KBS.
Zekerheid over de inzet van
blauwzuurgas valt overigens niet te geven; het is
mogelijk dat de aangetroffen
cyanidesporen afkomstig zijn van tabun, een ander
gifgas, of zelfs dat het Iran
was dat blauwzuurgas inzette119.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
37
In februari 1984 treft de douane in New York in een
loods van KLM 74 vaten
kaliumfluoride aan, bestemd voor het Iraakse State
Establishment for Pesticides
Production SEPP in Bagdad, dat fungeerde als
mantelorganisatie voor de
aanschaf van basisstoffen voor gifgas. De vaten zijn
afkomstig uit Nashville,
van een Amerikaans-Iraakse zakenman, Sahib Abdul Amir
Haddad van Al
Haddad Brothers Trading Company120. Het zou hierbij gaan om een via KBS
verlopen order.121
Wanneer Van Velzen (SP) over de kwestie in 2006
Kamervragen stelt,
blijkt uit de dossiers niet dat een KLM-vliegtuig met
chemische stoffen in de
periode door de Amerikaanse autoriteiten is
opgehouden. Dat antwoord
omzeilt bovengenoemd gegeven – het ging om een loods,
niet om een vliegtuig
van de KLM.
Wanneer KBS in het voorjaar van 1984 weer een
omvangrijke order voor
thiodiglycol binnenkrijgt, slaat het deze af op advies
van het ministerie van
Buitenlandse Zaken af. Over de vraag wie contact heeft
opgenomen met wie,
verschillen de lezingen. Directeur Bravenboer,
toenmalig directeur van KBS,
zegt daarover in 1985 tegen Vrij Nederland: “Wij
kregen indertijd nogal wat
orders uit Irak voor bestrijdingsmiddelen, gassen en meer
van die troep. Ik
vertrouwde het niet helemaal en ben naar TNO gegaan om
me te laten
vertellen wat zoal de mogelijkheden waren om er iets
mee te doen. Toen bleek
inderdaad dat er van alles mee kon worden uitgehaald.
We hebben daarna in
overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken alle
opdrachten
afgezegd.”122 De Iraakse boodschappenlijst die in maart 1984 bij KBS
binnenkomt omvatte honderden tonnen thiodiglycol,
fosforoxychloride,
trimethylfofiet en potassiumfluoride Om KBS te
overreden om alsnog te
leveren had dr. Al-Ani van de SEPP kort nadien per
telex laten weten dat de
chemische stoffen slechts gebruikt zouden worden om
“rubber, medicijnen,
pesticiden, kunstmest, papier, suiker, plantaardige
olie, accu's, droge batterijen
en petrochemicaliën” te maken.
Al Ani was een jaar eerder nog met een team van de
SEPP naar
Terneuzen afgereisd voor de bestelling van 500 ton
thiodiglycol. 123
Een woordvoerder van Buitenlandse Zaken claimt dat het
eerste contact van de
kant van zijn ministerie komt: “We hebben de lijst
strategische goederen die
niet zonder vergunning mogen worden uitgevoerd,
aangepast en uitgebreid en
zijn voorafgaand de bedrijven die met Irak handel
drijven langsgegaan en
hebben ze gevraagd zich zorgvuldig op te stellen. Daar
hoorde ook Bravenboer
bij en ik moet zeggen dat die zich op een loyale
manier heeft opgesteld”.124
In de al eerder genoemde Nova-uitzending van 26 april
2005, komt
Bravenboer telefonisch aan het woord. Hij zegt onder
meer: “Op een gegeven
38
moment zijn we in contact gekomen met Buitenlandse
Zaken. Toen vertelden
ze ons dat [de grondstof] eventueel ook gebruikt kon
worden voor strijdgas.
Toen we dat hoorden sloegen we steil achterover. We
hebben alle orders
gecanceld.” Dat eerder genoemde telex van dr. Al-Ani
van de SEPP mag voor
de grote thiodiglycol-order niet meer baten.125
Het lijkt erop dat KBS sindsdien geen stoffen meer aan
Irak geleverd heeft
zonder overleg met het ministerie van Buitenlandse
Zaken. Het bedrijf blijft,
nadat exportmanager M.L. Sakhel een bezoek aan Irak
heeft gebracht, wel
kleine hoeveelheden chemische stoffen leveren,
waaronder dimethylamine en
isopropanol, grondstoffen voor tabun en sarin. Voor
beide stoffen is geen
uitvoervergunning nodig.126
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Uitvoerverbod
Wanneer er na de oorlog tegen Irak in 2004 in de pers
berichten verschijnen
over Nederlandse bedrijven die stoffen geleverd zouden
hebben voor het
chemische wapenprogramma van Irak, duikt hierbij de
naam van KBS ook
weer op. SP-Kamerlid Van Velzen vraagt de regering om
KBS alsnog voor deze
leveranties te vervolgen. Minister Donner van Justitie
antwoordt dat “navraag
heeft uitgewezen dat het bedrijf KBS […] nimmer
voorwerp van
(strafrechtelijk) onderzoek is geweest. Mogelijke
overtredingen van
uitvoerverboden door dit bedrijf zijn inmiddels
verjaard en kunnen derhalve
niet meer door het Openbaar Ministerie worden
vervolgd”.127
Een nieuwe serie vragen over hetzelfde onderwerp,
levert een gelijkluidend
antwoord op van minister Donner: “De
exportactiviteiten van de bedrijven KBS
en Melchemie [zijn] in de jaren tachtig onderwerp
geweest van verschillende
onderzoeken door de Economische Controle Dienst. […]
Ter zake van de
mogelijk door KBS begane overtredingen van
uitvoerverboden kan worden
opgemerkt dat het recht om te vervolgen, gelet op het
verstrijken van de tijd,
inmiddels is verjaard. Bovendien heeft het Openbaar
Ministerie geen
aanwijzingen voor het feit dat KBS grondstoffen aan
Irak ten behoeve van de
vervaardiging en gebruik van gifgas in een
oorlogssituatie heeft geleverd,
zodat het niet mogelijk is KBS te vervolgen voor
oorlogsmisdrijven”128. Voor
minister Donner is daarmee de kous af. Dat is
opmerkelijk, want de leveringen
van grondstoffen voor chemische wapens zijn bewezen,
ook al waren ze op
grond van de uitvoerwetgeving niet illegaal.
Vervalste papieren
Vanaf 1984 is de Nederlandse zakenman Frans van Anraat
Irak’s belangrijkste
leverancier van chemicaliën.129 In 1989 stelt de Amerikaanse justitie
hem in
39
staat van beschuldiging voor het leveren van
thiodiglycol, een grondstof voor
mosterdgas, aan Irak, Iran en Jordanië130. Het zou tussen 1984 en 1988 gaan om
duizenden tonnen, die hij eerst kocht in Japan, bij de
firma Toyo Kasei Kogyo
Co, en later in de Verenigde Staten, bij groothandel
Alcolac uit Baltimore.
Omdat thiodiglycol vanuit de VS alleen met een
vergunning vervoerd mag
worden en slechts naar Canada en enkele Europese
landen, werkt Van Anraat
met vervalste papieren. Na aankomst in Europa wordt de
stof onder een
andere naam en in andere containers overgeslagen. De
opgegeven
eindbestemming is meestal Zwitserland of Singapore,
maar in werkelijkheid
wordt er gevaren naar Jordanië, waarna de lading over
land verder gaat naar
Irak131. Eind jaren tachtig zou Van Anraat via allerlei bedrijfjes de enige
leverancier van grondstoffen voor gifgas aan Irak
zijn, zo stelt het Openbaar
Ministerie tijdens de rechtszaak die in 2005 tegen hem
gehouden werd.132
Vlucht naar Irak
Van Anraat wordt in januari 1989 in Milaan
aangehouden, maar weet tijdens
een voorlopige vrijlating te ontvluchten naar Irak.133 Het duurt veertien jaar
voordat hij opnieuw aangehouden wordt. Een groot deel
van die
tussenliggende tijd leidt hij een comfortabel leven in
Bagdad als beschermeling
van het Iraakse regime. Hij krijgt zelfs een Iraaks
paspoort, met een valse naam.
Volgens de Amerikaanse douane gaat hij tijdens zijn
verblijf in Bagdad door
met het kopen van grondstoffen voor gifgassen.134 In totaal zou het om 36
leveranties van in totaal 2360 ton zijn gegaan.135 Omdat zijn internationale
contacten verouderen, belandt hij tenslotte op een
zijspoor.
Hij geniet in Irak enige internationale
belangstelling. Zo wordt hij in 1997
ondervraagd door UNSCOM. In december van datzelfde
jaar ontvangt het
Nederlandse ministerie van Justitie een Amerikaans
verzoek tot aanhouding
van Van Anraat, met het oog op uitlevering. Drie jaar
later wordt het zonder
opgaaf van reden ingetrokken. Na de Amerikaans-Britse
aanval in 2003 wordt
het hem te heet onder de voeten. Hij krijgt een
laissez passer van de
Nederlandse ambassade, en gaat in Amsterdam wonen.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Beschermd door de AIVD
De Nederlandse overheid legt Van Anraat geen strobreed
in de weg. Volgens
zijn advocaat Jan Peter van Schaik, wordt hij direct
na aankomst in Nederland
opgevangen door de AIVD. In ruil voor informatie zou
deze dienst huisvesting
voor hem geregeld hebben. Hij verblijft naar verluidt
zelfs in een 'safe house',
wat de regering overigens ontkent136. Na enige tijd blijkt de informatie van
Van
Anraat echter nauwelijks bruikbaar voor de AIVD.137 De Kamer stelt in 2005
vragen over de relatie tussen AIVD en Van Anraat, maar
die worden echter
40
niet of nauwelijks beantwoord, omdat “de AIVD [...]
verplicht [is] zijn bronnen
geheim te houden”, aldus minister Donner. “De vraag of
een bepaald persoon
een contact van de AIVD is of is geweest, wordt daarom
niet publiekelijk
beantwoord.”138
In eerste instantie lijkt het erop dat justitie het er
bij laat zitten. Wim de Bruin,
woordvoerder van het landelijk parket in Rotterdam,
zegt nog in de herfst van
2004: “Hij zal niet strafrechtelijk worden vervolgd.
Er is geen sprake van
strafbare feiten volgens het Nederlands recht139. Bij beantwoording van
Kamervragen over de mogelijkheden om Van Anraat alsnog
te vervolgen gaat
de regering de fout in. Zo antwoordt minister Johan
Remkes van Binnenlandse
Zaken dat voor de levering van thiodiglycol tussen
1984 en 1989 geen
uitvoervergunning nodig is. Dat is onjuist, en later
biedt staatssecretaris Van
Gennip van Economische Zaken hiervoor de Kamer excuses
aan. Van Anraat
kan echter nog steeds niet vervolgd worden, nu omdat
het misdrijf volgens
minister Donner van Justitie verjaard is. Wel wordt er
nog onderzoek gedaan
naar de mogelijke schending van ander recht door Van
Anraat.
Oorlogsmisdaden
Terwijl de AIVD en Binnenlandse Zaken Van Anraat als
mogelijke bron nog
willen beschermen, begint Justitie eind 2004 een
onderzoek.140 De reden
hiervoor zouden uitlatingen van Van Anraat in een
interview met het tvprogramma
Netwerk op 6 november 2003 zijn geweest, waarin hij
zegt dat hij
onmiddellijk na het zien van de verschrikkingen van
Halabja is opgehouden
met zijn thiodiglycol leveranties. In een eerder
interview met de GPD,
persbureau voor de regionale dagbladen, deed hij al
voor hemzelf belastende
uitspraken. “Ik kreeg een verzoek tot levering van
spul waar zij niet aan
konden komen en ik wel [thiodiglycol]. […] Mijn
gesprekspartners in Irak
waren van het ministerie van oliezaken. Er was een
duidelijke link met de
civiele sector. Pas in de laatste fase, toen er ook
een hoge militair van de
Samarra Drug Industry kwam meepraten, begon ik te
voelen dat er meer aan
de hand was. Ik zal eerlijk zijn: ik heb toen een
innerlijk goedpraatmechanisme
op gang gebracht. Als alle landen dat spul hebben,
waarom zou Irak daar dan
geen recht op hebben? Het ging toch ook om
zelfverdediging?”141 Van Anraat
doet deze publieke uitspraken, omdat hij bescherming
geniet van de AIVD en
hem meerdere malen verzekerd was dat het niet mogelijk
was hem nog te
vervolgen. Van Anraat’s advocaat vermoedt dat Van
Anraat erin is geluisd.
GPD journalist Alexander Münninghoff kwam namelijk op
instigatie van een
tussenpersoon, mogelijk een AIVD liaison, met Van
Anraat in contact. Via
Münninghoff komt Netwerk vervolgens met Van Anraat in
contact.142
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
41
Justitie houdt hem op 6 december 2004 toch aan, op
verdenking van
overtreding van de Wet Oorlogsstrafrecht en
medeplichtigheid aan genocide.
Kennelijk vertrouwde Van Anraat het al niet helemaal,
want wanneer hij
aangehouden wordt, staat hij op het punt Nederland te
ontvluchten met een
pas aangevraagd paspoort, dat hij nog zonder problemen
wist te krijgen.
Justitie bereidt de zaak grondig voor. Delen van het
geheime FFCD-rapport
worden opgenomen in het strafdossier en er worden
tientallen getuigen
gehoord, waaronder slachtoffers van de
gifgasaanvallen. De zaak komt voor
het eerst voor de rechter op 21 november 2005.143 Van Anraat geeft toe
chemicaliën geleverd te hebben, maar zegt dat hij niet
wist waarvoor ze
gebruikt werden. Die bewering is door zijn eerdere
publieke optreden niet vol
te houden. Officier van Justitie Fred Teeven zegt in
zijn requisitoir dat Van
Anraat nog tot kort voor zijn arrestatie door de
Italiaanse politie, op 17 januari
1989, bezig was te onderhandelen over thiodiglycol.
Dat is ruim na de aanval
op Halabja, die plaatsvond in maart 1988.
Op 23 december veroordeelt de rechtbank in Den Haag
Van Anraat wegens
medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden144. Volgens de rechtbank wist hij, of
had hij moeten weten, dat de door hem geleverde
chemicaliën voor gifgas
gebruikt werden. Ook was het volgens de rechtbank
zeker dat chemische
wapens met door Van Anraat geleverde grondstoffen
daadwerkelijk ingezet
zijn door Irak. Medeplichtigheid aan genocide acht de
rechtbank echter niet
bewezen. Van Anraat wist immers van tevoren niets af
van de aanvallen op
Halabja en de Koerdische bevolking. Pas na de aanval
op Halabja op 16 maart
1988 besteden de internationale media uitgebreide
aandacht aan het lot van de
Koerden in Irak. Er is geen bewijs dat Van Anraat op
de hoogte was van de
plannen van de Iraakse regering.
Desondanks wordt hij conform de eis van het Openbaar
Ministerie veroordeeld
tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijftien
jaar. In de motivering
voor de strafmaat zegt de rechtbank onder meer: “Vast
is komen te staan dat
verdachte bewust en uit louter winstbejag een
essentiële bijdrage heeft
geleverd aan het chemische wapenprogramma van Irak in
de jaren tachtig van
de vorige eeuw. Zijn bijdrage heeft een groot aantal
met mosterdgas
uitgevoerde aanvallen op weerloze burgers mogelijk
gemaakt, althans
vergemakkelijkt. Deze aanvallen vormen zeer ernstige
oorlogsmisdrijven. De
medeplichtige kan zijn medeplichtigheid aan dit soort
oorlogsmisdrijven
uiteraard niet wegredeneren door zich erop te beroepen
dat het niet zijn
beslissing is geweest chemische aanvallen uit te laten
voeren en evenmin door
zich erop te beroepen dat deze misdrijven ook zonder
zijn bijdrage zouden
42
hebben plaatsgehad, omdat dan zeker een ander deze
bijdrage voor zijn
rekening zou hebben genomen.
De aanvallen hebben de dood van veel mensen
veroorzaakt en de talrijke
overlevenden veel leed toegebracht, waaronder het
gemis van overleden
kinderen, echtgenoten en familieleden, alsmede zeer
ernstige, in veel gevallen
met het verstrijken van de tijd verergerende,
gezondheidsklachten. De
overlevenden hebben dit leed nu reeds vele jaren
onverminderd moeten
dragen en zullen dit hun hele verdere leven moeten
blijven doen […] Van spijt,
inkeer of mededogen van de zijde van verdachte is de
rechtbank overigens in
het gehele onderzoek niets gebleken.”
Zowel Van Anraat als het Openbaar Ministerie gaan in
hoger beroep.145 Het
Openbaar Ministerie wil toch een veroordeling wegens
medeplichtigheid aan
genocide zien. Het zou daarvoor voldoende zijn dat Van
Anraat had kunnen
weten dat door zijn handelen genocide werd gepleegd.146 De advocaten van
Van Anraat wilden in het hoger beroep van - de
inmiddels geëxecuteerde -
Saddam Hoessein horen of hij de handelaar kende en
welke relaties hij
onderhield met leveranciers van grondstoffen voor
gifgas.147
De politiek reageert verheugd op de veroordeling. “Als
blijkt dat in hoger
beroep blijft staan dat Van Anraat schuldig wordt
bevonden aan
medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden, dan is een hoge
straf op zijn plaats”,
zegt VVD-Kamerlid Hans Van Baalen. Krista van Velzen
van de SP hoopt dat
de veroordeling een vervolg krijgt in meer processen:
“Er waren vele bedrijven
en individuen betrokken bij de handel in bestanddelen
van
vernietigingswapens.”148 Voorlopig lijkt het er echter op dat Van Anraat, met
betrekking tot Irak, de enige Nederlander blijft
waartegen een proces werd
aangespannen. Wel wordt met zijn rechtszaak de deur
voor de vervolging en
veroordeling van andere in het buitenland opererende wapenhandelaren
open
gezet. Zo wordt in juni 2006 Guus Kouwenhoven tot acht
jaar veroordeeld voor
wapensmokkel naar Liberia, de maximale straf die daar
op staat.149
Melchemie, KBS en Van Anraat hebben bij elkaar enorme
hoeveelheden
grondstoffen voor gifgassen aan Irak geleverd. Volgens een
schatting van
voormalig UNSCOM-inspecteur Cees
Wolterbeek hebben die drie zo’n 45
procent van de grondstoffen voor Irak’s
chemische wapenprogramma
geleverd.150 Van deze wapens zijn duizenden mensen, militairen en
burgers,
het slachtoffer geworden. Dit kan met recht een zwarte
bladzijde in de
geschiedenis van de Nederlandse (wapen)handel genoemd
worden.
De leveringen waren volgens de destijds geldende
Nederlandse
exportwetgeving deels legaal en deels illegaal. Door
het laat instellen van
43
exportbeperkingen en de beperkte reikwijdte hiervan,
liet de Nederlandse
regering bedrijven de mogelijkheid om grondstoffen
voor gifgassen naar Irak
uit te voeren. De dubieuze rol die Nederland gespeeld
heeft ten aanzien van
het chemische wapenprogramma van Irak staat in schril
contrast met de
internationale voortrekkersrol op het gebied van
beperkingen op wapenhandel
waarop Nederland zich vaak beroept.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
44
Bijlage 1 –Verdrag Chemische Wapens
In 1997 werd het internationale Verdrag Chemische
Wapens dat tot doel had de
verspreiding van chemische wapens en hun productie te
verbieden, van kracht.
Verder voorziet het in de vernietiging van bestaande
voorraden chemische
wapens. Nederland behoorde tot de eerste groep van
ondertekenaars.
Het Chemische wapenverdrag definieert Chemische wapens
als volgt:
1. Giftige stoffen en hun voorlopers, die niet zijn bestemd voor doeleinden
die
ingevolge het verdrag zijn toegestaan, tenzij het
betreft hoeveelheden die
met die doeleinden niet in overeenstemming zijn;
2. Munitie en andere inzetmiddelen, ontworpen om de dood of andere schade
te veroorzaken door de toxische eigenschappen van
giftige stoffen, die
kunnen vrijkomen als gevolg van het gebruik van
zodanige munitie en
andere inzetmiddelen;
3. Uitrusting
ontworpen voor gebruik dat rechtstreeks verband houdt met het
gebruik van munitie en andere inzetmiddelen.”151
Onder giftige stoffen wordt verstaan: “stoffen die
door hun fysische of
chemische inwerking op (…) mensen en dieren de dood,
tijdelijke
functieaantasting of blijvende schade kunnen
veroorzaken”. Voorlopers zijn
“chemische reagentia die zijn betrokken bij (…) de
productie van een giftige
stof, (…), waartoe mede behoren hoofdbestanddelen van
binaire of
verscheidene bestanddelen bevattende chemische
systemen”. Kort gezegd
komt het erop neer dat chemische wapens chemische
stoffen zijn, die nietexplosief
zijn en gebruikt worden om mensen buiten gevecht te
stellen, te
verwonden of te doden.
Chemische wapens werden voor het eerst gebruikt in de
Eerste Wereldoorlog.
Zowel Duitsland als Frankrijk en de Verenigde Staten
zetten onder meer
chloorgas, mosterdgas en fosgeen in.152 Honderdduizenden mensen werden
gedood of gewond, vaak met levenslange schade voor hun
gezondheid. Deze
gevolgen leidden ertoe dat in 1925 het Genève Protocol153 werd ondertekend,
dat een universeel verbod op het gebruik van deze
wapens instelde. In 1929
werd het verdrag bekrachtigd. Het Genève Protocol zegt
niets over de
productie, opslag of verhandeling van chemische
wapens. Een verbod daarop
werd pas vastgelegd in het Verdrag Chemische Wapens
van 1997. In Den Haag
is de Organisation for the Prohibition of Chemical
Weapons (OPCW) gevestigd,
die toezicht houdt op de naleving van dit verdrag154. Verbod of niet, chemische
wapens zijn sinds 1929 regelmatig ingezet (tabel 4).
45
Jaar Land
1936 Italië zet mosterdgas in tegen
Ethiopiërs bij de inval in Abessinië
1937-1945 Japan gebruikt chemische wapens in China
1942 - 1945 Zyklon B in de gaskamers van de nazi's
1962 - 1970 Traangas en vier typen
ontbladeringsmiddelen, waaronder Agent Orange, door de Verenigde
Staten in Vietnam
1963 - 1967 Egypte gebruikt fosgeen en mosterdgas
tegen Jemen
1975-1983 Mogelijk gebruik van Yellow Rain door
Sovjetgesteunde troepen in Laos en Cambodja
1979 De Verenigde Staten beschuldigen de
Sovjet-Unie van het gebruik van Yellow Rain in
Afghanistan
1982-1988 Irak gebruikt chemische wapens in de
oorlog tegen Iran
1987 Libië zet kleine hoeveelheiden
mosterdgas in tegen Tsjaadse troepen
1987-1988 Irak gebruikt chemische wapens tegen
Koerden in eigen land
2004 November: de Verenigde Staten zetten
witte fosfor in bij een aanval op Fallujah (Irak). Ze
worden ervan beschuldigd dat deze inzet
ook tegen de burgerbevolking gericht was155
Tabel 4: gebruik
van chemische wapens sinds 1929156
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Dubieuze export
Hoewel het sinds 1997 verboden is chemische wapens te
bezitten, zijn er nog
zo’n vijftien landen waarvan een sterk vermoeden
bestaat dat ze hun
chemische wapenprogramma niet volledig hebben gestopt:
Algerije, China,
Cuba, Egypte, Ethiopië, Iran, Israël, Myanmar (Birma),
Noord-Korea, Pakistan,
Rusland, Soedan, Syrië, Taiwan en Vietnam157.
Daarnaast zijn er landen die hun chemische
wapenprogramma hebben
stopgezet, maar hun voorraden mogelijk nog niet
volledig vernietigd hebben.
Het gaat om de volgende landen: Canada, Duitsland,
Frankrijk, India, Irak,
Italië, Japan, Joegoslavië, Libië, Groot-Brittannië,
Verenigde Staten, Zuid-Afrika
en Zuid-Korea.158
Van bovengenoemde landen hebben Egypte, Irak, Israël,
Myanmar,
Noord-Korea en Syrië het verdrag niet geratificeerd,
net als acht andere
staten.159
Ook vandaag de dag worden vanuit Nederland veel
chemische stoffen
geëxporteerd; een deel daarvan kan gebruikt worden
voor het maken van
chemische wapens. Voor dergelijke dual-use stoffen is
een
uitvoervergunning160 nodig. In 2005 werden 164 van deze vergunningen
afgegeven, allemaal voor beoogd civiel gebruik. Het is
onduidelijk of de
Nederlandse vergunningverleners op de hoogte zijn van
het daadwerkelijke
uiteindelijke gebruik van deze stoffen, zeker omdat
van controle achteraf
amper of geen sprake is, ook niet voor landen die het
Verdrag ondertekend
hebben. Onder de bestemmingen van 2005 bevinden zich
landen die mogelijk
in het bezit zijn van chemische wapens, die het
Chemische Wapens Verdrag
niet ondertekend hebben, of die bekend staan als
doorvoerhavens naar
bestemmingen waaraan Nederland zelf niet zou leveren.
46
De cijfers over 2005 zijn geen uitschieter. Een
overzichtje van de afgegeven
vergunningen in de periode 1992-2001161 (zie tabel 6) laat zien dat leveringen
aan landen met een verondersteld chemisch
wapenprogramma op weinig
problemen stuiten. Met name Israël en Taiwan zijn
grootafnemers, landen die
vrijwel zeker over chemische wapens beschikken of ze
aan het ontwikkelen
zijn. Ook Jemen, Kazachstan, Congo-Kinshasa (DRC) en Belarus,
met slecht
functionerende exportcontroles, zijn bijvoorbeeld geen
landen waaraan zomaar
geleverd zou moeten worden. Ze komen echter wel voor
op de lijst van landen
waarvoor uitvoervergunningen voor grondstoffen voor
chemische wapens zijn
afgegeven.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Nederland zet het handelsbelang voorop en neemt met
het verlenen van
vergunningen voor dubieuze exporten het
proliferatiegevaar voor lief. Van een
land dat gastheer is van de Organisation for the
Prohibition of Chemical
Weapons (OPCW), de verdragsorganisatie van het
Chemische Wapens
Verdrag, zou beter verwacht mogen worden.
land Chemische
stoffen waarvoor een
uitvoervergunning
afgegeven is
Aantal
vergunningen
Vergunningwaarde
(euro)
Algerije Ammoniumbifluoride
Triëthanolamine
2
1
204.685
32.742
Angola Ammoniumbifluoride 1 18.274
Dominicaanse Republiek Triëthanolamine 1
25.199
Egypte Fosforpentasulfide
Methyldiëthanolamine
2
1
292.018
138.658
Ethiopië Natriumsulfide 1 18.900
Iran Dimethylamine 1 149.760
Israël Dimethylamine
Fosforoxychloride
Methyldiëthanolamine
Triëthanolamine
Waterstoffluoride
1
2
11
1
218.604
399.912
11.034
202.500
38.621
Jordanië Triëthanolamine 2 7.130
Libanon Natriumcyanide 1 5.952
Rusland Fosforpentasulfide
Triëthanolamine
Waterstoffluoride
6
1
1
4.153.560
82
262
Soedan Natriumcyanide
Natriumsulfide
1
2
60.300
152.250
Taiwan Fosforoxychloride
Fosforpentachloride
Fosfortrichloride
21
9
1.938.339
200.091
3.193.001
Verenigde Staten Dimethylmethylfosfonaat
Trimethylfosfiet
Zwaveldichloride
3
1
1
26.013
7.507
25
Totaal 47
10.938.310
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Tabel 5:
Afgegeven vergunningen (2005) voor de uitvoer van chemische stoffen, geschikt
voor het vervaardigen
van chemische
wapens, naar landen die geen partij zijn bij het Chemische Wapens Verdrag en/of
verdacht
worden van het
bezit van chemische wapens.162
47
Ammoniumbifluoride
Benzilzuur
Dimethylmethylfosfonaat
Dimethylamine
Dimethylfosfiet
Fosforoxychloride
Fosforpentachloride
Fosforpentasulfide
Fosfortrichloride
Kaliumcyanide
Kaliumfluoride
Methylbenzillaat
Methyldiethanolamine
Natriumcyanide
Natriumfluoride
Natriumsulfide
Triethanolamine
Waterstoffluoride
Algerije 6 1 1 1
China 4 1
Dominicaanse
Republiek
1 2
Egypte 1 1 1 1 11
Ethiopië 1 7 1 1
Iran 6 1
Israël 1 31 2 1 3 15 1
Jordanië 1 4 2 1 2 10
Libië 1
Pakistan 2 6
Rusland 4 1 2 1 24 6 4 1
1
Soedan 10
Syrië 2 1 2 1
Taiwan 3 12 7 2 12 12 2
3
Verenigde
Staten
1 5
Vietnam 12
Tabel 6: Verstrekte exportvergunningen
(1992-2001) voor de uitvoer van chemische stoffen, geschikt
voor het vervaardigen van chemische
wapens, naar landen die geen partij zijn bij het Chemische
Wapens Verdrag en/of verdacht worden van
het bezit van chemische wapens.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
48
1 Seth Carus, The genie unleased: Iraq's
chemical and biological weapons production, in: The Washington
Institute policy papers, No. 14, the
Washington Institute for Near East Policy, 1989; Adel Darwish and Gregory
Alexander, Unholy Babylon: The Secret
History of Saddam's War, Victor Gollancz LTD, London, 1991;
Cordesman en McGeorge stellen dat dit programma
eind jaren '60 begon nadat Irak het effectieve gebruik van
chemische wapens door Egypte tegen Jemen
had gezien. Volgens de Britse regering vond het programma een
aanvang in 1971; Anthony Cordesman,
Creating Weapons of Mass Destruction, in: Armed Forces Journal
International 126, February 1989; Harvey
J. McGeorge, Iraq's secret Arsenal, in: Chemical and Biological
Warfare, January/February 1991; British
Government, Iraq's Weapons of Mass Destruction: The Assessment of
the British Government, 2002
2 Javed Ali, Chemical weapons and the
Iran-Iraq war: a case study in noncompliance, in: The
Nonproliferation review, spring 2001
3 Leonard Doyle, Donald Macintyre and Tom
Wilkie, Saddam's nerve gas secrets, The Independent, 4
August 1991
4 Paul Rockwell, Who armed Iraq?, San
Francisco Chronicle, 2 March 2003; zie verder het vervolg van
deze brochure
5 Een CIA-rapport stelt dat Irak al midden
jaren '70 zogenaamde 'riot control agents' inzet tegen
opstandige Koerden. Er bestaat
internationaal gezien echter geen overeenstemming over de vraag of zulke
middelen tot chemische wapens gerekend
moeten worden; CIA, CW use in Iran-Iraq war, zp, zj, vrijgegeven op 2
juli 1996
6 Gordon M. Burck and Charles C.
Flowerree, International Handbook on Chemical Weapons
Proliferation, Greenwoord Press, Westport,
1991
7 Center for Nonproliferation Studies,
Iraq: chemical chronology 1980-1989, Monterey Institute of
International Studies, April 2004
8 Gordon M. Burck and Charles C.
Flowerree, International Handbook on Chemical Weapons
Proliferation, Greenwoord Press, Westport,
1991; Ibrahim al-Marashi, Saddam's Iraq and weapons of mass
destruction: Iraq as a case study of a
Middle Eastern proliferant, in: Middle East Review of International Affairs,
Vol. 8, No. 3, September 2004; Het rapport
wordt uitgebracht op 26 maart 1984.
9 Ko Colijn en Paul Rusman, Het
Nederlandse wapenexportbeleid 1963-1988, Nijgh & Van Ditmar
Universitair, Den Haag, 1989; zie ook
verder in deze brochure; Julian Perry Robinson and Jozef Goldblat,
Chemical warfare in the Iran-Iraq war,
SIPRI, May 1984; UN Council set to condemn chemical arms use in Iran-
Iraq war, Associated Press, 30 March 1984
10 Gregory F. Giles, The Islamic Republic
of Iran and Nuclear, Biological, and Chemical Weapons, in:
Peter R. Lavoy, Scott D. Sagan, and James
J. Wirtz (eds.), Planning The Unthinkable: How New Powers Will
Use Nuclear, Biological, and Chemical
Weapons, Cornell University Press, Ithaca, 2000; Andrew Rathmell,
Iran's Weapons of Mass Destruction, Jane's
Intelligence Review – Special Report No. 6, June 1995, Anthony
Cordesman, Creating Weapons of Mass
Destruction, Armed Forces Journal International 126, February 1989
11 Jean Pascal Zanders, Iranian Use of
Chemical Weapons: A Critical Analysis of Past Allegations,
Lecture, Center for Nonproliferation
Studies, Monterey Institute of International Studies, Washington, DC, 7
March 2001. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Iran_iraq_war
12 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Irak-Iran, gebruik chemische wapens, codebericht van Van den
Broek aan de Ambassade in Bagdad, 5949,
Van den Broek 22, 2 april 1984
13 Bronnen: NTI, Iraq – chemical
chronology, 2003; Er zijn vermoedelijk veel meer gevallen van inzet van
chemische wapens door Irak geweest. In
september 1984 presenteert Iran in de Geneefse
Ontwapeningsconferentie (Conference on
Disarmament) een brochure met een overzicht van 50, meest kleinere,
Iraakse aanvallen met chemische wapens in
de periode december 1980-mei 1984. Van deze aanvallen is, met
uitzondering van de hieronder opgesomde lijst,
echter geen bevestiging vanuit internationale bronnen voor
handen Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Gebruik van chemische wapens/Iraanse brochure 'Victims of Iraqi
chemical weapons', memorandum van DIO/NN
aan DIO/OV, nr. 155/84, 12 oktober 1984; UN General
Assembly, Letter dated 28 June 1984 from
the Permanent Representative of Islamic Republic of Iran to the
United Nations addressed to the
Secretary-General, Chemical and bacteriological (biological) weapons,
A/49/333, 29 June 1984
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
14 Barbara Starr, Iraq reveals a startling
range of toxin agents, Jane's Defence Weekly, Vol. 24, No. 19, 11
November 1995
15 De tekst van deze resolutie luidt: “Decides
that Iraq shall unconditionally accept the destruction,
removal, or rendering harmless, under
international supervision, of all chemical and biological weapons and all
stocks of agents and all related
subsystems and components and all research, development, support and
manufacturing facilities related thereto.”
16 Zoals al eerder vastgelegd in
Veiligheidsraadresolutie 661 uit 1990
17 Security Council, Resolution 715
(1991), 11 October 1991
18 UNSCOM, Chronology of main events, New
York, zj
19 Jeffrey Smith, 2 Panels Reject Iraqi
Claims on Arms After Hearings in Baghdad, Experts Call Data
Unreliable, Washington Post, 20 February
1998
20 Foreign Report: Transport of Iraqi CW
From Sudan Planned, Foreign Report, 5 October 1999
21 William Rivers Pitt and Scott Ritter, War on Iraq: What Team
Bush Doesn’t Want You To Know,
Context Books, New York, 2002
22 Ewen MacAskil, Iraqi Nerve Gas 'Could
Paralyse Western Cities', The Guardian, 24 May 2000; Gulf
Weapons Proliferation Unstoppable, Middle
East Economic Digest, 23 May 2000; Jordanian Weekly: Iraqi
Opposition Movement Seizes 'Chemical
Weapon', Claims Responsibility for Attack on MKO Members, Al-
Hadath, 5 June 2000; Christina Lamb,
Saddam Stockpiling Deadly Chemical Weapons, Sunday Telegraph, 19
November 2000; U.S. Department of Defense,
Office of the Secretary of Defense, Proliferation: Threat and
Response, January 2001; Steven Lee Myers
and Eric Schmitt, Iraq Rebuilt Weapons Factories, Officials Say,
New York Times, 22 January 2001; Ian
Bruce, Revealed: Saddam's Factory of Death, Iraq Uses Castor Oil By-
Product to Make Biological Weapons, The
Herald, 15 February 2001; Georg Mascolo, Big Plans and Shoddy
Businesses, Der Spiegel, 26 February 2001;
Roger Boyes, Iraq Builds Chemical Weapons System 'Capable of
Hitting European Cities', The Times, 26
February 2001; Roger Boyes, German Spies Reveal Iraq Planning
Chemical Warfare, Calgary Herald, 26
February 2001; Missiles and Viruses Still Troubling U.N. UNMOVIC
Report, Financial Times, 2 March 2001
23 Trade Minister Denies Iraq Rebuilt
Chemical Weapons Plants, BBC, 23 January 2001; Dan Rather
Interview with President Saddam Hussein,
24 February 2003
24 Twelfth quarterly report of the
Executive Chairman of the United Nations Monitoring, Verification and
Inspection Commission in accordance with
paragraph 12 of Security Council resolution 1284 (1999), UN
document S/2003/232, 28 February 2003
25 Thirteenth quarterly report of the
Executive Chairman of the United Nations Monitoring, Verification
and Inspection Commission in accordance
with paragraph 12 of Security Council resolution 1284 (1999), UN
document S/2003/580, 30 May 2003
26 James Risen, After the war: Illegal
weapons; US asks ex-UN inspector to advise on arms search, New
York Times, 11 June 2003
27 Statement by David Kay on the Interim
Progress Report on the activities of the Iraq Survey Group (ISG)
before The House Permanent Select
Committee on Intelligence, The House Committee on Appropriations,
Subcommittee on Defense, and The Senate
Select Committee on Intelligence, 2 October 2003
28 US Steps Back from WMD Claims, BBC
News, 24 January 2004; Admit WMD mistake, survey chief
tells Bush, The Guardian, 3 March 2004
29 Saddam's WMD hidden in Syria, says Iraq
survey chief, The Telegraph, 25 January 2004
30 Comprehensive report of the Special
Advisor to the DCI on Iraq’s WMD, Central Intelligence Agency,
30 September 2004; Ook het Butler-rapport
voor de Britse regering komt tot ongeveer dezelfde conclusie;
Review of Intelligence on Weapons of Mass
Destruction, House of Commons document number HC 898, 14 July
2004
31 Deze documenten zijn vrijgegeven op
grond van een drietal verzoeken op basis van de Wet
Openbaarheid Bestuur (WOB).
32 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Afdeling Verbindingen, Iran/Irak chemische wapens, Codebericht
van Washington aan het Ministerie van
Buitenlandse Zaken, Lubbers 264, 7669, 30 maart 1984
33 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Uitvoer voorlopers van chemische wapens naar Irak, Memorandum
nr. 58/84, van DIO/NN aan AMAD via DIO/PZ
en DIO, 2 april 1984
34 De namen van bedrijven en personen zijn
in de vrijgegeven documenten veelal gewit; waarschijnlijk is
de informatie over deze bedrijven
afkomstig uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
35 Kort tevoren was in meer algemene zin
al gesproken over de uitvoer van stoffen en specifieke productieapparatuur
voor chemische wapens; in een memorandum
binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt
gewaarschuwd: “Zolang er nog geen
CW-verdrag is zijn er geen sluitende waarborgen tegen misbruik in het
buitenland van Nederlands onderzoek en van
Nederlandse produkten. Het grootste gat vormt de afwezigheid van
een verplichting een vergunning aan te
vragen voor de export van voorlopers. Hierdoor kan een Nederlands
bedrijf in beginsel onopgemerkt en langs
legale weg een belangrijke bijdrage leveren aan het verwerven van een
CW vermogen door een ander land. Maar ook
een CW-verdrag zal geen sluitende waarborgen geven. [...] Een
aantal voorlopers heeft zoveel civiele
toepassingen dat een enigszins doeltreffende controle in het kader van een
wereldwijd CW-verdrag niet haalbaar is.
[...] Wanneer we willen voorkomen dat landen (met name in de Derde
Wereld) Nederlandse voorlopers gebruiken
voor de vervaardiging van chemische wapens dan zullen we, ook
wanneer er een CW-verdrag tot stand komt,
aanvullende regels moeten stellen.” Daarvoor wordt de suggestie
gedaan “[...] de bijlage bij het
Uitvoerbesluit strategische goederen aan te vullen met bepalingen die
vergunning
noodzakelijk maakt bij uitvoer van alle
goederen waarvan vermoed kan worden dat ze voor de verwerving van
biologische of chemische wapens gebruikt
zullen worden.”; Ministerie van Buitenlandse Zaken, Beperkingen aan
militair gebruik van recombinant-DNA
technologie, memorandum van DIO/NN aan DRW/WS via DIO/OV en
DIO, Nummer 40/84, 19 maart 1984; de lijst
van 21 stoffen waar het nu om gaat is opgesteld in overleg met een
internationaal erkend deskundige Dr. Ooms,
toenmalig directeur van het Prins Maurits Laboratorium van TNO;
later betrokken bij UNSCOM.
36 Zie de bijlage voor een gedetailleerde
uitleg van dit begrip
37 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Memorandum nr. 58/84, 2 april 1984
38 Ministerie van Economische Zaken, Onder
vergunningstelling van enige chemische producten, nota aan
de Staatssecretaris, BEB/184/850, 3 april
1984
39 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Stopzetting uitvoer CW-voorlopers naar Irak, memorandum van
Dio/NN en DIO/PZ aan M via DIO/VR, JURA,
AMAD en S; Nr. 62/84, 5 april 1984
40 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Uitvoer c.q. Doorvoer voorlopers van chemische wapens naar Irak,
memorandum van Dio/NN aan AMAD via DIO/PZ,
DIO en DAV/PC, nr. 61/84, 4 april 1984
41 De namen van de producerende bedrijven
zijn uit het vrijgegeven document gewit. Het gaat
waarschijnlijk om DSM, AKZO en Shell, zo
blijkt uit: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Memorandum nr.
58/84, 2 april 1984
42 Ministerie van Economische Zaken,
Chemische wapens, nota aan de Minister van Economische Zaken,
I/BCM/C/45, 6 april 1984
43 Ministerie van Economische Zaken,
Maatregel t.a.v. de uitvoer van chemische stoffen bestemd voor de
vervaardiging van chemische
strijdmiddelen, Nota aan de Minister van Economische Zaken, BEB/184/854, 6
april 1984
44 Tweede Kamer, Handelingen, 11 april
1984
45 Zo blijkt ook uit een memorandum aan de
minister van 5 april: “De enige mogelijkheid voor snelle
maatregelen ligt derhalve in een
eenzijdige Nederlandse maatregel die vervolgens in het Europees overleg ter
sprake gebracht kan worden in de hoop dat
ook de overige lidstaten tot overeenkomstige maatregelen zullen
willen besluiten. [...] Op grond van het
bovenstaande moge ik U adviseren om het gezien het buitengewone
belang van deze zaak en de grote
Nederlandse betrokkenheid tot een eenzijdige Nederlandse maatregel te
besluiten.”; Ministerie van Buitenlandse
Zaken, Stopzetting uitvoer CW-voorlopers naar Irak, memorandum van
Dio/NN en DIO/PZ aan M via DIO/VR, JURA,
AMAD en S; Nr. 62/84, 5 april 1984
46 Ministerie van Economische Zaken,
Maatregelen t.a.v. de uitvoer van chemische stoffen bestemd voor
de vervaardiging van chemische
strijdmiddelen, nota aan de Staatssecretaris van Economische Zaken,
BEB/184/858, 12 april 1984
47 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Controle op uitvoer van voorlopers van chemische wapens,
memorandum van DIO/NN aan DGPZ via DIO/OV,
nr. 67/84, 13 april 1984
48 Staatscourant 18 april 1984: 'Tiende
wijziging Uitvoerbesluit strategische goederen 1963'; 13 april
1984; De stoffen die zijn afgevallen zijn
sodiumcyanide, dimethylamine, isopropylalcohol en kaliumfluoride
(ook wel potassiumfluoride); Ministerie
van Buitenlandse Zaken, memorandum nr. 67/84, 13 april 1984;
Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Chemische wapens, codebericht aan Brusse; PV EG, 6596, Van den Broek
58, 11 april 1984
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
49 Deze lijst bestond uit:
fosforoxychloride, dimethylmethaanfosfonaat, thiodiglycol,
methaanfosfonzuurdichloride en
methaanfosfon-zuurdifluoride. De Amerikaanse lijst was bijna identiek, alleen
stond daar kaliumfluoride op in plaats van
methaanfosfonzuurdichloride. Ko Colijn en Paul Rusman, Het
Nederlandse wapenexportbeleid 1963-1988,
Nijgh & Van Ditmar Universitair, Den Haag, 1989
50 Ministerie van Economische Zaken,
Exportcontrole chemische stoffen geschikt voor de vervaardiging
van chemische strijdmiddelen, nota aan de
Staatssecretaris van Economische Zaken, BEB/184/996, 25 april 1984
51 Ministerie van Economische Zaken,
Uitvoercontroles chemische stoffen geschikt voor vervaardiging
chemische wapens in EG, brief aan de
Minister van Buitenlandse Zaken, BEB/DMZ/AIUZ, 184/VI/1571, 7 juli
1984
52 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Uitvoercontrole sleutelvoorlopers chemische wapens, brief aan de
Staatssecretaris van Economische Zaken,
DIO/NN-220150, 10 augustus 1984
53 “Nerve gas in the Iran-Iraq war?”,
Foreign Report, 30 April 1981
54 Tweede Kamer, Beantwoording Kamervragen
over zakelijke contacten van Nederlandse autoriteiten met
het Irak van Saddam Hoessein ten tijde van
de oorlog tussen Iran en Irak, 1701, 21 juni 2006
55 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Afdeling Verbindingen, Gebruik chemische wapens in oorlog Iran-
Irak, Verzonden codebericht aan de
ambassades in Bagdad en Teheran, 55, 13903, 9 september 1983
56 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Afdeling Verbindingen, Irak-Iran, de slag om Penjwin, Ontvangen
codebericht, afkomstig van de ambassade in
Bagdad, 120, 22782, 9 november 1983
57 Ambassade in Teheran, Iran-Irak:
chemische wapens, brief aan de Minister van Buitenlandse Zaken,
4761/454, 21 november 1983
58 Argos, VPRO, 21 april 2006
59 Later (voorjaar 1984) worden er ook
Iraanse slachtoffers verpleegd in het Academisch Ziekenhuis in
Utrecht; Prins Maurits Laboratorium TNO,
onderzoek Iraanse patiënten Utrecht, brief aan het Ministerie van
Buitenlandse Zaken, 84 CR 456, 14 juni
1984
60 Ko Colijn en Paul Rusman, Het
Nederlandse wapenexportbeleid 1963-1988, Nijgh & Van Ditmar
Universitair, Den Haag, 1989
61 Nova, Leverden Nederlandse bedrijven
gifgassen aan Irak?, NPS/Vara/NOS, 26 april 2005
62 Steven Adolf en Robert van de Roer, Een
lastige klant: vijftien jaar Irakees-Nederlandse betrekkingen,
NRC Handelsblad, 15 september 1990
63 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Bezoek Staatssecretaris Bolkestein – politieke factoren, codebericht,
van chef dam, ambassade Bagdad, 22264,
Schorer 114, 3 november 1983
64 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Afdeling Verbindingen, Follow-up bezoek stat bolkestein ivm eerste
bijeenkomst gemengde commissie
nederland-irak, Ontvangen codebericht, bestemd voor Ministerie van
Economische Zaken, 490, 9 januari 1984
65 Als opgevoerd in: Argos, VPRO, 21 april
2006
66 Frits Bolkestein, Waarom was ik in Bagdad?,
Volkskrant, 10 mei 2006
67 Frank Slijper, Chemicaliën inzet voor
handel, Volkskrant, 13 mei 2006
68 Tweede Kamer, Overeenkomst inzake
economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk
der Nederlanden en de Republiek Irak;
Bagdad, 31 oktober 1983, Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken
aan de Eerste en de Tweede Kamer, 18 297
(R 1250) – Nr. 1, 9 maart 1984
69 Steven Adolf en Robert van de Roer, Een
lastige klant: vijftien jaar Irakees-Nederlandse betrekkingen,
NRC Handelsblad, 15 september 1990
70 Tweede Kamer, Overeenkomst inzake
economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk
der Nederlanden en de Republiek Irak;
Bagdad, 31 oktober 1983, Brief van het lid Beckers-de Bruijn c.s. aan de
Tweede Kamer, 18 297 (R 1250) – Nr. 2, 29
maart 1984
71 Tweede Kamer, Handelingen, 16 april
1985
72 Tweede Kamer, Overeenkomst inzake
economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk
der Nederlanden en de Republiek Irak;
Bagdad, 31 oktober 1983, Verslag Vaste Kamercommisie voor
Buitenlandse Zaken, 18 297 (R 1250) – Nr.
6, 16 november 1984
73 Later blijkt ook dat de belangstelling
van Irak in het kader van deze overeenkomst zich wel degelijk
richt op mogelijk oorlogsgerelateerde
zaken; in brief van de Iraakse ambassade in Den Haag aan de Universiteit
van Utrecht, verstuurd in april 1986,
vraagt deze om een overzicht van bijeenkomsten en conferenties op een
aantal gebieden, waaronder 'chemical',
'laser' en 'atom energy'; Gerard Legebeke, De lange weg naar een boycot –
hoe twee bewindslieden Irak aanprezen, De
Tijd, 24 augustus 1990
74 Tweede Kamer, Overeenkomst inzake
economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk
der Nederlanden en de Republiek Irak;
Bagdad, 31 oktober 1983, Nota naar aanleiding van het verslag, 18 297
(R 1250) – Nr. 7, 4 maart 1985
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
75 Bolkestein en Van Eekelen hebben het in
hun brief overigens nota bene over “mogelijk gebruik van
chemische wapens”, waar dat gebruik al
lang vastgesteld is.
76 Tweede Kamer, Handelingen, 16 april
1985
77 Steven Adolf en Robert van de Roer, Een
lastige klant: vijftien jaar Irakees-Nederlandse betrekkingen,
NRC Handelsblad, 15 september 1990
78 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Iran-Irak/chemische oorlogsvoering, codebericht van de ambassade
in Teheran, 10080, Bast 115, 23 april 1987
79 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Gebruik chemische wapens in oorlog Irak/Iran, memorandum van
DVP/NN, 23 oktober 1987
80 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Gebruik van chemische wapens in oorlog Irak-Iran, memo
DPV/NN, 7 maart 1988
81 Ministerie van Economische Zaken,
Bezoek aan Nederland van de Undersecretary of Trade van Irak, dr.
Kubais S. Abdul Fatah, brief van de
Directeur-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen aan het
Ministerie van Buitenlandse Zaken,
188/III/1505, 11 april 1988
82 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Bezoek Dr. Kubais S. Abdul Fatah, Undersecretary Ministry of
Trade, Irak (17 maart 1988), Memorandum
no. Nr. 14/88, van Sous-chef DAM aan AMAD, 17 maart 1988
83 Idem
84 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Gebruik chemische wapens door Irak, memorandum van DVP/NN
aan DVL/WO via DAM/MO en DPV, nr. 41/88,
23 maart 1988
85 Federation of American Scientists,
UNSCOM and Iraqi chemical weapons, 2 November 1998
86 G.Gordon, M. Burck and Charles C.
Flowerree, International Handbook on Chemical Weapons
Proliferation, Greenwood Press,
Connecticut, 1991
87 Tony Paterson, Leaked report says
German and US firms supplied arms to Saddam, Independent, 18
December 2002
88 Nathaniel Hurd and Glen Rangwala, U.S.
diplomatic and commercial relationships with Iraq, 1980 – 2
August 1990, Electronic Iraq, 12 December
2001
89 Bob Woodward, CIA aiding Iraq in Gulf
War; target data from U.S. satellites supplied for nearly 2
years, Washington Post, 15 December 1986.
90 Overzicht op basis van de database van
Iraq Watch (www.iraqwatch.org), een overzicht van het Center
for Nonproliferation Studies (http://www.nti.org/e_research/profiles/Iraq/Chemical/3884.html) en een in de
Tageszeitung gepubliceerde lijst, die
afkomstig zou zijn uit het geheime FFCD-dossier;
http://www.taz.de/pt/2002/12/19/a0080.1/text.
Uitgaande van de eerder genoemde 150 bedrijven is deze lijst
verre van volledig.
91 Vlaardings bedrijf bood Irak machines
voor gifgasvaten aan, Volkskrant, 26 september 1991
92 Ko Colijn en Paul Rusman, Werd er bij
Fontijne alleen metaal vervormd, of ook de waarheid?, Vrij
Nederland, 28 september 1991
93 Het zou gaan om een licentiehouder van
het Amerikaanse bedrijf Survival Technology, Inc; er worden
geen verdere bronnen genoemd; http://www.iraqwatch.org/search/view-record.asp?sc=suppliers&id=23
94 Jaap van Wesel, 'BVD werkt onderzoek
leveranties Irak tegen', Trouw, 18 december 1992, Parool, VN
laken hulp Nederland, 19 december 1992
95 Tweede Kamer, Beantwoording Kamervragen
over een mogelijke betrokkenheid van westerse landen bij
de opbouw van de Iraakse wapenindustrie,
552, 12 mei 1993.
96 De naam van het bedrijf is in de
vrijgegeven documenten gewit. Over de op handen zijn de levering was
een medewerker van de Nederlandse ontboden
op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken
97 Ministerie van Buitenlandse Zaken,
Mogelijke leverantie chemische stoffen aan Irak, codebericht aan
ambassade in Washington, 412178, Van den
Broek 246, 12 juli 1984
98 Henk Schutte, Nederland pikte een
graantje mee, Parool, 21 februari 2003
99 BBC Panorama, The secrets of Samarra,
27 October 1986; transcript zoals verzonden door de
Nederlandse Ambassade in Londen aan BuZa,
4 november 1986
100 Nederlandse bedrijven leverden Irak
grondstoffen voor chemische wapens, Nieuw Israelitisch
Weekblad, 13 februari 1987
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
101 Levering van grondstof gifgas aan Irak
beboet: Melchemie ontdook verbod, NRC Handelsblad, 16
september 1986
102 ANP, CIA tipte Nederland over verboden
export naar Irak, Volkskrant, 16 september 1986
103 Rudie van Meurs, Twee Nederlandse bedrijven
leverden de grondstof voor mosterdgas aan Irak, Vrij
Nederland, 6 april 1985
104 Dagvaarding St. De Stelling door
Höcker Rueb Doeleman advocaten, namens Hans Melchers, 18 april
2006, p.9.; Bedrijf: alleen landbouwgif
aan Irakezen geleverd, NRC Handelsblad, 2 maart 1985
105 SEPP, Letter to Melchemie, Ministry of
Industry, State Organization for Chemical Industries, ref. 891,
Baghdad, 9 March 1985
106 Levering van grondstof gifgas aan Irak
beboet: Melchemie ontdook verbod, NRC Handelsblad, 16
september 1986
107 SEPP, Letter to Melchemie, Ministry of
Industry, State Organization for Chemical Industries, ref. 891,
Baghdad, 9 March 1985.
108 Melchemie, Mededeling van Melchemie
aan de lezers van Trouw, Trouw, juli 2004
109 Dagvaarding St. De Stelling door
Höcker Rueb Doeleman advocaten, namens Hans Melchers, 18 april
2006, p.7.
110 Brief van Herman Doeleman, 4 september
2006, zoals geciteerd in: Arnold Karskens, Geen cent spijt -
De jacht op oorlogsmisdadiger Frans van
Anraat, Meulenhoff, 2006
111 Hoewel het als zodanig dus geen
offensieve functie vervult, en ook niet opgenomen is in het chemische
wapensverdrag, kan het als desinfecterend
middel wel degelijk een rol spelen bij ontwikkeling en productie van
chemische wapens en voor bescherming van
eigen troepen bij inzet van gifgassen.
112 Arnold Karskens, De consorten van Van
Anraat, Nieuwe Revu, nr. 52, december 2004
113 Dagvaarding St. De Stelling door
Höcker Rueb Doeleman advocaten, namens Hans Melchers, 18 april
2006
114 Gebruik chemische strijdmiddelen in
conflict Iran-Irak, rapport ambtelijke werkgroep BZ-EZ, bijlage
bij: Ministerie van Economische Zaken,
Maatregel t.a.v. de uitvoer van chemische stoffen bestemd voor de
vervaardiging van chemische
strijdmiddelen, nota aan de Minister van Economische Zaken, BEB/184/854, 6
april 1984
115 Arnhems bedrijf Melchemie leverde aan
Saddam, Volkskrant, 20 september 2003
116 Volkskrant, Arnhems bedrijf Melchemie
leverde aan Saddam, 20 september 2003
117 'Full Final and Complete Disclosure'
(FFCD)
118 Het FFCD-rapport noemt: in 1982 en
1983 in totaal 550 ton thiodiglycol TDG en mogelijk nog eens 850
ton; tussen 1982 en 1984 150 ton
thionylchloride (SOCL2); en tussen 1982 en 1984 600 ton sodium cyanide
(NaCN); Arnold Karskens, Geen cent spijt -
De jacht op oorlogsmisdadiger Frans van Anraat, Meulenhoff, 2006
119 Patrick E. Tyler, Both Iraq and Iran
Gassed Kurds in War, U.S. Analysis Finds, Washington Post, 3
May 1990; veel deskundigen achten de inzet
van chemische wapens door Iran overigens onwaarschijnlijk.
120 BBC Panorama, The secrets of Samarra,
27 October 1986; transcript zoals verzonden door de
Nederlandse Ambassade in Londen aan BuZa,
4 november 1986; Philip Shenon, U.S. Businessman linked to
Iraqi arms purchases, New York Times, 23
January 2003
121 Arnold Karskens, Geen cent spijt - De
jacht op oorlogsmisdadiger Frans van Anraat, Meulenhoff, 2006
122 Rudie van Meurs, Twee Nederlandse
bedrijven leverden de grondstof voor mosterdgas aan Irak, Vrij
Nederland, 6 april 1985
123 K.R. Timmerman, De Judaskus: de
waanzinnige bewapening van de Golfstaten door het Westen, de
hypocrisy en de dramatische gevolgen,
Tirion, Baarn, 1991
124 Idem
125 K.R. Timmerman, De Judaskus: de
waanzinnige bewapening van de Golfstaten door het Westen, de
hypocrisy en de dramatische gevolgen, Tirion,
Baarn, 1991
126 Grondstof voor strijdgas via
Nederlands bedrijf naar Irak, Financieel Dagblad, 5 maart 1986;
Nederlandse bedrijven leverden Irak
grondstoffen voor chemische wapens, Nieuw Israelitisch Weekblad, 13
februari 1987; In de al eerder aangehaalde
NOVA-uitzending worden delen van het FFCD-rapport getoond
waarin ook KBS voorkomt; de stoffen die
KBS volgens deze getoonde documenten heeft geleverd komen niet
voor op de lijst van stoffen waarvoor een
vergunning nodig is bij uitvoer; Nova, Leverden Nederlandse bedrijven
gifgassen aan Irak?, NPS/Vara/NOS, 26
april 2005
127 Tweede Kamer, Beantwoording
Kamervragen over de vervolging van handelaren in chemische wapens
en bestanddelen aan Irak, 1871, 15 juni
2005
128 Tweede Kamer, Beantwoording Kamervragen
over de vervolging van handelaren in chemische wapens
en bestanddelen aan Irak, 207, 25 oktober
2005
129 Zie voor een uitgebreide beschrijving
van de handel en wandel van Van Anraat: Arnold Karskens, Geen
cent spijt: de jacht op oorlogsmisdadiger
Frans van Anraat, Meulenhoff, Amsterdam, 2006
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
130 Reuters, AP, AFP, UPI, Nederlander
verdacht van handel in grondstof voor gifgas, Volkskrant, 1
februari 1989
131 Arnold Karskens, De ondergang van
Nederlands grootste oorlogsmisdadiger, Nieuwe Revu nr. 51,
december 2004
132 Telegraaf, OM: Alleen Van Anraat
leverde gifgas Saddam, 11 juni 2005
133 Scotsman, Genocide charges for
'Saddam's supply man', 7 December 2004; BBC News, Dutchman in
Iraq genocide charges 18 March 2005; Eric
Rich, Dutch authorities tracking chemicals used by Iraq: Baltimore
firm part of probe of poison gas,
Washington Post, 9 November 2005. Naar verluidt wist Van Anraat overigens te
ontsnappen dankzij een tip van de zoon van
de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Vassali, die als
leerling bij de advocaat van Van Anraat
werkte; Twee Vandaag, 3 februari 2005.
134 Arnold Karskens, 'Geen cent spijt',
Nieuwe Revu, nr. 41, 2004
135 Arnold Karskens, Informant of
slachtoffer van de AIVD, Nieuwe Revu, nr. 47, 2005
136 NOS, Van Anraat beschermd door
overheid, 17 december 2004; Tweede Kamer, Beantwoording
Kamervragen over mogelijk verblijf op een
schuiladres van de heer Van A., 772, 19 januari 2005
137 Arnold Karskens, Informant of
slachtoffer van de AIVD, Nieuwe Revu, nr. 47, 2005
138 Tweede Kamer, Beantwoording
Kamervragen over mogelijk verblijf op een schuiladres van de heer Van
A., 772, 19 januari 2005
139 Arnold Karskens, 'Geen cent spijt',
Nieuwe Revu, nr. 41, 2004
140 Marc van den Eerenbeemt en Weert
Schenk, Verdachte handelaar Van Anraat was tevens informant van
AIVD, Volkskrant, 20 december 2004
141 Alexander Münninghoff, Vluchten in
wroeging, Haagsche Courant, 10 mei 2003
142 AIVD liet Frans van Anraat vallen,
Nova, 1 september 2005
143 Openbaar Ministerie, Requisitoir in de
strafzaak tegen Frans Cornelis Adrianus van Anraat, 09/751003-
04, december 2005
144 Rechtbank 's-Gravenhage, Sector
Strafrecht, Vonnis in de zaak van de Officier van Justitie tegen Van
Anraat, 09/751003-04, LJN: AU8685, Den
Haag, 23 december 2005
145 ANP, OM in hoger beroep tegen Van
Anraat, Reformatorisch Dagblad, 6 januari 2006
146 Pieter Vermaas, De zaak Van Anraat: de
moedige stoffenverkoper, Opportuun, februari 2006
147 ANP, Van Anraat wil Saddam Hoessein
als getuige, 9 oktober 2006
148 ANP, Politieke partijen verheugd over
veroordeling, Volkskrant, 23 december 2005
149 Fleuriëtte van de Velde, Kouwenhoven:
acht jaar cel voor wapensmokkel, Elsevier, 7 juni 2006
150 Arnold Karskens, Geen cent spijt - De
jacht op oorlogsmisdadiger Frans van Anraat, Meulenhoff, 2006
151 Wet van 8 juni 1995, houdende regels
betreffende de uitvoering van het Verdrag tot verbod van de
ontwikkeling, de produktie, de aanleg van
voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de
vernietiging van deze wapens, artikel 1
sub e
152 Stockholm International Peace Research
Institute (SIPRI), The Problem of Chemical and Biological
Warfare, vol. 1, The Rise of CB Weapons,
Almqvist and Wiksell, Stockholm, 1971; Seymour M. Hersh,
Chemical and Biological Warfare: America's
Hidden Arsenal, Bobbs-Merrill Company, Indianapolis, 1968;
Donald Richter, Chemical Soldiers: British
Gas Warfare in World War I, University Press of Kansas,
Lawrenceville, 1992; MAJ(P) Charles
E.Heller, Chemical Warfare in World War I: The American Experience,
1917-1918, Leavenworth Papers no. 10, Fort
Leavenworth, KS: Combat Studies Institute, U.S. Army Command
and General Staff College, September 1984
153 'Protocol for the Prohibition of the
Use in War of Asphyxiating, Poisonous or other Gases, and of
Bacteriological Methods of Warfare'
154 Het Chemische Wapens Verdrag is niet
ondertekend door: Angola, Barbados, Egypte, Irak, Libanon,
Noord-Korea, Somalië, Syrië en Taiwan. Wel
ondertekend, maar nog niet geratificeerd hebben de Bahamas,
Centraal-Afrikaanse Republiek, de Comoren,
Congo-Brazzaville, Dominicaanse Republiek, Guinee-Bissau,
Israël en Myanmar (Birma). De VS hebben
het verdrag wel geratificeerd, maar staan geen onaangekondigde
inspecties toe.
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
155 Internationaal wordt er van mening
verschild over de vraag of witte fosfor tot de chemische wapens
moet worden gerekend; US Department of
State, Did the U.S. use 'illegal' weapons in Fallujah?, 10 November
2005; Dit is ondermeer gebaseerd op een
verhaal van een Amerikaanse ex-militair die bij de aanval op Fallujah
betrokken was; U.S. used chemical weapons
in Iraq: veteran admits: bodies melted away before us, La
Reppublica, 7 November 2005; Peter Popham,
US forces 'used chemical weapons' during assault on city of
Fallujah, The Independent, 8 November
2005; De Verenigde Staten zelf spreekt het gebruik van chemische
wapens in Fallujah tegen; US Department of
State, Did the U.S. use 'illegal' weapons in Fallujah?, 10 November
2005; Tom Regan, Did the US military use
chemical weapons in Iraq?, Christian Science Monitor, 8 November
2005; Later zou het gebruik van witte fosfor,
zij het niet tegen de burgerbevolking, toch toegegeven zijn, in een
publicatie van de Amerikaanse krijgsmacht
waarin een aantal mariniers over de inzet ervan schreven; Marine
Corps Gazette, Volume 89; Field Artillery
Magazine, March/April 2005; US used white phosphorus in Iraq,
BBC News, 16 november 2005; David Charter,
Michael Evans and Richard Beeston, Phosphorus was used for
Fallujah bombs, admits US: US Marines'
revelations caused Pentagon's change of heart, The Times, 17
November 2005.
156 Overzicht afkomstig uit: Center for
Nonproliferation Studies, Chronology of state use and biological and
chemical weapons control, Monterey
Institute of International Studies, October 2001, met een uitgebreid
notenapparaat per geval;
http://cns.miis.edu/research/wmdme/libya.htm
157 Bron: Center for Nonproliferation
Studies, Chemical and biological weapons, possession and programs
past and present, Monterey Institute of
International Studies, 9 April 2002; Anthony Cordesman, The
Proliferation of weapons of mass destruction
in the Middle East: the impact on the regional military balance,
Center for Strategic and International
Studies, Washington, 25 March 2005; US suspects China developing
biological, chemical weapons, AFP, 15
September 2006; China: chemical and biological weapons,
GlobalSecurity.org, 28 April 2005; er zijn
ook berichten dat China voorafgaand aan ondertekening van het
Chemische Wapens Verdrag zijn chemische
wapens mogelijk al heeft vernietigd; Chemical Weapons. Just
Checking, The Economist 347, 2 May 1997;
Cuba denies developing biological or chemical weapons, AP, 14
September 2006; Por Ike Seamans, No outcry
about biological weapons in Cuba, Miami Herald, 9 May 2005;
Jonathan B. Tucker and Paul F. Walker, A
long way to go in eliminating chemical weapons, Boston Globe, 1
May 2006; Egypt: chemical weapons program,
GlobalSecurity.org, 28 April 2005; Ethiopia special weapons,
GlobalSecurity.org, 28 April 2005; Het is
onduidelijk wat de huidige stand van zaken betreffende het chemische
wapenprogramma van Ethiopië is; Iran:
chemical weapons, GlobalSecurity.org, 28 April 2005; German
intelligence services see Iran possessing
biological, chemical weapons, 20 February 2005; Mark Dankof, Israel,
not Iran, the leading nuclear, biological,
and chemical weapons power in the Middle East, Al Jazeerah, 8
September 2006; Israel: Weapons of Mass
Destruction, GlobalSecurity.org, 28 April 2005; Myanmar Special
Weapons, GlobalSecurity.org, 28 April
2005; Human rights group says Myanmar likely used chemical weapons
against rebels, AP, 22 April 2005; de
huidige status van het programma van Myanmar is onbekend; North Korea:
chemical weapons program,
GlobalSecurity.org, 28 April 2005; IISS, North Korea's weapons programmes: a
net
assesment, January 2004; FAQ: nuclear
nightmare in South Asia, CBC News, 11 July 2006; er zijn weinig
concrete aanwijzingen van een chemisch
wapenprogramma in Pakistan; Rusland is met financiële steun van
ondermeer Nederland bezig het chemische
wapensarsenaal te ontmantelen; Ministerie van Buitenlandse Zaken, 4
miljoen voor vernietiging chemische
wapens, 6 november 2003; Michael Barletta, Chemical Weapons in the
Sudan: Allegations and Evidence, The
Nonproliferation Review, Fall 1998; over de status van Soedan met
betrekking tot chemische wapens bestaat internationaal
gezien veel onduidelijkheid en onenigheid; Jim Krane,
U.S. Allies also have chemical weapons,
AP, 14 April 2003; Vietnam: special weapons, GlobalSecurity.org, 28
April 2005
158 Overzicht overgenomen uit: Center for
Nonproliferation Studies, Chemical and biological weapons,
possession and programs past and present,
Monterey Institute of International Studies, 9 April 2002, met een
uitgebreid notenapparaat per land; Lybia
to give up WMD, BBC News, 20 December 2003.
159 Zie http://www.opcw.org/
160 Uitvoerbesluit Strategische Goederen,
1963
161 Over de jaren 2002 tot en met 2004
zijn helaas geen gegevens beschikbaar.
162 Bron: maandoverzichten
uitvoervergunningen voor dual-use goederen, ministerie van Economische
Zaken, 2005
Dit is achtergrond informatie
Terug link naar www.veiligebank.nl
Publicaties sinds
1 januari 2005
➢ Europese Grondwet: fundament voor de wapenindustrie.Wendela de
Vries/Martin
Broek. Uitgave CtW, mei 2005.
➢ Europese Grondwet: defensieagentschap en militair
onderzoek. Frank Slijper. Uitgave
CtW, mei 2005.
➢ Europese Grondwet: wapenlobby in Brussel. Frank Slijper.
Uitgave CtW, mei 2005.
➢ The emerging EU Military-Industrial Complex. Frank Slijper.
Uitgave Transnational
Institute/CtW, mei 2005.
➢ Analyse Nederlandse wapenexportvergunningen 2004. Frank Slijper.
Uitgave CtW,
oktober 2005.
➢ The arms industry and the EU Constitution. Wendela de
Vries/Martin Broek. Uitgave
European Network Against Arms Trade,
januari 2006.
➢ Wapens of ontwikkeling, militaire exportkredieten. Marijn
Peperkamp/Martin Broek.
Uitgave CtW, maart 2006.
➢ Onzichtbare handel. Doorvoer van wapens via Nederland. Martin Broek.
Uitgave
NOVIB, mei 2006.
➢ Kinderen buiten schot; Nederland, kleine wapens en de
gevolgen voor kinderen.
Mark Akkerman/Martin Broek. Uitgave
UNICEF, juni 2006.
➢ Nederlandse wapenleveranties aan Chili. Mark Akkerman.
Uitgave CtW, oktober
2006.
➢ Analyse Nederlandse wapenexportvergunningen 2005. Frank Slijper en
Martin Broe.
Uitgave CtW, december 2006.
➢ Financing misey with public money; European Export
Credit Agencies and the
financing of arms
trade, ENAAT Research Group, 2007.
Wordt donateur: Wapenhandel is te
belangrijk om genegeerd te worden. Wapenhandel is
onlosmakelijk verbonden met onderontwikkeling,
schending van mensenrechten en
machtsmisbruik.
Nederland levert wapens aan meer dan 100
landen over de hele wereld. De Campagne
tegen Wapenhandel doet onderzoek naar
deze handel en stapt met haar kennis naar
politiek, pers en maatschappelijke organisaties.
Op deze manier lukt het ons vaak om de
wapenhandel in te perken. Om hier mee
door te kunnen gaan doen we nadrukkelijk een
beroep doen op uw steun.
Wij zijn dan ook zo vrij u een gift te
vragen op giro 3767096 (uw gift is aftrekbaar van de
belasting. We zijn graag onafhankelijk
en willen niet volledig gebonden zijn aan
projectsubsidies en betaalde opdrachten,
omdat dit het moeilijker maakt in te springen op
de actualiteit. Donateurs zijn
daarom absoluut onmisbaar. Bij voorbaat onze dank.
Campagne tegen Wapenhandel.
Dit was achtergrond informatie
Terug naar www.veiligebank.nl