Voor info zie deze     http://www.veiligebank.com/gifgasMelchers/      of beter

{{ met de linker pijl links boven kunt U dan naar ons terug keren }}

http://www.stopwapenhandel.org/publicaties/boekenbrochures/Irakrapport.pdf

{{ Indien U pdf kunt openen op Uw computer is dat beter omdat het copieeren van pdf naar word ons niet helemaal goed gelukt is.}}

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

 

Nederland en de

chemische wapens van Irak

Campagne tegen Wapenhandel, mei 2007

Mark Akkerman

Inhoud

Inleiding 3

Ontwikkeling en gebruik van chemische wapens door Irak 5

Nederland en de chemische wapens van Irak 9

Nederland sluit handelsovereenkomst 21

Leveranties van grondstoffen en apparatuur aan Irak 29

Bijlage 1 – Verdrag chemische wapens 45

Eindnoten 49

Dit rapport over de Nederlandse betrokkenheid bij het Iraakse chemische wapens

programma is een vervolg en uitwerking van ons onderzoek voor het Radio1

radioprogramma Argos naar het exportbeleid met betrekking tot chemicaliën naar

Irak in de jaren tachtig. Bovendien is het een verdere uitwerking van dit onderzoek

in het kader van het project 'Monitoring Nederlandse wapenhandel'. Wil je meer

weten over de Campagne tegen Wapenhandel kijk dan op onze website:

www.stopwapenhandel.org

Colofon

Auteur: Mark Akkerman

Redactie: Frank Slijper, Martin Broek en Tanja IJzer

Met dank aan: Oxfam Novib en VPRO's Argos

Uitgave: mei 2007

Campagne tegen Wapenhandel

Anna Spenglerstraat 71

1054 NH Amsterdam

tel/fax: 020-6164684

giro: 3767096

e-mail: info@stopwapenhandel.org

www.stopwapenhandel.org

 


 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.com 

 

2

Inleiding

De ministeries van Economische Zaken en van Buitenlandse Zaken hebben in

2006 op verzoek van de Campagne Tegen Wapenhandel en VPRO radioprogramma

Argos documenten vrijgegeven over de export van chemicaliën en

de handelsbetrekkingen met Irak in de jaren ‘80. De documenten geven een

schokkend beeld over de uitgebreiding van de vergunningplicht bij export van

chemicaliën die bruikbaar zijn voor de productie van chemische wapens.

Beide ministeries waren het hevig oneens over de omvang van de

vergunningsplicht, zo laat een reconstructie aan de hand van tot voor kort

geheime documenten zien. Kortweg komt het conflict neer op het volgende:

Economische Zaken wil geen eenzijdige Nederlandse maatregelen nemen en

bovendien de lijst van stoffen waarvoor een vergunning nodig is, zo beperkt

mogelijk houden. Buitenlandse Zaken daarentegen dringt aan op snelle eigen

maatregelen en op een uitgebreidere lijst stoffen. Beide ministeries zitten elkaar

maandenlang in de haren en schrijven memoranda, nota’s en brieven om de

controle te verstevigen of te frustreren.

De vrijgegeven WOB (Wet Openbaarheid Bestuur)-stukken geven inzicht in de

schaamteloze strijd rond de belangen van de Nederlandse industrie en controle

op het internationale handelen ervan. Sinds het begin van de jaren tachtig is

bekend dat Irak chemische wapens bezit en er niet voor terugschrikt om ze in

te zetten. Op Nederlands initiatief neemt de Veiligheidsraad begin 1984 een

resolutie aan die het gebruik van chemische wapens veroordeelt, maar de

handel gaat gewoon door. Nederland komt pas met handelsmaatregelen in

actie, nadat het in april van dat jaar door de Amerikanen op grote Nederlandse

orders aan Irak wordt gewezen. Het ministerie van Economische Zaken doet er

vervolgens alles aan om de lijst van stoffen waarvoor een vergunningsplicht

gaat gelden zo beperkt mogelijk te houden, en het is daar redelijk succesvol in.

Het blijft daardoor mogelijk stoffen die niet op de lijst staan, maar die wel

geschikt zijn voor het produceren van chemische wapens, naar Irak te

verschepen. Ondanks de oorlog wordt er alles aan gedaan zo goed mogelijke

economische betrekkingen met het regime van Saddam Hoessein te

onderhouden. Onder het motto van strikte neutraliteit wordt daarbij maar

liever een oogje dichtgeknepen voor de gruwelijkheden die door de strijdende

partijen in het conflict worden begaan. Nederlandse economische belangen

prevaleren bij de beleidsbepaling. Buitenlandse Zaken ontbeert voldoende

overwicht op Economische Zaken. Het is een zorgwekkend beeld van de

machtsverhoudingen tussen beide ministeries en het is een van de meest

3

cynische voorbeelden van de dubbele moraal die de Nederlandse regering die

jaren heeft uitgedragen.

Nederland heeft jaren later het internationale Verdrag Chemische Wapens, dat

de verspreiding van chemische wapens, en hun productie verbiedt,

ondertekend. Toch exporteert Nederland nog steeds chemicaliën die gebruikt

kunnen worden voor het maken van gifgas naar landen die geen deel uitmaken

van het verdrag. Bovendien is de controle op het uiteindelijke gebruik vrijwel

afwezig.

De Nederlandse bedrijven en handelaren Melchemie, KBS en Van Anraat

hebben bij elkaar enorme hoeveelheden grondstoffen voor gifgassen aan Irak

geleverd. Volgens schattingen heeft Nederland zo’n 45 procent van de

grondstoffen voor Irak’s chemische wapenprogramma geleverd. Van deze

wapens zijn duizenden mensen, militairen en burgers, het slachtoffer

geworden. Dit is met recht een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis van de

Nederlandse handel. De leveringen waren volgens de geldende Nederlandse

exportwetgeving deels legaal en deels illegaal. Door het laat instellen van

exportbeperkingen en de beperkte reikwijdte hiervan, liet de Nederlandse

regering bedrijven lang de mogelijkheid om grondstoffen voor gifgassen naar

Irak uit te voeren. De dubieuze rol die Nederland gespeeld heeft ten aanzien

van het chemische wapenprogramma van Irak staat in schril contrast met de

internationale voortrekkersrol op het gebied van beperkingen op wapenhandel

waarop Nederland zich vaak beroept.

Ook nu nog zet Nederland het handelsbelang vaak voorop en neemt met het

verlenen van vergunningen voor dubieuze exporten het proliferatiegevaar voor

lief. Van een land dat gastheer is van de Organisation for the Prohibition of

Chemical Weapons (OPCW), de verdragsorganisatie van het Chemische

Wapens Verdrag, zou beter verwacht mogen worden.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.net 

 

4

Ontwikkeling en gebruik

van chemische wapens door Irak

In 1974 start Irak een programma voor de ontwikkeling en productie van

chemische wapens, maar onderzoek is mogelijk al enkele jaren eerder

begonnen.1 Begin jaren tachtig is het land in staat op beperkte schaal zenuw- en

blaargassen te produceren.2 Dit gebeurt vooral in het Muthanna State

Establishment, destijds een van de grootste productiefaciliteiten voor

chemische wapens ter wereld.3 De meeste apparatuur en grondstoffen voor dit

programma worden geleverd door Westerse bedrijven.4

In september 1980 begint een langdurige oorlog tussen Irak en Iran. De eerste

berichten over gebruik van chemische strijdmiddelen door Irak dateren van

kort daarna5; op 16 november 1980 beschuldigt Iran Irak voor de eerste keer

van de inzet van chemische wapens.6 Vanaf juli 1982 worden de berichten over

het gebruik van chemische wapens door Irak frequenter.7

Op 3 november 1983 legt Iran voor het eerst een beschuldiging tegen Irak

in verband met inzet van chemische wapens voor aan de Veiligheidsraad van

de Verenigde Naties. De VN stelt hierop een onderzoek in, dat het gebruik van

chemische wapens bevestigt.8 Op initiatief van Nederland – tijdelijk lid van de

Veiligheidsraad – geeft de Veiligheidsraad een verklaring af, waarin het

gebruik van chemische wapens veroordeeld wordt, zonder Irak overigens bij

naam te noemen.9

Iran zelf zou, volgens met name Irak en de Verenigde Staten, in een later

stadium van de oorlog ook op beperkte schaal chemische wapens ingezet

hebben, waarvan een deel op Irak veroverde munitie zou zijn.10 Bewijzen

hiervoor ontbreken echter, en deskundigen betwijfelen dan ook of het waar is.

De reden daarvoor is dat de bron van die beschuldigingen voor een belangrijk

deel vermoedens van het Amerikaanse Defense Intelligence Agency zijn11.

Nederland in de Veiligheidsraad

Het Nederlandse initiatief in de Veiligheidsraad wordt niet door iedereen

gewaardeerd. Uiteraard is Irak zelf niet gelukkig, en het kondigt aan dat dit

“zeker zijn weerslag [zal] hebben op de relatie tussen Irak en Nederland”.12

Maar ook Economische Zaken is ontstemd. Minister van Buitenlandse Zaken

Hans van den Broek (CDA) had immers beloofd “zoveel mogelijk te zullen

trachten over de Nederlandse positiebepaling t.a.v. concrete situaties

voorafgaand overleg te voeren”. Dat is niet gebeurd en volgens Economische

Zaken had er op zijn minst ‘enig vooroverleg’ moeten plaatsvinden, waarin “de

mogelijke economische consequenties van voorgenomen beleid door

5

Economische Zaken belicht [hadden] kunnen worden”. Met andere woorden:

handelsbelangen hadden moeten meewegen. En als er dan toch opgetreden

moest worden, dan liever in stilte: “de beoogde actie door de Veiligheidsraad

[had] in dit geval ook op een minder opvallende wijze door Nederland

bevorderd kunnen worden”.

Wanneer Inzet chemische wapens door Irak

Januari 1981 Dodelijk ‘Type V’ zenuwgas in Ahwaz-Dezful regio, ongeveer 100 doden

Juli 1982 Riot control agents (cs) tegen Iraanse troepen

December 1982 Start van gebruik mosterdgas tegen Iraanse troepen

1983 Testen van chemische wapens op Koerdische gevangenen

Juli 1983 Mosterdgas tegen Iraanse troepen bij Haj Umran

November 1983 Mosterdgas tegen oprukkende Iraanse troepen bij Penjwin

1984 Start gebruik zenuwgas tabun op relatief kleine schaal

Februari 1984 Aanval op Iran met mosterdgas en mogelijk met tabun

Februari/maart

1984

Mosterdgas tegen Iraanse troepen in de regio van Majnoon Island

Maart 1985 Mosterdgas en tabun tegen Iraanse troepen in de regio van Hawizah Marsh

Februari 1986 Mosterdgas en tabun tegen Iraanse troepen op het schiereiland al-Faw; er worden 8000 tot

10.000 doden gerapporteerd

December 1986 Sulfur mustard tegen Iraniërs in de regio van Umm ar Rasas

1987 20 dorpjes in de Balasan Valley bij Arbil worden door vliegtuigen van de Iraakse

luchtmacht bestookt met mosterdgas, tabun en andere zenuwgassen; dit is de eerste

Iraakse inzet van chemische wapens tegen de eigen burgerbevolking

29 juni 1987 Iran meldt dat Iraakse vliegtuigen mosterdgas hebben gegooid op tien bewoonde

gebieden in Sardasht, een overwegend Koerdische regio in het noordwesten van Iran; er

zouden tien doden en 650 gewonden, allen burgers, gevallen zijn

16-18 maart 1988 Diverse chemische wapens (mosterdgas, sarin, tabun, VX en mogelijk cyanide) tegen

Koerden in de Noord-Iraakse stad Halabja. Er vallen naar schatting 5000 dodelijke

slachtoffers

April 1988 Honderd ton sarin tegen Iraanse troepen op het Al-Faw schiereiland. In de

daaropvolgende maanden zet dit gebruik van sarin en andere zenuwgassen zich voort

17-18 april 1988 Inzet van VX tegen Iraanse troepen op het Al-Faw schiereiland

3 mei 1988 Mogelijk bombardement met chemische wapens op het Koerdische dorp Gop Tapa

Juni 1988 Ondermeer mosterdgas, cyianide en zenuwgassen op Majnoon Island

25 augustus 1988 Chemische wapens tegen Koerdische guerilla's en burgers in steden en dorpen bij de

grens met Turkije

Tabel 1 – Inzet chemische wapens door Irak 1981 – 198813

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

 

Irak vernietigt voorraden

De oorlog tussen Iran en Irak eindigt in augustus 1988 met een wapenstilstand.

In de aanloop naar de Tweede Golfoorlog (1990-1991) voert Irak nog wel enkele

testen met chemische wapens uit, maar sinds die tijd zijn er geen meldingen

meer van de inzet van chemische strijdmiddelen door Irak.14 Tijdens de Tweede

Golfoorlog valt Irak Koeweit binnen, waar het een paar maanden later uit

verdreven wordt door een internationale coalitie onder leiding van de VS.

6

Na deze oorlog legt de Veiligheidsraad Irak een aantal verplichtingen op. Een

onderdeel hiervan is volledige openheid over het chemische wapenprogramma

en vernietiging van de bestaande voorraden – resolutie 687 van 3 april 199115.

De resolutie regelt ook inspectie van de plekken waar de genoemde goederen

of activiteiten aanwezig zijn, en verbiedt Irak nieuwe chemische en biologische

wapens te ontwikkelen. Aan alle staten wordt het opnieuw verboden enig

materiaal of technologie hiervoor te leveren.16 In de Veiligheidsraad stemden 12

van de 15 leden voor deze resolutie; Cuba stemde tegen en Ecuador en Jemen

onthielden zich van stemming.

Op 18 april 1991 dient Irak de eerste verklaring over het chemische

wapenprogramma in bij de Verenigde Naties. Op 16 mei wordt deze

aangevuld. Op 9 juni voert de speciaal daarvoor opgerichte United Nations

Special Commission (UNSCOM) voor de eerste keer een chemische

wapeninspectie uit in Irak. De Commissie vindt dat Irak onvoldoende

meewerkt, en daarom eist de Veiligheidsraad vervolgens dat Irak zich aan de

opgelegde verplichtingen houdt (Veiligheidsraadresolutie 707, augustus 1991).

Op 15 oktober, in alweer een nieuwe resolutie, eist de Veiligheidsraad dat Irak

onvoorwaardelijk toegang verleent aan inspecteurs en ander door UNSCOM

aangesteld personeel.17 Irak geeft aan de verplichtingen uit de laatste resoluties

als onwettig te beschouwen en er dus niet aan te willen voldoen.18

Op 19 maart 1992 vult Irak eerdere verklaringen over het chemische

wapenprogramma aan met nieuw materiaal. Het meeste van dit ‘nieuwe’

materiaal zou, tegen opgelegde verplichtingen in, in de zomer van 1991 al

unilateraal vernietigd zijn, dat wil zeggen: zonder de internationale inspecteurs

toegang te verlenen of te informeren. In juni 1992 dient Irak zijn eerste Full,

Final and Complete Disclosure van het chemische wapenprogramma in bij de

Verenigde Naties; het rapport zal de volgende jaren verscheidene malen in

steeds verder aangevulde versies opnieuw ingediend worden. Een maand later

begint UNSCOM met de vernietiging van grote aantallen chemische wapens en

van productiefaciliteiten in Irak. In juni 1994 is het daarmee klaar, of althans

dat denkt het. Een latere opgave van Irak meldt echter nog meer te vernietigen

materiaal, onder meer bedoeld voor de productie van het zenuwgas VX.

Vernietiging daarvan is in oktober 1997 gecompleteerd, en Irak claimt dat

daarmee zijn volledige voorraad chemische wapens is vernietigd.

Het blijft onduidelijk of dit echt zo is. In februari 1998 concludeert een door

Irak uitgenodigd panel van internationale experts dat het land mogelijk nog

een clandestiene voorraad chemische wapens achter de hand houdt.19 En in juni

1999 doen er geruchten de ronde dat een deel van deze geheime voorraad naar

Soedan gesmokkeld zou zijn en daar opgeslagen ligt.20 Volgens UNSCOMinspecteur

Scott Ritter is Irak in 1998 echter al voor 90-95% van de eerder

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

7

aanwezige massavernietigingswapens verifieerbaar ontwapend en bestond

datgene wat er misschien nog wel was uit in de praktijk onbruikbare

onderdelen.21

Wanneer Irak de UNSCOM-inspecteurs (later UNMOVIC) de toegang ontzegt,

beweren diverse bronnen, waaronder voormalig UNSCOM-voorzitter Richard

Butler, dat Irak nog steeds chemische wapens heeft en faciliteiten gereed houdt

om snel nieuwe te kunnen produceren.22 Irak ontkent alle aantijgingen fel.23 In

november 2002 begint de VN weer met inspecties.24 In maart 2003 verlaten de

inspecteurs Irak alweer, op advies van de Verenigde Staten, wegens de

naderende inval.25 Tijdens de inspecties worden geen bewijzen van productie

van nieuwe chemische wapens gevonden. Wel worden opnieuw oude

voorraden vernietigd.

Na het door president Bush afgekondigde einde van de oorlog tegen Irak

in april 2003, gaat de door de Verenigde Staten ingestelde Iraq Survey Group,

onder leiding van David Kay, op zoek naar massavernietigingswapens.26 De

Groep vindt echter geen massavernietigingswapens, ook niet de chemische

wapens die Irak volgens inlichtingendiensten na de Tweede Golfoorlog weer

geproduceerd zou hebben.27 David Kay stapt, gedesillusioneerd in zijn

opdrachtgevers, op en zegt daarbij: “Ik denk niet dat ze [(nieuwe)

massavernietigingswapens in Irak] bestaan hebben. Waar iedereen over praatte

waren voorraden die na de laatste Golfoorlog geproduceerd zijn en ik denk niet

dat er een grootschalig productieprogramma was in de jaren negentig.”28 Er

wordt nog wel gesuggereerd dat Irak z'n chemische wapens in Syrië heeft

opgeslagen, maar ook daarvoor ontbreekt bewijs.29

De Iraq Survey Group concludeert in zijn slotrapport dat Irak

waarschijnlijk inderdaad in 1991 zijn chemische wapenvoorraden heeft

vernietigd en dat er geen aanwijzingen zijn dat productie ervan later hervat is.

Wel zou Irak de kennis om chemische wapens te kunnen produceren op peil

hebben willen houden.30

 

 

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

 

8

Nederland en de chemische wapens van Irak

Documenten die het ministerie van Economische Zaken en van Buitenlandse

Zaken in 2006 op initiatief van de Campagne Tegen Wapenhandel, in

samenwerking met radioprogramma Argos, hebben vrijgegeven, geven een

schokkend beeld van de handelsbetrekkingen met Irak en uitbreiding van de

vergunningplicht voor de uitvoer van chemicaliën die gebruikt kunnen worden

voor het produceren van chemische wapens.31

De ministeries lagen in de loop van 1984 flink met elkaar in de clinch over de

reikwijdte van de vergunningsplicht, zo laat een reconstructie aan de hand van

tot voor kort geheime documenten zien. Kortweg komt het conflict neer op het

volgende: Economische Zaken wilde geen eenzijdige Nederlandse maatregelen

nemen en bovendien de lijst van chemicaliën waarvoor een vergunningplicht

werd ingevoerd zo beperkt mogelijk houden. Buitenlandse Zaken daarentegen

drong aan op snelle eigen maatregelen en op een uitgebreidere lijst stoffen.

Beide ministeries zitten elkaar maandenlang in de haren en schrijven

memoranda, nota’s en brieven om de controle te verstevigen (BuZa) of te

frustreren (EZ).

Druk van de Verenigde Staten

De aandacht voor de instelling van een vergunningplicht begint met twee

codeberichten, afkomstig van de Nederlandse ambassade in Washington, in het

voorjaar van 1984. Op een ‘briefing’ meldt Deputy Assistant Secretary of State

Plack dat de Verenigde Staten op de hoogte is van orders voor chemicaliën

door Irak, die gebruikt zullen worden voor de productie van chemische

wapens. Om dit te voorkomen stellen de VS exportcontroles in, in eerste

instantie voor vijf grondstoffen. “Het is niet de bedoeling een totaal verbod van

export van de betreffende grondstoffen aan Iran/Irak in te stellen”, maar in de

nabije toekomst zouden er hoogstwaarschijnlijk geen vergunningen afgegeven

worden32.

In de marge van deze briefing vraagt Plack de Nederlandse ambassade om de

minister van Buitenlandse Zaken op de hoogte te stellen van het volgende:

“We have information from European commercial sources that Iraq is

seeking to urgently procure 500 tons of thiodiglycol from a Dutch firm,

[naam bedrijf gewit]. It is also seeking malononitril and ortho-chlorobenzaldenyde

from the same firm. We know that Iraq uses thiodiglycol to

manufacture musterd gas. Malononitril and orth-chloro-benzaldenyde are

used in the manufacture of non-lethal riot control agents. [...] It is our hope

9

that your government will be able to act to prevent the export from the

Netherlands of the thiodiglycol. We believe your government may also

consider the export of the precursors of the riot control agents to be a

matter of some sensitivity.”

Op basis hiervan onderneemt Buitenlandse Zaken direct actie, zo blijkt uit een

memorandum van 2 april 1984.33 Het ministerie neemt contact op met drie

Nederlandse bedrijven die door Irak benaderd zouden zijn voor de leverantie

van grondstoffen voor chemische wapens.34 Twee bedrijven zeggen toe de

bewuste stoffen niet meer te leveren, en het derde wil proberen lopende orders

niet geheel uit te voeren. Omdat dit laatste bedrijf veel handelscontacten met

Irak heeft, zou het graag een wettelijke maatregel zien waarop het zich

tegenover Irak zou kunnen beroepen. Hiermee legt het de

verantwoordelijkheid voor het niet nakomen van verplichtingen dus bij de

overheid.

Buitenlandse Zaken gaat op deze wens in, en stelt voor zo snel mogelijk

een beschikking af te kondigen die de uitvoer van een aantal grondstoffen voor

chemische wapens aan een vergunning bindt, 21 in totaal.35 In de toelichting bij

de beschikking staat: “Voor [een aantal] stoffen [...] zijn zeer grote orders

geplaatst bij [gewit]. De hoeveelheden zijn dermate groot dat andere

toepassingen dan productie van chemische wapens uitgesloten kunnen worden

geacht. Derhalve dienen in ieder geval deze 7 stoffen op de lijst geplaatst te

worden.”

Voor het opnemen van deze stoffen zijn dus goede redenen. Een aantal

andere stoffen zijn opgenomen omdat de Verenigde Staten en het Groot-

Brittannië dat willen. Het gaat hierbij om zogenaamde voorlopers, of

grondstoffen voor chemische wapens36. Daarnaast zijn er tien stoffen waarover

in het Chemische Wapenoverleg in Genève al vergaande overeenstemming

over de noodzaak van speciale controle bestaat. Van die tien stoffen, zijn van

acht de civiele toepassingen beperkt. Volgens Buitenlandse Zaken blijven er

dan vier stoffen over waarover men zou kunnen “twisten of een

uitvoerbeperking geen al te draconische maatregel is.”37 Deze vier stoffen zijn:

kaliumcyanide, diethylamine, diisopropylamine en natriumfluoride.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Handelsbelangen

Dan start de strijd tussen Economische en Buitenlandse Zaken. In een nota van

3 april 1984 meldt de Directeur-generaal van Buitenlandse Economische

Betrekkingen (DG-BEB) aan staatssecretaris van Economische Zaken Frits

Bolkestein (VVD) dat “de Amerikaanse regering [...] enige chemische

producten, waarvan het gebruik in Irak voor vervaardiging van gifgas wordt

aangenomen, onder vergunning [heeft] gesteld en [...] haar bondgenoten [heeft]

10

gevraagd ook maatregelen te nemen.”38 De nota meldt dat ook premier Ruud

Lubbers (CDA) voorstander is van ingrijpen.

De DG-BEB pleit ervoor niet zomaar de lijst van Buitenlandse Zaken over te

nemen. Omdat er ook andere goederen dan gifgassen met de bedoelde stoffen

gemaakt kunnen worden en er omgekeerd andere stoffen bestaan die voor

gifgasproductie aangewend kunnen worden, spreekt hij van een “derhalve vrij

willekeurig [lijstje].” Bovendien schept het “rechtsongelijkheid de uitvoer van

de ene grondstof te verbieden en die van de andere niet.”

Nog grotere problemen ziet de DG-BEB in zelfstandige Nederlandse

maatregelen zonder afstemming in de EEG: “Een uitvoerverbod van goederen

als de onderhavige valt onder de EEG-handelspolitiek, ter welker zake de

Lidstaten geen zelfstandige bevoegdheid meer hebben. Het precedent inzake

Zuid-Afrika is in deze het ernstigste probleem”, vindt hij. Omdat de regering

de Tweede Kamer eerder voorgehouden had dat Nederland niet eenzijdig een

olie-embargo en uitbreiding van het wapenembargo tegen Zuid-Afrika kon

instellen, zou het ongeloofwaardig kunnen overkomen als er wel eigen

maatregelen tegen Irak mogelijk zouden zijn. Dan zou de Kamer alsnog

vraagtekens kunnen zetten bij de onmogelijkheid van verdergaande embargo's

tegen Zuid-Afrika.

Ambtenaren van Buitenlandse Zaken zien dit niet als een probleem, omdat ‘U

[minister Van den Broek] reeds bereidheid kenbaar gemaakt [heeft] om te

onderzoeken of de werkingssfeer van het wapenembargo in de Nederlandse

wetgeving kan worden uitgebreid. Dit is niet in tegenspraak met mogelijk

eenzijdige maatregelen om productie en gebruik van chemische wapens tegen

te gaan.”39 Buitenlandse Zaken is voor eenzijdig optreden, het ministerie van

Economische Zaken wil overleg in de EEG en Benelux.

Om Buitenlandse Zaken toch enigszins tegemoet te komen, suggereert

Economische Zaken dan maar de bijlage van het Uitvoerbesluit Strategische

Goederen, waarin regels gesteld zijn ten aanzien van de uitvoer van militair te

gebruiken goederen, uit te breiden met de gewraakte stoffen in plaats een

exportverbod waarbij Irak specifiek genoemd wordt. Dat is de weg die

uiteindelijk gekozen wordt, maar niet tot grote vreugde van iedereen.

Economische Zaken doet er alles aan om de invoering van een eigen maatregel

te traineren en de inhoud ervan zo beperkt mogelijk te houden. Staatssecretaris

Bolkestein bijvoorbeeld is van begin af aan uitermate sceptisch. Op 4 april

schrijft hij met de hand op de nota van 3 april: “In geval van gerechtvaardigde

twijfel moet niet worden opgetreden.” Volgens Buitenlandse Zaken doet

11

Economische Zaken vooral moeilijk over “enkele stoffen waarin [...]

waarschijnlijk een levendige handel [bestaat] en E.Z. zou deze stoffen dus

liever niet onder controlemaatregelen brengen maar juist voor deze stoffen zijn

in Nederland orders geplaatst zodat ze in ieder geval op de lijst geplaatst

moeten worden.”40

Handgeschreven aantekening van staatssecretaris Bolkestein op de nota van 3 april 1984

“Deze zaak moet met de grootste nauwlettendheid worden gevolgd. Ingeval van gerechtvaardigde

twijfel moet niet worden opgetreden.”

Op 6 april krijgt de Minister van Economische Zaken, Gijs van Aardenne

(VVD) een nota van de Directeur-Generaal Industrie binnen het ministerie, met

daarin een overzicht van Iraakse orders in Nederland voor chemicaliën die

gebruikt kunnen worden voor de productie van chemische wapens. Het blijkt

te gaan om zeven stoffen waarvan er drie in Nederland geproduceerd worden:

natriumcyanide, dimethylamine en isopropylalcohol.41

Vervolgens pleit Economische Zaken ervoor isopropylalcohol van de lijst

af te voeren “gezien de enorme hoeveelheden die voor civiele doeleinden

gebruikt worden en de niet controleerbaarheid van de stromen van dit

materiaal.”42 De directeur van de Afdeling Organische Chemie van

Economische Zaken vindt verder dat maatregelen die door Nederland of zelfs

de EEG alleen genomen worden, weinig zin hebben als andere belangrijke

industrielanden niet meedoen. Daarbij wijst hij erop dat Buitenlandse Zaken

veel verder gaat dan de Verenigde Staten oorspronkelijk vroegen – een

beperking van slechts vijf stoffen.

Op 6 april schrijft ook de DG-BEB een nieuwe nota aan minister Van Aardenne.

Weer schrijft hij over “twijfels die bestaan omtrent de mogelijkheid van

zelfstandig optreden door Nederland alleen”. [Voor het geval de regering

voorafgaand aan een EEG-overleg toch een zelfstandige maatregel wil nemen,

voegt hij een ontwerp-Algemene Maatregel van Bestuur (AMVB) bij, waarbij

de stoffen worden toegevoegd aan de bijlage van het Uitvoerbesluit

Strategische Goederen. ]

12

Beide ministeries voeren doorlopend overleg, omdat de opvattingen over wat

er op de lijst thuishoort uiteenlopen. Economische Zaken wil de lijst beperken

tot “de producten die op zich zelf essentieel zijn voor het fabricageproces van

gifgas en vrijwel uitsluitend daartoe dienen.”43 Buitenlandse Zaken wil ook

andere stoffen toevoegen. Uiteindelijk bereikt men een tijdelijk compromis

over vijftien stoffen: minder dan de 21 die Buitenlandse Zaken wenste, maar

meer dan de vijf van Economische Zaken.

[...]

Economische zaken wil minder stoffen op de lijst – rapport ambtelijke werkgroep BZ-EZ, bijlage bij

een nota van 6 april 1984.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Kamerdebat

Op 11 april 1984 zijn chemische wapens onderwerp van een debat in de

Tweede Kamer.44 Diverse fracties spreken hun zorg uit over het gebruik van

chemische wapens door Irak en over Nederlandse leveranties die dat gebruik

mogelijk maken. Jules de Waart (PvdA) zegt: “De laatste weken zijn de

berichten over chemische oorlogsvoering steeds angstwekkender geworden.

Zo werden door de Verenigde Staten en het Rode Kruis bewijzen aangedragen

13

voor het gebruik van chemische wapens in de oorlog tussen Iran en Irak.

Bijzonder alarmerend was natuurlijk ook […] de grote bestellingen van

chemische grondstoffen die gebruikt kunnen worden voor chemische

oorlogsvoering. De minister zei dat het niet uitgesloten was, dat Nederlandse

industrieën daarbij betrokken waren. [...] Het is [...] duidelijk, dat deze

ontwikkelingen zo snel mogelijk moeten worden gestopt. [...] Een verbod op

export en wellicht zelfs op productie is natuurlijk het beste en noodzakelijk. De

tijd dringt echter en de kans moet worden benut dat het bedrijfsleven ook

zonder een van kracht zijnd verbod de export van deze stoffen zal stopzetten of

beperken.” Ria Beckers van de PPR voegt hieraan toe: “Ik heb begrepen dat de

regering bereid is, binnenkort een lijst van chemische stoffen te publiceren

waarvoor voortaan een exportvergunning nodig is. Ik vraag mij af of die

vergunning voldoende is. […] Ik vind dat wij, als wij ons druk maken over een

verdrag inzake chemische wapens, al het mogelijke moeten doen om elke

medewerking aan het feitelijke gebruik van die wapens te voorkomen.”

Ook de VVD toont zich, hoewel iets terughoudender, voorstander van

een vergunningplicht. Woordvoerder Joris Voorhoeve, dient samen met De

Waart en Ton de Kok van het CDA een motie in waarin het gebruik van

chemische wapens door Irak wordt veroordeeld. De Kok benadrukt in zijn

bijdrage afstemming in de EG: “Tot slot nog een woord van waardering voor

het voorstel van de regering om in EG-verband de export van grondstoffen

voor chemische wapens aan een vergunningenstelsel te binden. Wij hopen dat

het mogelijk zal blijken, met de EG-partners tot overeenstemming te komen.”

Jan-Nico Scholten van de groep Scholten/Dijkman (ex-CDA) vraagt of er

eventueel mogelijkheden zijn voor eigen Nederlands beleid als een

uitvoerverbod of vergunningplicht in het kader van de EG lang op zich laat

wachten.

Minister Van den Broek van Buitenlandse Zaken maakt zich eveneens

zorgen: “Ik denk daarbij uiteraard aan het feit dat onomstotelijk is vastgesteld

dat in ieder geval in de oorlog tussen Irak en Iran chemische wapens zijn

gebruikt.” Hij bestrijdt echter dat het Nederlandse bedrijfsleven willens en

wetens grondstoffen voor chemische wapens levert: “Als wij ons zorgen

maken, dan is dat omdat er leveranties plaatsvinden van chemische

grondstoffen die zich ook lenen voor toepassing in chemische strijdgassen,

maar die allerlei alternatieve aanwendingsmogelijkheden kennen en die dan

ook in het normale verkeer vrij verhandeld kunnen worden zonder dat daarop

enige vorm van verbod of enige vorm van controle bestaat. [...] Ons is het er

inderdaad om te doen een aantal gevoelige chemische grondstoffen die zeer

geschikt lijken voor de productie van chemische wapens, onder te brengen op

een lijst en aan een vergunning onderhevig te maken.” Van den Broek is

voorstander van Nederlandse actie, maar hij benadrukt dat dit in overleg met

14

de Europese partners is gebeurd: “Wij komen op geen enkele wijze in strijd met

Benelux-bepalingen dan wel met de bepalingen van het EG-verdrag, omdat wij

ons ervan hebben verzekerd dat er tussen de Tien [lidstaten van de EG]

absolute overeenstemming bestaat over de wenselijkheid om te komen tot deze

vorm van controle. [...] Wij hebben [...] uitdrukkelijk gevraagd of, in het geval

een communautaire maatregel om welke reden dan ook hier niet tot de

mogelijkheden zou behoren, er bij de partners enig bezwaar bestond tegen

nationale maatregelen dan wel maatregelen van een geringer aantal landen

tezamen, ook op nationale basis. Er is door niemand bezwaar tegen gemaakt.”

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Verzet van Economische Zaken

Terwijl voor Buitenlandse Zaken de noodzaak van een zelfstandige

Nederlandse maatregel inmiddels wel vaststaat45, blijft Economische Zaken

zich verzetten. De DG-BEB wil wachten op de uitkomsten van Europees

overleg over de beperking van de export van grondstoffen voor chemische

wapens. Daarin wordt afgesproken dat lidstaten die maatregelen willen

nemen, dit melden aan de EEG, waarna verdere coördinatie tussen experts zal

plaatsvinden. Daaruit zou dan mogelijk een gezamenlijke lijst van stoffen

komen, waaraan ook Nederland zich zou moeten houden.

Van den Broek wil daar niet op wachten en kondigt in Brussel zelfstandig

Nederlands optreden aan. De DG-BEB is furieus: “Dit is niet in

overeenstemming met het gevoerde ambtelijk overleg”, schrijft hij aan

Bolkestein, want daarin is “uitdrukkelijk […] gewezen op de noodzaak van

nadere consultatie tussen U en [in het vrijgegeven document gewist, het gaat

hoogstwaarschijnlijk om Van den Broek]. De formele beslissing ligt overigens

primair bij U (zoals bij BuZa bekend).”46

Op 13 april vindt opnieuw overleg plaats tussen de Buitenlandse Zaken

en staatssecretaris Bolkestein. Een memorandum binnen Buitenlandse Zaken

meldt ter voorbereiding: “Economische Zaken heeft er bezwaar tegen de laatste

vier stoffen op de lijst te plaatsen gezien de ruime civiele toepassing van deze

stoffen. [...] Gezien de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij de laatste

vier stoffen van deze lijst dient het, politiek gezien, aanbeveling deze vier

stoffen onder de beschikking te laten vallen. Indien dit op al te grote

economische bezwaren stuit, dan zou ik willen aanbevelen om althans de

nummers 13 [dimethylamine] en 15 [kaliumfluoride] onder de Nederlandse

beschikking te laten vallen, zodat wij zoveel mogelijk op een lijn zitten met de

Britse maatregel.”47 De tegenstand van Economische Zaken heeft succes; de lijst

stoffen waarvoor een vergunningsplicht geldt wordt beperkt tot elf48 en geldt

niet voor uitvoer naar andere EG lidstaten. Deze spoedregeling is,

vooruitlopend op een Algemene Maatregel van Bestuur, van kracht vanaf 19

april.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

 

15

Europees overleg

Op 19 april vindt vervolgens Europees overleg plaats over de exportcontrole op

chemische stoffen die geschikt zijn voor de vervaardiging van chemische

strijdmiddelen. Lidstaten zijn voorstander van maatregelen op communautair

niveau, maar slechts voor de vijf stoffen die de VS oorspronkelijk instelde49.

Ieder land kan dit lijstje op eigen initiatief nog aanvullen.50 Voor Nederland kan

de uitgebreide lijst dus gehandhaafd blijven. Kan, maar het moet niet, en daar

ziet Bolkestein een gaatje. Op 17 juli 1984 schrijft hij aan Van den Broek: “[Het]

lijkt […] mij gewenst om onze nationale uitvoercontroles voor elf producten [...]

terug te brengen tot eerdergenoemde vijf stoffen. […] Een eenzijdige

handhaving van onze uitvoercontroles voor elf stoffen ondergraaft de

argumentatie van de Regering tegen eenzijdige maatregelen inzake Zuid-

Afrika.”51

Van den Broek veegt op 10 augustus 1984 het voorstel van Bolkestein van

tafel: “De door Nederland getroffen maatregelen zijn na rijp beraad genomen.

[…] Op het eerste gezicht zijn geen politieke of andere veranderingen

opgetreden, die aanleiding geven om thans reeds af te wijken van het eerst in

april jl. genomen besluit”. Hij voegt daaraan toe dat “zoals verwacht kon

worden, aanwijzingen zijn verkregen dat Irak sleutelvoorlopers voor

chemische wapens probeert te bestellen die niet op de lijst van vijf voorkomen,

maar wel op de Nederlandse lijst van elf. […] De enige bedrijven die in de

praktijk hinder zouden kunnen ondervinden van de aanvullende maatregelen

zijn handelsfirma's die één van de stoffen aan Irak willen leveren.”52

Buitenlandse Zaken wijkt dit keer geen millimeter en op 15 november 1984

wordt het Besluit, “houdende regelen ten aanzien van de uitvoer van bepaalde

strategische goederen” afgekondigd, de ongewijzigde spoedregeling. Het

treedt in werking op 5 februari 1985.

Economische Zaken blijft ongelukkig met de uitgebreide lijst en probeert

deze ook in latere jaren nog tevergeefs te beperken.

16

Brief van staatssecretaris Bolkestein aan minister Van den Broek – 17 juli 1984

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

 

17

Vergunningsplichtige stoffen

1. Fosfortrichloride (PCl3)

2. Fosforoxychloride (POCl3)

3. Chemicaliën die de P-methyl en/of P-ethyl band bevatten

4. Methyl- en/of ethylesters van fosforig zuur

5. 3,3-dimethylbutanol-2 (pinacolyl alcohol)

6. N,N-gedisubstitueerd-B-amino ethanolen

7. N,N-gedisubstitueerd-B-amino ethaanthiolen

8. N,N-gedisubstitueerd-B-amino ethylhaliden

9. Fenyl, alkyl, of cycloalkyl gesubstitueerde glycolzuren

10. 3- of 4-hydroxypiperdine en hun afgeleiden

11. Thiodiglycol (TDG)

Tabel 2: De lijst van vergunningsplichtige stoffen volgens de Tiende wijziging van het Uitvoerbesluit

strategische goederen 1963

Nederland is op de hoogte

Hoewel uit de archieven van Buitenlandse Zaken blijkt dat het al in 1981

berichten over zenuwgasgebruik door Irak ontvangt53, schrijven minister van

Buitenlandse Zaken Ben Bot en staatssecretaris van Economische Zaken Karien

van Gennip in antwoord op Kamervragen op 21 juni 2006 dat het eerste bericht

over dit onderwerp, afkomstig van de Nederlandse ambassade in Bagdad,

dateert van 9 november 1983.54

18

Het bericht van 9 november 1983 is een antwoord op een verzoek van

Buitenlandse Zaken om informatie van 9 september dat jaar over berichten dat

Irak mogelijk chemische wapens gebruikt tegen Iran. Minister Van den Broek

schrijft hierin aan de Nederlands ambassades in Irak en Iran: “Hoewel de

Iraanse aantijgingen mogelijk niet meer dan oorlogspropaganda zijn, zou ik het

toch op prijs stellen indien u, wanneer u over nadere informatie zou

beschikken, mij hiervan in kennis zou stellen.”55 Op 9 november schrijft David

Schorer, de Nederlandse ambassadeur in Irak: “Afgaande op de Iraakse pers is

Irak vastbesloten Iran thans met alle beschikbare middelen en tegen welke

doelen dan ook [...] aan te vallen. [...]Men zou er ook uit kunnen distilleren dat

Irak zich niet meer zal ontzien wapens in te zetten die in een normale oorlog

niet worden gebruikt. Mijn Zwitserse collega wist in dit verband te melden dat

een tamelijk betrouwbare bron over aanwijzingen meende te beschikken dat

het Iraakse leger in de buurt van Haj Umran inderdaad, doch op kleine schaal,

gas had gebruikt. [...] Het gas zou afkomstig zijn geweest uit Zuid-Korea, maar

thans zou men zelf over de installaties beschikken om het te maken.”56 Op 21

november bevestigt de Nederlandse ambassade in Teheran het gebruik van

chemische wapens door Irak.57

De formele internationale vaststelling door de Verenigde Naties van het

gebruik van chemische wapens door Irak vindt pas plaats op 26 maart 1984,

aldus de regering in 2006.

In een uitzending van het radioprogramma Argos, in april 2006, vertelt Schorer

echter dat hij al in 1982 melding van het gebruik van chemische wapens had

gemaakt: “In 1982 rapporteerde ik dat er gifgassen werden gebruikt in de

oorlog. Men nam daar nota van. Om nou te zeggen dat dat met grote letters in

de pers kwam, nee, daar sliep men niet minder goed van.”58 Ook kan gewezen

worden op het feit dat al in 1983 slachtoffers van gifgasgebruik in de oorlog

tussen Irak en Iran in Europa worden behandeld.59

Colijn en Rusman schrijven in hun proefschrift over het Nederlandse

wapenexportbeleid tussen 1963 en 1988: “Hoewel in dit geval westerse

inlichtingendiensten al enige jaren gegevens hadden verzameld over de Iraakse

opbouw van productiefaciliteiten, had dat tot dan toe niet geleid tot verscherpt

toezicht op de handel in sleutelvoorlopers”.60 Ook Arend Meerburg, voormalig

wapenexpert van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt in een uitzending

van het TV-programma Nova over de eerste berichten over het gebruik van

chemische wapens door Irak: “Het was de politieke sfeer in die tijd, toen met

name de Verenigde Staten zeer pro-Irak was en anti-Iran, dat daar eigenlijk

niks mee werd gedaan met die informatie, of heel weinig. […] Wij waren

verontwaardigd als ontwapenaars, maar onze regeringen, […] liepen achter de

Amerikanen aan en deden ook niets”.61

19

De hele gang van zaken rond het ontstaan van de vergunningsplicht levert

geen fraai beeld op van de houding van Nederland. Sinds het begin van de

jaren tachtig is bekend dat Irak chemische wapens bezit en er niet voor

terugschrikt om ze in te zetten. Op Nederlands initiatief neemt de

Veiligheidsraad in 1984 een resolutie aan die het gebruik van chemische

wapens veroordeelt, maar dat heeft geen binnenlandse gevolgen; de handel

gaat gewoon door. Nederland komt pas in actie, nadat het door de Amerikanen

op grote Nederlandse orders aan Irak wordt gewezen. Het ministerie van

Economische Zaken doet er vervolgens alles aan om de lijst van stoffen

waarvoor een vergunningsplicht gaat gelden zo beperkt mogelijk te houden, en

het is daar redelijk succesvol in. Het blijft daardoor nog altijd mogelijk stoffen,

die niet op de lijst staan, maar die wel geschikt zijn voor het produceren van

chemische wapens, naar Irak te verschepen. Economische Zaken geeft de

doorslag in beslissingen en niet Buitenlandse Zaken. Het is een zorgwekkend

beeld van de machtsverhoudingen tussen beide ministeries en het is een van de

meest cynische voorbeelden van de dubbele moraal die de Nederlandse

regering die jaren heeft uitgedragen.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

20

Nederland sluit handelsovereenkomst

In oktober 1983 bezoekt Frits Bolkestein de Bagdad International Fair. Hij heeft

ontmoetingen met de Iraakse vice-premier Ramadhan en met enkele andere

ministers. Hoewel de regering zich al bewust is van het gifgasgebruik door

Irak, tekent hij tijdens dit bezoek een overeenkomst tussen Nederland en Irak

met als doel mogelijkheden voor economische en technische samenwerking te

vergroten.62

Hij vraagt tijdens het bezoek “om pleitbezorging voor concrete Nederlandse

belangen te vatten in een setting van sympathie voor het door drie jaar oorlog

beproefde Iraakse volk. Van Iraakse zijde werd hierop positief gereageerd.

Vermeld werd dat Irak nu zijn vrienden telde en dat hieruit na beëindiging van

de oorlog voor de aldus geïdentificeerde landen consequenties zouden

voortvloeien”.63 In januari 1984 dringt ambassadeur Schrorer bij het ministerie

van Economische Zaken aan op wat meer enthousiasme. Met name het

ministerie van Financiën en de Nederlandse Crediet Maatschappij (het huidige

Atradius DSB) zouden hun volle medewerking moeten verlenen aan “enige

maatregelen die, rekening houdend met de situatie van Irak, onze export naar

en de samenwerking met dit land op het economisch en politiek gewenste peil

kunnen houden.”64 Hij somt hiervoor een tiental redenen op waaronder het

economisch potentieel van Irak, gunstige ervaringen van Nederlandse

bedrijven en de politieke rol van Irak als schakel tussen het NAVO-gebied en

de Perzische Golf. Verder noemt hij “de toegenomen Amerikaanse

belangstelling voor betere betrekkingen met dit regime, onlangs tot uiting

gekomen in het bezoek van de speciale vertegenwoordiger voor het Midden-

Oosten, Donald Rumsfeld [...].” Tenslotte zou de sterke band die gegroeid is

tussen Irak en het “gematigde Arabische blok, met name Egypte”, reden zijn

waarom een “blijvende relatie met Irak goed past in het geheel van de

Nederlands-Arabische betrekkingen.”

Hoewel het eerste bericht over Iraaks gebruik van gifgassen volgens Buza en

EZ dateert uit november 1983, spelen ze een rol in de herinneringen van

Bolkestein aan zijn bezoek in oktober dat jaar. Herinneringen, die in

tegenstelling tot zijn opstelling begin jaren '80, opeens heel negatief zijn. In het

programma NOS-Laat zegt hij in 1990: “Als staatssecretaris heb ik hem

[Saddam] en zijn ministers ontmoet. Het was een luguber gezelschap. Iedereen

weet ook hoe ze de Koerden bestreden met mosterdgas.”65 In mei 2006 noemt

hij het in een ingezonden stuk in de Volkskrant, een “ongemakkelijk bezoek”

en een “lugubere bijeenkomst die ik niet licht zal vergeten”.66 Tegelijkertijd

bagatelliseert hij dual-use chemicaliën, die gebruikt kunnen worden voor

21

gifgassen, door hun civiele toepasbaarheid eenzijdig te benadrukken, waardoor

er geen exportrestricties nodig zouden zijn. Frank Slijper, onderzoeker bij de

Campagne tegen Wapenhandel, legt in een reactie de ware reden voor het

ontbreken van exportrestricties bloot: “Economische Zaken redeneerde dat

extra exportverplichtingen het belang van het bedrijfsleven teveel zou

schaden.”67 Bolkestein had destijds geen enkele reserves om dit door hem nu

als 'luguber' betitelde gezelschap de hand te schudden en er een overeenkomst

mee te sluiten. Kritiek op de overeenkomst werd door hem weggewuifd, net als

hij eerder een uitgebreid vergunningsstelsel voor de export van potentiële

gifgasgrondstoffen effectief saboteerde.

 

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

 

Curieuze samenwerkingsovereenkomst

Veel overeenkomsten die door de regering met andere staten worden gesloten,

worden slechts ter stilzwijgende goedkeuring aan het parlement voorgelegd, zo

ook in maart 1984 de “Overeenkomst inzake economische en technische

samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Irak”.

Een toelichtende nota, van de staatssecretarissen Bolkestein en Van Eekelen

(VVD, Buitenlandse Zaken), wijdt slechts een bijzin aan de kosten van de

oorlog tussen Irak en Iran, maar over het gebruik van chemische wapens door

Irak, of de slechte mensenrechtensituatie in het land geen woord. De beide

staatssecretarissen zeggen: “Wij achten nauwe samenwerking met Irak van

belang niet alleen ter ondersteuning van exportbelangen van het Koninkrijk,

doch tevens omdat een goede relatie met landen die zijn aangesloten bij de

OPEC, waarvan Irak een vooraanstaand lid is, in het belang lijkt te zijn van

evenwichtige internationale verhoudingen, zowel op politiek als op

economisch gebied”.68

Max van der Stoel, verantwoordelijk voor het Nederlands initiatief tot

veroordeling van Iraakse gifgasaanvallen door de Veiligheidsraad, noemt het

achteraf “wat curieus” dat tegelijkertijd met dit initiatief de

samenwerkingsovereenkomst met Irak aan het parlement gepresenteerd wordt.

Het verwondert hem echter niet, want “Buitenlandse Zaken is doorgaans

strenger in zijn toetsing van betrekkingen en meer bezig met zaken als

onderdrukking en spanningsgebieden, terwijl Economische Zaken meer kijkt

hoe bedrijven via export op de been kunnen blijven.”69

Op initiatief van PPR-fractievoorzitter Ria Beckers verzoeken 39 Tweede-

Kamerleden, van CPN, D'66, EVP, PPR, PSP en PvdA, de overeenkomst aan

uitdrukkelijke goedkeuring te onderwerpen, zodat er een Kamerdebat over

gevoerd kan worden.70 Het CDA sluit zich erbij aan.

22

Zoals Beckers later in de Kamer zegt: “Met stilzwijgende goedkeuring [zou]

geheel voorbij worden gegaan aan de oorlog tussen Irak en Iran, die toen al

ongeveer vier jaar gaande was [...].”71

De behandeling van de overeenkomst geeft een goed beeld van de

houding van de Nederlandse regering ten aanzien van economische contacten

met een land in oorlog, dat gebruik maakt van verboden wapens.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Mensenrechtensituatie

De fracties van het CDA, de PvdA en de PPR stellen vragen over het

wetsontwerp in de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken.72 Ze

verbazen zich over het ontbreken van de oorlogs- en mensenrechtensituatie in

de nota. De PvdA vraagt of er garanties zijn dat door Nederland geleverde

technologie en producten op geen enkele wijze voor chemische wapens

gebruikt zullen worden. Dit is een relevante vraag omdat een aantal

fabricageprocessen in de petrochemische en kunstmestindustrie, die in de

overeenkomst uitdrukkelijk genoemd worden, dicht aanliggen tegen de

productieprocessen van chemische wapens.73

Bolkestein en Van Eekelen vinden de oorlog weinig relevant. “[Strikte

neutraliteit] verhindert het Nederlandse bedrijfsleven naar onze mening echter

niet met beide bij het conflict betrokken landen normale economische

betrekkingen te onderhouden”.74 Maar dat betekent volgens beide niet dat

Nederland bij de oorlog betrokken zou kunnen raken. Ze “[...] zouden […] erop

willen wijzen, dat indien men iedere mogelijke bijdrage aan de economie van

een land zou beschouwen als […] een bijdrage aan het militaire potentieel van

dat land, deze consequentie slechts door middel van een vrijwel totaal embargo

zou kunnen worden ontgaan. Een politiek van volstrekte neutraliteit brengt

daarentegen onzes inziens juist mede, dat zoveel mogelijk normale

betrekkingen met alle betrokkenen worden onderhouden. Een overeenkomst

als de onderhavige is daarmee alleszins te rijmen”.

Nederland neemt in de oorlog tussen Iran en Irak een neutrale houding in.

Volgens Bolkestein en Van Eekelen kan dat blijkbaar het beste worden

uitgedragen door net te doen alsof er niets aan de hand is en dezelfde contacten

met de strijdende staten te onderhouden als met andere landen, zonder veel

acht te slaan op de mogelijke gevolgen van leveranties en kennisoverdracht.

Dat allemaal (mede) in het belang van het Nederlandse bedrijfsleven: “Juist in

moeilijke tijden kan immers stimulering tot gebruik van alle resterende

mogelijkheden een belangrijke rol spelen. Dit kan bovendien een goede

grondslag vormen voor contacten in betere tijden.” Toch tonen ze zich niet

geheel ongevoelig voor het gebruik van chemische wapens door Irak: “Al het

nodige zal worden gedaan om mogelijk ongewenst gebruik zoveel mogelijk te

23

voorkomen. [...] Garanties als door deze leden bedoeld – hetgeen een vrijwel

totaal embargo zou vereisen – kunnen echter niet worden gegeven.”75

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Kamerdebat

Het duurt een jaar voordat het tot behandeling van de overeenkomst komt,

maar op 16 april 1985 is het dan eindelijk zover.76 De linkse partijen stellen

kritische vragen over de mogelijke betrokkenheid van Nederland bij de oorlog.

Ria Beckers (PPR) dient een motie in waarin ze vraagt de overeenkomst op te

schorten tot de oorlog voorbij is. Ook PvdA-er Jules de Waart vindt dat “dit

verdrag [...] niet los [kan] worden gezien van de oorlog tussen Iran en Irak. [...]

In deze oorlog zijn door Irak chemische wapens gebruikt.” Dit zal volgens hem

consequenties moeten hebben: “Als wij niet willen dat de oorlogspotentie van

beiden, of van één van beide landen, door onze leveranties wordt vergroot [...]

zullen ook wij die leveranties zeer kritisch moeten bekijken.” Hij wil daarbij

niet vertrouwen op het Uitvoerbesluit strategische goederen, omdat er ook

andere grondstoffen dan die op de lijst staan, gebruikt kunnen worden voor de

oorlogsvoering. “Het aantal stoffen en producten dat in het belang is voor een

oorlog is echter veel groter dan het aantal stoffen dat Nederland op een lijst

heeft gezet en de echte strategische goederen samen”, verklaart hij. Hij noemt

hierbij expliciet grondstoffen voor chemische wapens als voorbeeld. De Waart

dient daarom een motie in om de uitvoer van goederen en kennis die direct

voor oorlogsdoeleinden kunnen worden gebruikt, onmogelijk te maken.

De SGP en het CDA staan beduidend minder kritisch ten opzichte van de

overeenkomst. Fractievoorzitter Henk van Rossem van de SGP wil weliswaar

ook geen materiaal dat voor oorlogsdoeleinden gebruikt kan worden, leveren

aan Irak, maar: “[a]nderzijds moet onze instelling altijd zijn dat wij een zwaar

door oorlog getroffen land zoveel mogelijk helpen bij de wederopbouw en het

normale functioneren van het maatschappelijke bestel.” Hij loopt daarmee ver

vooruit op de feiten; de oorlog is immers in volle gang en zou pas drie en een

half jaar later eindigen. Hoewel ook het CDA om publieke behandeling van de

overeenkomst vroeg, is CDA'er Hans Gualthérie van Weezel verklaard

voorstander van de overeenkomst. Hij dringt er wel op aan wapenleveranties

en bijvoorbeeld de kwestie van het gebruik van gifgas op Europees niveau te

bespreken.

In zijn antwoord verdedigt staatssecretaris Bolkestein nogmaals zijn

standpunt dat Nederland zich neutraal op moet stellen in de oorlog tussen Irak

en Iran, en dit zou tot uiting moeten komen in het onderhouden van zo

normaal mogelijke betrekkingen met beide landen. Bovendien is er volgens

hem geen verband te zien tussen economische samenwerking en de oorlogs- en

mensenrechtensituatie: “[...] Het niet sluiten van het akkoord [...] draagt niet bij

24

tot verbetering van de toestand van de mensenrechten in het ene of het andere

land.” Over leveringen van mogelijke grondstoffen voor gifgas zegt Bolkestein

in reactie op De Waart: “Zoals bekend, heeft Nederland thans elf voorlopers

van gifgassen die aldaar gebruikt zouden zijn, opgenomen in de lijst van

strategische goederen. […] Het is buitengewoon moeilijk om de lijn te trekken

tussen werkelijk essentiële goederen en goederen die weliswaar nodig zijn,

maar niet noodzakelijk zijn voor de vervaardiging van strategische goederen.”

Daarom zou het onmogelijk zijn om tot een verbod te komen op de uitvoer van

goederen en kennis die voor oorlogsdoeleinden gebruikt zouden kunnen

worden, zoals De Waart voorstelt.

Beckers is niet onder de indruk van Bolkesteins argumentatie: “Ik vind het wel

erg hypocriet, je ogen dicht te doen voor wat wij dagelijks aan oorlogsgeweld

zien en horen en niet op z'n minst de consequentie te trekken om de

inwerkingstelling van die overeenkomst uit te stellen. Daarin ligt het duidelijk

appèl: houd ermee op!.” En: “[...] ik kan mij voorstellen dat de staatssecretaris

de stelling huldigt, dat als wij nu maar meewerken aan ingrediënten voor

mosterdgas voor Irak en als wij maar munitieonderdelen leveren aan Iran, de

zaak weer in evenwicht is. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?” Ook De Waart

heeft zich niet laten overtuigen: “Ik mis bij de staatssecretaris het besef dat er

sprake is van een uitermate moeilijke situatie. Gedurende de duur van onze

Tweede Wereldoorlog zijn die landen op een verschrikkelijke wijze met elkaar

in oorlog. Ik heb het gevoel dat alleen wordt gezegd dat wij daaraan niets

kunnen doen en dat wij daarin neutraal moeten zijn.” Hij houdt daarom vast

aan zijn motie: “Naar mijn mening kan duidelijk worden vastgesteld wanneer

een bepaalde stof, die ook in vredestijd kan worden gebruikt, in een economie

als die van Iran of Irak juist voor oorlogsdoeleinden wordt aangewend. Ik heb

ook gezegd dat het voor de hand ligt dat op basis van de hoeveelheden van een

bepaalde stof […] kan worden beoordeeld voor welk doel die stof wordt

aangewend. Tevens heb ik gezegd dat als er twijfel bestaat over het gebruik

van een bepaalde stof besloten moet worden om die stof niet te leveren.”

Van Rossum (SGP) is uiteindelijk alsnog kritisch over de mogelijke uitvoering

van de overeenkomst: “De staatssecretaris zegt [dan] dat dat een kwestie is

voor het vrije bedrijfsleven. Voor Nederland zal dat opgaan, maar in Irak wordt

voor een groot deel aan overheidsinstanties geleverd. Op die distributie hebben

wij verder geen invloed, zodat wij de kans lopen, alleen het leger te voeden.

Daar heb ik toch wel bedenkingen tegen.”

De beantwoording van Bolkestein in tweede termijn is in feite niet veel

meer dan een herhaling van zetten. Hij zegt ondermeer: ““De uitvoer van

wapens is verboden. Als de heer De Waart spreekt van goederen die

25

onmiddellijk kunnen worden gebruikt voor de fabricage van wapens, vraag ik

mij af wat 'onmiddellijk' betekent. Als er eenduidig verband is tussen deze

goederen en de fabricage van wapens, lijkt het mij dat zij voorkomen op de lijst

van verboden goederen. Voor zover zij niet op de lijst voorkomen, moet ik

aannemen dat er geen onmiddellijk verband bestaat.” Toch is hij bereid de

motie van De Waart over te nemen, wanneer die er een restrictieve betekenis

aan hecht. Het moet dan alleen gaan om goederen die uitsluitend bestemd zijn

voor oorlogshandelingen. Het wetsvoorstel wordt uiteindelijk in stemming

gebracht en door een ruime meerderheid goedgekeurd, waardoor de

overeenkomst in werking treedt.

Wanneer hij in 1990 terugkijkt op het afsluiten van de overeenkomst ziet

Bolkestein zelfs een positieve relatie tussen handelsrelaties en het verbeteren

van de mensenrechtensituatie: “Mijn stelling is altijd geweest dat de

mensenrechtensituatie in een land niet wordt verbeterd door het verbieden van

de handel. Integendeel. De economische ontwikkeling stimuleert juist de

ontwikkeling van de mensenrechten.”77

De opstelling van Bolkestein is tekenend, en ligt in de lijn van zijn eerdere

verzet tegen het invoeren van een uitgebreidere lijst met stoffen die aan

vergunningplicht onderworpen worden. Wat hem betreft moeten er zo min

mogelijk belemmeringen voor handel met Irak worden opgeworpen.

Opgeworpen belemmeringen kunnen volgens hem geen rol spelen in het

verbeteren van de oorlogs- en mensenrechtensituatie en ze zouden bovendien

ingaan tegen een houding van strikte neutraliteit. De vraag is of hij deze

mening werkelijk toegedaan is of dat het vooral om het nastreven van

Nederlandse handelsbelangen ging. Het heeft er alle schijn van dat die

handelsbelangen de doorslaggevende factor zijn geweest voor zijn opstelling in

de beide kwesties.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Bezoek van de Iraakse staatssecretaris van Handel

Midden maart 1988 bezoekt Kubais S. Abdul Fatah, staatssecretaris van Handel

van Irak, Nederland, wrang genoeg tegelijkertijd met de Iraakse

gifgasbombardementen op de Koerdische stad Halabja in Noord-Irak, waarbij

5000 mensen omkwamen. Hoewel de Nederlandse regering niet onmiddellijk

op de hoogte is van de aanval, is het veelvuldig gebruik van chemische wapens

door Irak inmiddels algemeen bekend. De berichten daarover, en vooral ook

over de inzet tegen de eigen burgerbevolking, worden vanaf het voorjaar van

1987 steeds alarmerender. Op 23 april 1987 schrijft de Nederlandse ambassade

in Teheran aan het ministerie van Buitenlandse Zaken dat er gevaar bestaat

voor escalatie van het conflict tussen Irak en Iran omdat Irak opnieuw

26

chemische wapens inzet, en waarschijnlijk op grotere schaal dan in het

verleden.78

Een half jaar later meldt Buitenlandse Zaken in een memo: “Het gebruik van

chemische wapens door Irak lijkt eerder toe dan af te nemen. Met name het

gebruik van het wapen tegen de burgerbevolking is zeer zorgwekkend.”79 En

ook vlak voor het bezoek van Kubais schrijft Buitenlandse Zaken nog dat “Irak

[...] onverminderd verder [gaat] met het vergroten van haar potentieel aan

chemische wapens.”80 Tijdens het bezoek is het echter geen punt van gesprek,

voor zover uit de vrijgegeven documenten valt op te maken.

Op 16 maart ontvangt de nieuwe staatssecretaris Yvonne van Rooy van

Economische Zaken, Kubais. In het recentelijk openbaar gemaakte verslag

meldt Kubais in dat gesprek dat “Nederlandse bedrijven [...] in het recente

verleden een belangrijk aandeel [hadden] gehad in de opbouw van landbouw

en industrie in Irak. Het was zaak om te werken aan de versterking van

sectoren anders dan de olie-industrie.”81 Hij spreekt niet tegen dovemansoren,

want Van Rooy stelt voor het Nederlandse bedrijfsleven te betrekken bij de

uitvoering van de handelsovereenkomst. “Afsluiting van een bilaterale

investeringsbeschermingsovereenkomst [zou] een positieve invloed zou

hebben op het animo van Nederlandse bedrijven om

samenwerkingsverbanden in Irak te overwegen.”, zegt ze tegen Kubais. Ook

Frans Engering, Directeur-generaal van de afdeling Buitenlandse Economische

Betrekkingen van het Ministerie van Economische Zaken, ziet een rol voor het

Nederlandse bedrijfsleven. Hij betoogt dat “Ook in deze voor Irak moeilijke

tijden [...] het Nederlandse bedrijfsleven zich daar staande [dient] te houden;

de Nederlandse overheid komt daarbij een aanmoedigende rol toe.”

Op 17 maart brengt Kubais een bezoek aan het ministerie van Buitenlandse

Zaken. Ook daar is de toon niet al te kritisch. De souschef van de Directie

Noord Afrika en Midden-Oosten meent dat dit bezoek kan dienen om

“duidelijk te maken dat Nederland belang hecht aan goede betrekkingen met

Irak.” Hoewel het gesprek zich ten dele toespitst op de oorlog met Iran, is het

bezoek van Kubais voornamelijk ingegeven door economische motieven. “Het

door Irak gepropageerde motto luidt hier: de landen die tonen vrienden van

Irak te zijn in moeilijke perioden zullen hiervan in een later stadium de

vruchten kunnen plukken wanneer de oorlog eenmaal voorbij is en de

economie van het olierijke Irak weer zal kunnen opbloeien. Irak zal dan bij het

verlenen van opdrachten e.d. immers weten wie haar ware vrienden zijn

geweest.”82

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

27

Het gesprek gaat niet te diep in op de oorlog tussen Iran en Irak. Een

achtergrondpapier over de oorlog noemt enkele recente ontwikkelingen, zoals

een Iraakse aanval op een olieraffinaderij bij Teheran op 27 februari van dat

jaar, maar het gebruik van chemische wapens door Irak is er echter niet in

terug te vinden. Wel wordt opgemerkt dat “[e]en diplomatieke oplossing van

het conflict [...] niet direct in het vooruitzicht [ligt].”83 Op geen enkele wijze

wordt Irak gevraagd om inzet voor het beëindigen van de oorlog, laat staan dat

er kritiek geleverd wordt op zijn aandeel erin en de wapens die het inzet. De

kern van het gesprek gaat over het veiligstellen en behartigen van Nederlandse

(economische) belangen, waaronder de vrije scheepvaart in de Perzische Golf.

Een paar dagen na het bezoek van Kubais, geeft de Nederlandse regering een

verklaring uit waarin afschuw wordt uitgesproken over het gebruik van

chemische wapens door Irak, met name de inzet tegen burgers.84 Het komt als

mosterd na de maaltijd.

De vrijgegeven WOB-stukken geven inzicht in de schaamteloze strijd rond de

belangen van de Nederlandse industrie en controle op het internationale

handelen ervan. Waar Nederland zich graag als gidsland op het gebied van

mensenrechten positioneert, blijkt met name het ministerie van Economische

Zaken een blinde vlek te hebben voor de veiligheids- en

mensenrechtengevolgen van Nederlandse exporten. Een politiek die in het licht

van de wapeninspecties, oorlogen en militaire optredens tegen Irak van 1990

tot heden absurd en ontluisterend genoemd moet worden. Ondanks de oorlog

wordt er alles aan gedaan zo goed mogelijke economische betrekkingen met

het regime van Saddam Hoessein te onderhouden. Onder het motto van strikte

neutraliteit wordt daarbij maar liever een oogje dichtgeknepen voor de

gruwelijkheden die door de strijdende partijen in het conflict worden begaan.

Nederlandse economische belangen prevaleren bij de beleidsbepaling.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

 

28

Leveranties van grondstoffen

en apparatuur aan Irak

Met name in de eerste jaren van de opbouw van het chemische

wapenprogramma van Irak, kwamen vrijwel alle grondstoffen en apparatuur

hiervoor uit het buitenland, en dan vooral uit het Westen. Het geheime 'Full

Final and Complete Disclosure' (FFCD)-rapport is de verantwoording die Irak

in 1992, met latere aanvullingen, aan UNSCOM heeft afgelegd over zijn

chemische wapenprogramma.85 Het VN-rapport bevat een lijst van bedrijven

(voor zover bekend) die aan Irak geleverd hebben.

Vooral (West-)Duitse bedrijven zijn ruim vertegenwoordigd op deze lijst. Van

de ongeveer 150 bedrijven die genoemd worden als leveranciers voor de

massavernietigingswapenprogramma's van Irak is meer dan de helft Duits. In

de beginjaren van Irak's chemische wapenprogramma heeft vooral het Duitse

bedrijf Karl Kolb veel geleverd. Het heeft geholpen met de bouw van de eerste

onderzoeks- en productiefaciliteiten.86

Ook de Verenigde Staten is met 24 bedrijven goed vertegenwoordigd.87

De Amerikaanse regering zou voorts ook een dubieuze dubbelrol gespeeld

hebben. Terwijl de Verenigde Staten het eerste land is dat exportbeperkingen

voor de uitvoer van chemicaliën naar Irak instelt, wil het tegelijkertijd absoluut

voorkomen dat Irak de oorlog verliest. Daarom zou de regering Reagan met

grote regelmaat exporten toegestaan hebben van producten die voor de

massavernietigingswapenprogramma's van Irak gebruikt konden worden.88

Daarnaast zou de CIA informatie aan Irak geleverd hebben die gebruikt werd

voor mosterdgasaanvallen op Iraanse troepen.89 Het is daarom niet

verwonderlijk dat de Verenigde Staten er alles aan heeft gedaan om te

voorkomen dat het FFCD-rapport openbaar zou worden. Zelfs de nietpermanente

leden van de Veiligheidsraad kregen alleen een gecensureerde

versie van het bovengenoemde rapport. Via diverse lekken komt informatie uit

het rapport uiteindelijk toch in de pers terecht.

Als het chemische wapengebruik van Irak vanaf 1984 algemeen bekend is,

stellen veel landen een vergunningplicht in voor grondstoffen voor gifgassen,

of ze verbieden de export helemaal. Hierdoor is Irak gedwongen zich vooral op

de zwarte markt te begeven. Vanaf die tijd is de Nederlandse zakenman Frans

van Anraat Iraks belangrijkste leverancier van chemicaliën.

29

Land Bedrijf

België NU Kraft Mercantile Corporation (moederbedrijf in VS)

Phillips Petroleum (moederbedrijf in VS)

Sebatra

China China North Industries Corporation (NORINCO)

China Wanbao Engineering Company

Duitsland Ferrostaal

Heberger Bau

Karl Kolb

Pilot Plant

Preussag AG

Reininghaus Chemical Company

Rhema Labortechnik

Schloemann-Siemag

SMS Hansclever

Thyssen Rheinstahl

Walter Engineering Trading

Frankrijk Protec SA

India Exomet

NEC Engineers Private Ltd

Transpek

United Phosphorous

Nederland KBS Holland

Melchemie

Polen Chemadex

Spanje Treblam

Verenigd Koninkrijk Meed International

Verenigde Staten Alcolac International

Industrial Procurement Corp.

Lummus Crest

Pfaulder Corporation

Presray Corp.

Zuid-Afrika Armscor

Tabel 3 - Bedrijven waarvan bekend is dat ze leverden aan het chemische wapenprogramma van Irak90

(Cursief vermeld wanneer het gaat om mogelijke leveranties of mogelijk gebruik van geleverde stoffen)

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Leveringen door Nederlandse bedrijven

Van twee Nederlandse bedrijven staat vast dat zij chemicaliën aan Irak

leverden die hoogstwaarschijnlijk werden gebruikt voor chemische wapens:

Melchemie uit Arnhem (tegenwoordig Melspring) en KBS Holland uit

Terneuzen (inmiddels Bravenboer en Scheers).

Naast deze bedrijven wordt ook het Vlaardingse metaalbedrijf Fontijne

Holland BV korte tijd verdacht van leveranties aan Irak. In september 1991

neemt de Economische Controle Dienst (ECD) bij dit bedrijf een aantal dossiers

in beslag. Fontijne zou in 1987 en 1989 op het punt gestaan hebben via het

30

Duitse bedrijf H und H Metallform machines aan Irak te leveren voor de

fabricage van drukvaten, waarmee vanuit vliegtuigen gifgas kan worden

verspreid.91 Het zou echter bij het uitbrengen van offertes gebleven zijn, aldus

directeur A. Fontijne tegenover Vrij Nederland92. Wel zegt hij: “Ik geef toe dat

H und H in 1987, en ik meen ook in 1989 offerte aan ons gevraagd heeft. Ik wist

dat het niet voor henzelf was. Wij deden eraan mee om zuiver commerciële

redenen. Zo gebeurt dat in onze handel.”

Het onderzoeksproject Iraq Watch noemt tenslotte nog een onbekend

Nederlands bedrijf dat in 1988 injectors voor atropine, een tegengif voor

vergiftiging door zenuwgassen, zou hebben geleverd.93

Nederland werkt VN tegen

In 1992 beklaagt de speciale VN-commissie die toezicht houdt op de

ontwapening van Irak (UNSCOM) zich over de gebrekkige medewerking van

de Nederlandse regering. Met name de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD),

voorloper van de huidige Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst AIVD,

zou niet bereid zijn hulp te bieden bij het blootleggen van het internationale

netwerk van mantelorganisaties dat Irak gebruik heeft voor de productie van

chemische wapens.94

In de beantwoording van Kamervragen van Leoni Sipkes en Paul

Rosenmöller hierover schrijft minister Kooijmans van Buitenlandse Zaken op

12 mei 1993 dat “[...] Nederland en UNSCOM enkele malen gegevens [hebben]

uitgewisseld over leveranties van Nederlandse bedrijven aan Iraakse

afnemers”.95 Maar met de leveranties zelf was volgens hem weinig aan de

hand: “UNSCOM heeft Nederland weliswaar laten weten dat enkele goederen

afkomstig van Nederlandse bedrijven zijn aangetroffen op de door haar

geïnspecteerde locaties in Irak, doch het onderzoek in Nederland op basis van

de verstrekte informatie heeft tot op heden uitgewezen dat het hierbij

uitsluitend gaat om goederen die op het moment van levering niet waren

onderworpen aan een vergunningplicht”.

Dat chemicaliën niet onder de vergunningplicht vielen, betekent echter

niets. Niet alleen bestonden voor 1984 amper exportbeperkingen voor

gifgasgrondstoffen, ook daarna behoorden legio chemicaliën die tegenwoordig

wèl vergunningsplichtig zijn tot de vrije handel. Nog weer andere grondstoffen

vallen nog altijd niet onder de vergunningsplicht vanwege overwegend civiele

toepasbaarheid. Zodoende hebben Nederlandse bedrijven rustig leveringen

van chemische stoffen, die zowel civiel als militair bruikbaar waren, aan Irak

door kunnen zetten. Hoewel bedrijven soms afgeraden werd leveringen van

zulke stoffen aan Irak te doen, zijn er ook andere voorbeelden te noemen. Op

12 juli 1984 schreef minister Van den Broek bijvoorbeeld aan de ambassadeur in

31

Washington over een op handen zijnde leverantie van methyleenchloride door

een Nederlands bedrijf96:”[…] een zeer algemeen toegepast oplosmiddel, dat

eventueel gebruikt kan worden bij de productie van sarin. [Het is] niet door

Nederland geplaatst op de lijst van voorlopers waarvan de export onder

controle gesteld is. [Daarom] zie ik thans geen goede redenen om maatregelen

te treffen om de uitvoer van methyleenchloride naar Irak te verhinderen.”97

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl  

Rattengif uit Arnhem

Melchemie is één van de twee Nederlandse bedrijven waarbij vaststaat dat ze

grondstoffen voor gifgassen leverden aan Irak. Het bedrijf begon als

kunstmestproducent, maar schakelde in de jaren zeventig over op

waterzuiveringchemicaliën. Melchemie heeft zijn betrokkenheid in deze altijd

ontkend. Alleen in 1984 zou één keer een product van de lijst strategische

goederen zonder vergunning zijn geleverd: fosforoxychloride, een soort

rattengif, maar tegelijk ‘sleutelvoorloper’ van mosterdgas. De bewering van het

bedrijf dat het slechts ging om eenmalige vergissing van een manager is niet

vol te houden. Melchemie verdraait aantoonbaar feiten en schept een vals beeld

van de rol die het gespeeld heeft in relatie tot Irak gedurende de jaren '80.

Diverse bronnen, die zich deels baseren op documenten afkomstig uit

Irak en van de Verenigde Naties, spreken over leveringen van vier

verschillende grondstoffen voor mosterdgas: fosforoxychloride, chloorethyl,

dimethylamine en thiodiglycol. Ondanks waarschuwingen van het ministerie

van Buitenlandse Zaken zouden deze leveringen enige tijd zijn doorgegaan via

een chemisch zusterbedrijf in Italië.98 Daarnaast zijn ook andere chemicaliën die

voor de productie van gifgas kunnen worden gebruikt door Melchemie

verkocht aan Irak.

In oktober 1986 besteedt het tv-programma BBC Panorama99 aandacht aan de

illegale fosforoxychloride affaire. Volgens hun reconstructie zou op 19 april

1984 de Iraakse State Establishment for Pesticides Production SEPP vanuit

Bagdad Melchemie per telex gevraagd hebben om 25 ton fosforoxychloride,

waarvoor precies vanaf die dag een exportvergunning aangevraagd moet

worden. Melchemie polst diverse Europese collega’s, maar die weigeren

allemaal wegens exportrestricties. Ondertussen verhoogt SEPP de order naar

zestig ton en vraagt bovendien om de levering van nog twee andere

grondstoffen voor chemische wapens. Op 2 juli verontschuldigt Melchemie

zich voor het late antwoord in een bericht dat ondertekend is door de

exportmanager, de heer Weijman. Reden voor de vertraging is dat voor de

gevraagde stoffen een uitvoervergunning nodig is.100

Uiteindelijk blijkt het Italiaanse bedrijf Ausidet bereid te leveren101,

ondanks het feit dat fosforoxychloride ook in Italië een uitvoervergunning

32

nodig heeft. Ausidet claimt echter van niets te weten: niet van de

uitvoervergunning en niet van gifgas. Half oktober wordt in Milaan de deal

gesloten. Daarbij zou voorgesteld zijn, om problemen wegens het ontbreken

van een exportvergunning te voorkomen, de betaling via een Westduitse

bankrekening te laten verlopen.

De order zou in zes scheepsladingen van elk tien ton naar Irak vervoerd

worden. De eerste lading verlaat op 20 december 1984 de haven van Venetië. In

het Turkse Mersin wordt de lading overgeslagen op vrachtwagens en zo naar

Bagdad gereden. Zo komen de eerste twee ladingen op respectievelijk 5 en 7

januari 1985 aan. Daarna stopt het vervoer plotseling.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Inval en veroordeling

In 1985 krijgt de Economische Controle Dienst (ECD) een tip van de

Amerikaanse inlichtingendienst CIA, waarop het in februari van dat jaar een

inval doet bij Melchemie en de administratie in beslag neemt102. Ook zouden

waarnemers aan het Iraaks-Iraanse front hebben geconstateerd dat er nog

steeds grondstoffen voor chemische wapens vanuit Nederland aan Irak

geleverd werden.103 Melchemie houdt tegenover de pers vol dat het gaat om

“een op zich onverdachte stof (een gewasbeschermingsmiddel)”.104 De

containers fosforoxychloride worden verzegeld en al teruggehaald.

Nadat Melchemie een schikkingsvoorstel van een miljoen gulden (450.000

Euro) afslaat, volgt een rechtszaak. De zaak komt in september 1986 voor de

economische politierechter in Arnhem. Dan blijkt dat Melchemie vóór de

levering al drie keer gewaarschuwd was: door de ministeries van Buitenlandse

Zaken en van Economische Zaken, en door het West-Duitse chemieconcern

Bayer. Melchemie beroept zich in zijn verweer op een brief van de SEPP, die

het in maart, dus na de inval, ontvangt. Daarin staat onder meer het volgende:

“As far as the products bought from you are concerned: these products will

be used for various industries and most of them are even still stored with

the plants. [...] As far as POCL3 [fosforoxychloride] consignments are

concerned: these two containers are still in the port and may be returned, if

such would satisfy you, and you compensate us with other products.”105

Het spreekt voor zich dat aan zo'n verklaring, afkomstig uit een oorlogvoerend

land dat naarstig op zoek is naar grondstoffen voor chemische wapens, geen

betekenis gehecht mag worden. De rechter is dan ook niet onder de indruk en

veroordeelt Melchemie wegens het opzettelijk ontduiken van het verbod op

uitvoer van een strategisch goed naar Irak tot een boete van honderdduizend

gulden (45.000 euro) en een voorwaardelijke stillegging voor de duur van een

33

jaar met een proeftijd van twee jaar.106 In het vonnis spreekt de rechter over “de

onmenselijkheid die spreekt uit deze handel.” Melchemie gaat in hoger beroep,

maar trekt dat vlak voor de behandeling ervan zonder opgaaf van redenen

weer in.

De levering van fosforoxychloride staat niet op zichzelf. Bovengenoemde brief

van de SEPP uit 1985 bevestigd dat het de afgelopen jaren grote hoeveelheden

van diverse chemische stoffen, geschikt voor de productie van chemische

wapens, van Melchemie gekocht heeft107. In de bijlage van deze brief, die SEPP

aan Melchemie stuurde en in afschrift aan ondermeer het Ministerie van

Buitenlandse Zaken, staat het volgende rijtje van geleverde stoffen genoemd:

1000 ton thionylchloride, 20 ton potassiumhydrogenfluoride, 60 ton

fosforoxychloride, 5 ton waterstoffluoride, 100 ton fosfor, 150 ton

isopropylalcohol, 15 ton pyridine en 30 ton o-chlorobenzaldehyde.

Bijlage van de brief van SEPP aan Melchemie, met een overzicht van geleverde stoffen

34

De in de brief genoemde transacties vonden plaats vóór het onder

vergunningplicht stellen van de bewuste stoffen, waardoor er geen sprake is

van illegale leveringen, met uitzondering dan van de fosforoxychloride. Dat die

leveringen niet illegaal waren, neemt niet weg dat de stoffen wel geleverd zijn

aan de SEPP, de inkooporganisatie van Irak’s chemische wapenprogramma.

Iets wat Melchemie destijds had kunnen weten.

Het bedrijf blijft echter tot op de dag van vandaag fouten ontkennen. In een

advertentie in Trouw in juli 2004, in reactie op een eerder verschenen artikel,

benadrukt Melchemie uitdrukkelijk dat het bedrijf “nooit gifgasgrondstoffen

geleverd [heeft]” en dat het “op geen enkele wijze betrokken [is] bij Irakees

gifgas.”108. In april 2006 verdedigt het bedrijf zich opnieuw: “Het besluit van

Melchemie om van iedere levering af te zien zou vooral de voedselproductie

van Irak raken, terwijl er geen aanleiding was (en ook nu nog niet is) voor de

veronderstelling dat de door haar geleverde producten voor de productie van

gifgassen werden aangewend", aldus directeur Hans Melchers.109

Klaarblijkelijk komt Melchemie zelf ook tot de conclusie dat deze stelling niet

houdbaar is, want enkele maanden later schrijft advocaat Herman Doeleman,

die als woordvoerder van het ebdrijf optreedt: “U kunt ervan verzekerd zijn

dat Melchemie Holland en de heer Melchers het buitengewoon betreuren dat

gewasbeschermingsproducten miscbruikt zijn voor de chemische

oorlogsvoering. Dat zulks gebeurd is lijkt aannemelijk, al is niet bekend in

welke mate dat is gebeurd.”110

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Leveringen gaan door

Ook na de veroordeling gaat Melchemie door met het leveren van chemicaliën

aan Irak. Het gaat hierbij om stoffen die niet onder de vergunningsplicht

vallen, maar wel gebruikt kunnen worden voor de productie van gifgas. Door

de grote weerstand van Economische Zaken is de lijst met stoffen waarvoor een

vergunning nodig is in de jaren ’80 nog erg beperkt (zie het eerdere hoofdstuk

‘Nederland en de chemische wapens van Irak’). Wat Melchemie precies aan

Irak geleverd heeft, en of dat illegaal was of niet, is moeilijk te achterhalen.

Het geheime VN-rapport 'Full Final and Complete Disclosure' (FFCD) noemt

aan de hand van een lijst van leveranties het bedrijf expliciet als leverancier van

het Iraakse chemische programma. Het zou volgens een op dit rapport

gebaseerd artikel van Arnold Karskens om de volgende leveringen gaan, die op

pagina 23 van het rapport onder het kopje 'UN important materials' vermeld

worden:

tussen 1982 en 1984:

35

1850 ton thionylchloride (SOCL2) - te gebruiken bij de bereiding van

mosterdgas, en

5 ton waterstoffluoride (HF) – een grondstof voor het zenuwblokkerende

sarin-gas;

in maart 1986: 600 ton stoffen, waaronder chloramin T, ontsmettingsspul, en

dichloormethaan (CH2CL2) - een simulant van sarin, ook

methyleenchloride genoemd;

in 1989: caustische soda – kan verwerkt worden in filters van gasmaskers en

gebruikt worden als middel om radioactief, biologisch of chemisch besmette

oppervlakten te desinfecteren111; en

in 1989: 400 ton sodiumcyanide (NaCN) - basisstof voor blauwzuurgas, ook

natriumcyanide genoemd.112

De laatste twee komen overigens op de overheidslijst voor.

Melchemie ontkent het gros van de leveringen aan Irak niet, maar vertekent de

werkelijkheid wel: “De […] leveringen waren volledig in overeenstemming

met alle geldende voorschriften en betroffen geen van alle stoffen die kunnen

worden gebruikt als component van gifgas”. Bij dezelfde gelegenheid vertelt

het bedrijf dat het zich “bij iedere twijfel omtrent mogelijk kwalijke

toepassingen […] van levering [heeft] onthouden (ook, als het stoffen betrof die

zonder exportvergunning geëxporteerd konden worden)”. 113 Gezien het

bovenstaande, lijkt dat op zijn minst erg onwaarschijnlijk.

Weliswaar komen de geleverde stoffen niet voor op de lijst van voor

uitvoer vergunningplichtige stoffen maar een heel ander verhaal is het dat ze

daarmee niet voor de productie van chemische wapens gebruikt kunnen

worden. Dat die lijst vergunningplichtige chemicaliën onvolledig was kwam

voor een belangrijk deel door de grote weerstand van Economische Zaken

tegen een uitgebreide vergunningsplicht.

Bijzonder wrang is het daarom dat natriumcyanide wel op de

oorspronkelijke lijst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken stond, maar

onder druk van Economische Zaken niet op de uiteindelijke lijst terecht is

gekomen.114

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

From Holland to Baghdad

De leveringen van Melchemie zijn de afgelopen jaren met enige regelmaat in

het nieuws teruggekomen. Zo worden in september 2003 bij Tikrit in Irak vaten

waterstoffluoride aangetroffen die vrijwel zeker afkomstig zijn van het Al

Muthanna-complex bij Bagdad, waar chemische wapens werden gemaakt. Daar

werd waterstoffluoride mogelijk gebruikt voor de productie van sarin.

'Shippers Melchemie from Holland to Baghdad', staat op de veertien vaten van

elk 688 kilo, die in 1983 gevuld zijn. In 1983 was de uitvoer van

36

waterstoffluoride nog niet verboden, maar het bedrijf had zich bewust kunnen

zijn van ‘mogelijke kwalijke toepassingen’. 115

In hetzelfde jaar kondigen Amerikaanse Golfoorlogsveteranen aan

schadevergoeding te eisen van bedrijven die grondstoffen voor chemische

strijdmiddelen hebben geleverd aan Irak. Naar eigen zeggen lijden zij aan

ziektes als gevolg van deze chemicaliën. Het proces zal zich in eerste instantie

beperken tot Amerikaanse bedrijven. Advocaat Gary Pitts hoopt ooit achter

Melchemie en andere bedrijven aan te gaan. Volgens hem heeft het

Nederlandse bedrijf ruim 3.000 ton chemicaliën voor gifgas aan Irak geleverd.

“Het Britse bedrijf ICI heeft [omdat ze wisten waar Irak mee bezig was]

geweigerd om mee te werken aan de plannen van de Iraakse dictator. Daarna is

Irak pas naar Melchemie gestapt.”, aldus Pitts.116 In een uitzending van Nova,

eind april 2005, kondigt hij aan dat er nu inderdaad plannen zijn voor een

procedure tegen Melchemie. Hij zegt: “Elk bedrijf dat deze chemicaliën

verkocht, wist dat ze voor gifgas konden worden gebruikt”. Die juridische

procedure is begin 2007 echter nog niet van start gegaan. Arend Meerburg,

voormalig wapenexpert van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zegt in

diezelfde uitzending “En er waren ook bedrijven bij die kon het helemaal geen

hol schelen – of één bedrijf in ieder geval – wat ze leverden. Als ze maar geld

konden verdienen.”

Ingenieurs uit Terneuzen

Het ingenieursbureau KBS uit Terneuzen (tegenwoordig Bravenboer en

Scheers BV) is het tweede Nederlandse bedrijf dat zeker grondstoffen voor

gifgassen aan Irak leverde. Het bedrijf komt voor in het geheime VN-rapport.117

Het bedrijf levert in 1983 500 ton thiodiglycol aan Irak, dat waarschijnlijk

gebruikt is voor de productie van mosterdgas. Daarnaast levert KBS

aanzienlijke hoeveelheden thionylchloride – eveneens te gebruiken voor de

productie van mosterdgas, en natriumcyanide (NaCN) – een basisstof voor

blauwzuurgas118.

Van deze stoffen staat alleen thiodiglycol – en pas vanaf 1984 - op de lijst

van chemicaliën waarvoor een exportvergunning nodig is. Natriumcyanide

heeft het dankzij hardnekkig verzet van Economische Zaken niet gehaald tot

deze lijst. Er zijn aanwijzingen dat blauwzuurgas is gebruikt bij de aanval op de

Noord-Iraakse stad Halabja waarbij 5000 Koerden stierven. De aanval vond

plaats in 1988, dus ruim na de levering door KBS. Zekerheid over de inzet van

blauwzuurgas valt overigens niet te geven; het is mogelijk dat de aangetroffen

cyanidesporen afkomstig zijn van tabun, een ander gifgas, of zelfs dat het Iran

was dat blauwzuurgas inzette119.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

37

In februari 1984 treft de douane in New York in een loods van KLM 74 vaten

kaliumfluoride aan, bestemd voor het Iraakse State Establishment for Pesticides

Production SEPP in Bagdad, dat fungeerde als mantelorganisatie voor de

aanschaf van basisstoffen voor gifgas. De vaten zijn afkomstig uit Nashville,

van een Amerikaans-Iraakse zakenman, Sahib Abdul Amir Haddad van Al

Haddad Brothers Trading Company120. Het zou hierbij gaan om een via KBS

verlopen order.121

Wanneer Van Velzen (SP) over de kwestie in 2006 Kamervragen stelt,

blijkt uit de dossiers niet dat een KLM-vliegtuig met chemische stoffen in de

periode door de Amerikaanse autoriteiten is opgehouden. Dat antwoord

omzeilt bovengenoemd gegeven – het ging om een loods, niet om een vliegtuig

van de KLM.

Wanneer KBS in het voorjaar van 1984 weer een omvangrijke order voor

thiodiglycol binnenkrijgt, slaat het deze af op advies van het ministerie van

Buitenlandse Zaken af. Over de vraag wie contact heeft opgenomen met wie,

verschillen de lezingen. Directeur Bravenboer, toenmalig directeur van KBS,

zegt daarover in 1985 tegen Vrij Nederland: “Wij kregen indertijd nogal wat

orders uit Irak voor bestrijdingsmiddelen, gassen en meer van die troep. Ik

vertrouwde het niet helemaal en ben naar TNO gegaan om me te laten

vertellen wat zoal de mogelijkheden waren om er iets mee te doen. Toen bleek

inderdaad dat er van alles mee kon worden uitgehaald. We hebben daarna in

overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken alle opdrachten

afgezegd.”122 De Iraakse boodschappenlijst die in maart 1984 bij KBS

binnenkomt omvatte honderden tonnen thiodiglycol, fosforoxychloride,

trimethylfofiet en potassiumfluoride Om KBS te overreden om alsnog te

leveren had dr. Al-Ani van de SEPP kort nadien per telex laten weten dat de

chemische stoffen slechts gebruikt zouden worden om “rubber, medicijnen,

pesticiden, kunstmest, papier, suiker, plantaardige olie, accu's, droge batterijen

en petrochemicaliën” te maken.

Al Ani was een jaar eerder nog met een team van de SEPP naar

Terneuzen afgereisd voor de bestelling van 500 ton thiodiglycol. 123

Een woordvoerder van Buitenlandse Zaken claimt dat het eerste contact van de

kant van zijn ministerie komt: “We hebben de lijst strategische goederen die

niet zonder vergunning mogen worden uitgevoerd, aangepast en uitgebreid en

zijn voorafgaand de bedrijven die met Irak handel drijven langsgegaan en

hebben ze gevraagd zich zorgvuldig op te stellen. Daar hoorde ook Bravenboer

bij en ik moet zeggen dat die zich op een loyale manier heeft opgesteld”.124

In de al eerder genoemde Nova-uitzending van 26 april 2005, komt

Bravenboer telefonisch aan het woord. Hij zegt onder meer: “Op een gegeven

38

moment zijn we in contact gekomen met Buitenlandse Zaken. Toen vertelden

ze ons dat [de grondstof] eventueel ook gebruikt kon worden voor strijdgas.

Toen we dat hoorden sloegen we steil achterover. We hebben alle orders

gecanceld.” Dat eerder genoemde telex van dr. Al-Ani van de SEPP mag voor

de grote thiodiglycol-order niet meer baten.125

Het lijkt erop dat KBS sindsdien geen stoffen meer aan Irak geleverd heeft

zonder overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het bedrijf blijft,

nadat exportmanager M.L. Sakhel een bezoek aan Irak heeft gebracht, wel

kleine hoeveelheden chemische stoffen leveren, waaronder dimethylamine en

isopropanol, grondstoffen voor tabun en sarin. Voor beide stoffen is geen

uitvoervergunning nodig.126

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Uitvoerverbod

Wanneer er na de oorlog tegen Irak in 2004 in de pers berichten verschijnen

over Nederlandse bedrijven die stoffen geleverd zouden hebben voor het

chemische wapenprogramma van Irak, duikt hierbij de naam van KBS ook

weer op. SP-Kamerlid Van Velzen vraagt de regering om KBS alsnog voor deze

leveranties te vervolgen. Minister Donner van Justitie antwoordt dat “navraag

heeft uitgewezen dat het bedrijf KBS […] nimmer voorwerp van

(strafrechtelijk) onderzoek is geweest. Mogelijke overtredingen van

uitvoerverboden door dit bedrijf zijn inmiddels verjaard en kunnen derhalve

niet meer door het Openbaar Ministerie worden vervolgd”.127

Een nieuwe serie vragen over hetzelfde onderwerp, levert een gelijkluidend

antwoord op van minister Donner: “De exportactiviteiten van de bedrijven KBS

en Melchemie [zijn] in de jaren tachtig onderwerp geweest van verschillende

onderzoeken door de Economische Controle Dienst. […] Ter zake van de

mogelijk door KBS begane overtredingen van uitvoerverboden kan worden

opgemerkt dat het recht om te vervolgen, gelet op het verstrijken van de tijd,

inmiddels is verjaard. Bovendien heeft het Openbaar Ministerie geen

aanwijzingen voor het feit dat KBS grondstoffen aan Irak ten behoeve van de

vervaardiging en gebruik van gifgas in een oorlogssituatie heeft geleverd,

zodat het niet mogelijk is KBS te vervolgen voor oorlogsmisdrijven”128. Voor

minister Donner is daarmee de kous af. Dat is opmerkelijk, want de leveringen

van grondstoffen voor chemische wapens zijn bewezen, ook al waren ze op

grond van de uitvoerwetgeving niet illegaal.

Vervalste papieren

Vanaf 1984 is de Nederlandse zakenman Frans van Anraat Irak’s belangrijkste

leverancier van chemicaliën.129 In 1989 stelt de Amerikaanse justitie hem in

39

staat van beschuldiging voor het leveren van thiodiglycol, een grondstof voor

mosterdgas, aan Irak, Iran en Jordanië130. Het zou tussen 1984 en 1988 gaan om

duizenden tonnen, die hij eerst kocht in Japan, bij de firma Toyo Kasei Kogyo

Co, en later in de Verenigde Staten, bij groothandel Alcolac uit Baltimore.

Omdat thiodiglycol vanuit de VS alleen met een vergunning vervoerd mag

worden en slechts naar Canada en enkele Europese landen, werkt Van Anraat

met vervalste papieren. Na aankomst in Europa wordt de stof onder een

andere naam en in andere containers overgeslagen. De opgegeven

eindbestemming is meestal Zwitserland of Singapore, maar in werkelijkheid

wordt er gevaren naar Jordanië, waarna de lading over land verder gaat naar

Irak131. Eind jaren tachtig zou Van Anraat via allerlei bedrijfjes de enige

leverancier van grondstoffen voor gifgas aan Irak zijn, zo stelt het Openbaar

Ministerie tijdens de rechtszaak die in 2005 tegen hem gehouden werd.132

Vlucht naar Irak

Van Anraat wordt in januari 1989 in Milaan aangehouden, maar weet tijdens

een voorlopige vrijlating te ontvluchten naar Irak.133 Het duurt veertien jaar

voordat hij opnieuw aangehouden wordt. Een groot deel van die

tussenliggende tijd leidt hij een comfortabel leven in Bagdad als beschermeling

van het Iraakse regime. Hij krijgt zelfs een Iraaks paspoort, met een valse naam.

Volgens de Amerikaanse douane gaat hij tijdens zijn verblijf in Bagdad door

met het kopen van grondstoffen voor gifgassen.134 In totaal zou het om 36

leveranties van in totaal 2360 ton zijn gegaan.135 Omdat zijn internationale

contacten verouderen, belandt hij tenslotte op een zijspoor.

Hij geniet in Irak enige internationale belangstelling. Zo wordt hij in 1997

ondervraagd door UNSCOM. In december van datzelfde jaar ontvangt het

Nederlandse ministerie van Justitie een Amerikaans verzoek tot aanhouding

van Van Anraat, met het oog op uitlevering. Drie jaar later wordt het zonder

opgaaf van reden ingetrokken. Na de Amerikaans-Britse aanval in 2003 wordt

het hem te heet onder de voeten. Hij krijgt een laissez passer van de

Nederlandse ambassade, en gaat in Amsterdam wonen.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Beschermd door de AIVD

De Nederlandse overheid legt Van Anraat geen strobreed in de weg. Volgens

zijn advocaat Jan Peter van Schaik, wordt hij direct na aankomst in Nederland

opgevangen door de AIVD. In ruil voor informatie zou deze dienst huisvesting

voor hem geregeld hebben. Hij verblijft naar verluidt zelfs in een 'safe house',

wat de regering overigens ontkent136. Na enige tijd blijkt de informatie van Van

Anraat echter nauwelijks bruikbaar voor de AIVD.137 De Kamer stelt in 2005

vragen over de relatie tussen AIVD en Van Anraat, maar die worden echter

40

niet of nauwelijks beantwoord, omdat “de AIVD [...] verplicht [is] zijn bronnen

geheim te houden”, aldus minister Donner. “De vraag of een bepaald persoon

een contact van de AIVD is of is geweest, wordt daarom niet publiekelijk

beantwoord.”138

In eerste instantie lijkt het erop dat justitie het er bij laat zitten. Wim de Bruin,

woordvoerder van het landelijk parket in Rotterdam, zegt nog in de herfst van

2004: “Hij zal niet strafrechtelijk worden vervolgd. Er is geen sprake van

strafbare feiten volgens het Nederlands recht139. Bij beantwoording van

Kamervragen over de mogelijkheden om Van Anraat alsnog te vervolgen gaat

de regering de fout in. Zo antwoordt minister Johan Remkes van Binnenlandse

Zaken dat voor de levering van thiodiglycol tussen 1984 en 1989 geen

uitvoervergunning nodig is. Dat is onjuist, en later biedt staatssecretaris Van

Gennip van Economische Zaken hiervoor de Kamer excuses aan. Van Anraat

kan echter nog steeds niet vervolgd worden, nu omdat het misdrijf volgens

minister Donner van Justitie verjaard is. Wel wordt er nog onderzoek gedaan

naar de mogelijke schending van ander recht door Van Anraat.

Oorlogsmisdaden

Terwijl de AIVD en Binnenlandse Zaken Van Anraat als mogelijke bron nog

willen beschermen, begint Justitie eind 2004 een onderzoek.140 De reden

hiervoor zouden uitlatingen van Van Anraat in een interview met het tvprogramma

Netwerk op 6 november 2003 zijn geweest, waarin hij zegt dat hij

onmiddellijk na het zien van de verschrikkingen van Halabja is opgehouden

met zijn thiodiglycol leveranties. In een eerder interview met de GPD,

persbureau voor de regionale dagbladen, deed hij al voor hemzelf belastende

uitspraken. “Ik kreeg een verzoek tot levering van spul waar zij niet aan

konden komen en ik wel [thiodiglycol]. […] Mijn gesprekspartners in Irak

waren van het ministerie van oliezaken. Er was een duidelijke link met de

civiele sector. Pas in de laatste fase, toen er ook een hoge militair van de

Samarra Drug Industry kwam meepraten, begon ik te voelen dat er meer aan

de hand was. Ik zal eerlijk zijn: ik heb toen een innerlijk goedpraatmechanisme

op gang gebracht. Als alle landen dat spul hebben, waarom zou Irak daar dan

geen recht op hebben? Het ging toch ook om zelfverdediging?”141 Van Anraat

doet deze publieke uitspraken, omdat hij bescherming geniet van de AIVD en

hem meerdere malen verzekerd was dat het niet mogelijk was hem nog te

vervolgen. Van Anraat’s advocaat vermoedt dat Van Anraat erin is geluisd.

GPD journalist Alexander Münninghoff kwam namelijk op instigatie van een

tussenpersoon, mogelijk een AIVD liaison, met Van Anraat in contact. Via

Münninghoff komt Netwerk vervolgens met Van Anraat in contact.142

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

41

Justitie houdt hem op 6 december 2004 toch aan, op verdenking van

overtreding van de Wet Oorlogsstrafrecht en medeplichtigheid aan genocide.

Kennelijk vertrouwde Van Anraat het al niet helemaal, want wanneer hij

aangehouden wordt, staat hij op het punt Nederland te ontvluchten met een

pas aangevraagd paspoort, dat hij nog zonder problemen wist te krijgen.

Justitie bereidt de zaak grondig voor. Delen van het geheime FFCD-rapport

worden opgenomen in het strafdossier en er worden tientallen getuigen

gehoord, waaronder slachtoffers van de gifgasaanvallen. De zaak komt voor

het eerst voor de rechter op 21 november 2005.143 Van Anraat geeft toe

chemicaliën geleverd te hebben, maar zegt dat hij niet wist waarvoor ze

gebruikt werden. Die bewering is door zijn eerdere publieke optreden niet vol

te houden. Officier van Justitie Fred Teeven zegt in zijn requisitoir dat Van

Anraat nog tot kort voor zijn arrestatie door de Italiaanse politie, op 17 januari

1989, bezig was te onderhandelen over thiodiglycol. Dat is ruim na de aanval

op Halabja, die plaatsvond in maart 1988.

Op 23 december veroordeelt de rechtbank in Den Haag Van Anraat wegens

medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden144. Volgens de rechtbank wist hij, of

had hij moeten weten, dat de door hem geleverde chemicaliën voor gifgas

gebruikt werden. Ook was het volgens de rechtbank zeker dat chemische

wapens met door Van Anraat geleverde grondstoffen daadwerkelijk ingezet

zijn door Irak. Medeplichtigheid aan genocide acht de rechtbank echter niet

bewezen. Van Anraat wist immers van tevoren niets af van de aanvallen op

Halabja en de Koerdische bevolking. Pas na de aanval op Halabja op 16 maart

1988 besteden de internationale media uitgebreide aandacht aan het lot van de

Koerden in Irak. Er is geen bewijs dat Van Anraat op de hoogte was van de

plannen van de Iraakse regering.

Desondanks wordt hij conform de eis van het Openbaar Ministerie veroordeeld

tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijftien jaar. In de motivering

voor de strafmaat zegt de rechtbank onder meer: “Vast is komen te staan dat

verdachte bewust en uit louter winstbejag een essentiële bijdrage heeft

geleverd aan het chemische wapenprogramma van Irak in de jaren tachtig van

de vorige eeuw. Zijn bijdrage heeft een groot aantal met mosterdgas

uitgevoerde aanvallen op weerloze burgers mogelijk gemaakt, althans

vergemakkelijkt. Deze aanvallen vormen zeer ernstige oorlogsmisdrijven. De

medeplichtige kan zijn medeplichtigheid aan dit soort oorlogsmisdrijven

uiteraard niet wegredeneren door zich erop te beroepen dat het niet zijn

beslissing is geweest chemische aanvallen uit te laten voeren en evenmin door

zich erop te beroepen dat deze misdrijven ook zonder zijn bijdrage zouden

42

hebben plaatsgehad, omdat dan zeker een ander deze bijdrage voor zijn

rekening zou hebben genomen.

De aanvallen hebben de dood van veel mensen veroorzaakt en de talrijke

overlevenden veel leed toegebracht, waaronder het gemis van overleden

kinderen, echtgenoten en familieleden, alsmede zeer ernstige, in veel gevallen

met het verstrijken van de tijd verergerende, gezondheidsklachten. De

overlevenden hebben dit leed nu reeds vele jaren onverminderd moeten

dragen en zullen dit hun hele verdere leven moeten blijven doen […] Van spijt,

inkeer of mededogen van de zijde van verdachte is de rechtbank overigens in

het gehele onderzoek niets gebleken.”

Zowel Van Anraat als het Openbaar Ministerie gaan in hoger beroep.145 Het

Openbaar Ministerie wil toch een veroordeling wegens medeplichtigheid aan

genocide zien. Het zou daarvoor voldoende zijn dat Van Anraat had kunnen

weten dat door zijn handelen genocide werd gepleegd.146 De advocaten van

Van Anraat wilden in het hoger beroep van - de inmiddels geëxecuteerde -

Saddam Hoessein horen of hij de handelaar kende en welke relaties hij

onderhield met leveranciers van grondstoffen voor gifgas.147

De politiek reageert verheugd op de veroordeling. “Als blijkt dat in hoger

beroep blijft staan dat Van Anraat schuldig wordt bevonden aan

medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden, dan is een hoge straf op zijn plaats”,

zegt VVD-Kamerlid Hans Van Baalen. Krista van Velzen van de SP hoopt dat

de veroordeling een vervolg krijgt in meer processen: “Er waren vele bedrijven

en individuen betrokken bij de handel in bestanddelen van

vernietigingswapens.”148 Voorlopig lijkt het er echter op dat Van Anraat, met

betrekking tot Irak, de enige Nederlander blijft waartegen een proces werd

aangespannen. Wel wordt met zijn rechtszaak de deur voor de vervolging en

veroordeling van andere in het buitenland opererende wapenhandelaren open

gezet. Zo wordt in juni 2006 Guus Kouwenhoven tot acht jaar veroordeeld voor

wapensmokkel naar Liberia, de maximale straf die daar op staat.149

Melchemie, KBS en Van Anraat hebben bij elkaar enorme hoeveelheden

grondstoffen voor gifgassen aan Irak geleverd. Volgens een schatting van

voormalig UNSCOM-inspecteur Cees Wolterbeek hebben die drie zo’n 45

procent van de grondstoffen voor Irak’s chemische wapenprogramma

geleverd.150 Van deze wapens zijn duizenden mensen, militairen en burgers,

het slachtoffer geworden. Dit kan met recht een zwarte bladzijde in de

geschiedenis van de Nederlandse (wapen)handel genoemd worden.

De leveringen waren volgens de destijds geldende Nederlandse

exportwetgeving deels legaal en deels illegaal. Door het laat instellen van

43

exportbeperkingen en de beperkte reikwijdte hiervan, liet de Nederlandse

regering bedrijven de mogelijkheid om grondstoffen voor gifgassen naar Irak

uit te voeren. De dubieuze rol die Nederland gespeeld heeft ten aanzien van

het chemische wapenprogramma van Irak staat in schril contrast met de

internationale voortrekkersrol op het gebied van beperkingen op wapenhandel

waarop Nederland zich vaak beroept.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

44

Bijlage 1 –Verdrag Chemische Wapens

In 1997 werd het internationale Verdrag Chemische Wapens dat tot doel had de

verspreiding van chemische wapens en hun productie te verbieden, van kracht.

Verder voorziet het in de vernietiging van bestaande voorraden chemische

wapens. Nederland behoorde tot de eerste groep van ondertekenaars.

Het Chemische wapenverdrag definieert Chemische wapens als volgt:

1. Giftige stoffen en hun voorlopers, die niet zijn bestemd voor doeleinden die

ingevolge het verdrag zijn toegestaan, tenzij het betreft hoeveelheden die

met die doeleinden niet in overeenstemming zijn;

2. Munitie en andere inzetmiddelen, ontworpen om de dood of andere schade

te veroorzaken door de toxische eigenschappen van giftige stoffen, die

kunnen vrijkomen als gevolg van het gebruik van zodanige munitie en

andere inzetmiddelen;

3. Uitrusting ontworpen voor gebruik dat rechtstreeks verband houdt met het

gebruik van munitie en andere inzetmiddelen.”151

Onder giftige stoffen wordt verstaan: “stoffen die door hun fysische of

chemische inwerking op (…) mensen en dieren de dood, tijdelijke

functieaantasting of blijvende schade kunnen veroorzaken”. Voorlopers zijn

“chemische reagentia die zijn betrokken bij (…) de productie van een giftige

stof, (…), waartoe mede behoren hoofdbestanddelen van binaire of

verscheidene bestanddelen bevattende chemische systemen”. Kort gezegd

komt het erop neer dat chemische wapens chemische stoffen zijn, die nietexplosief

zijn en gebruikt worden om mensen buiten gevecht te stellen, te

verwonden of te doden.

Chemische wapens werden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog.

Zowel Duitsland als Frankrijk en de Verenigde Staten zetten onder meer

chloorgas, mosterdgas en fosgeen in.152 Honderdduizenden mensen werden

gedood of gewond, vaak met levenslange schade voor hun gezondheid. Deze

gevolgen leidden ertoe dat in 1925 het Genève Protocol153 werd ondertekend,

dat een universeel verbod op het gebruik van deze wapens instelde. In 1929

werd het verdrag bekrachtigd. Het Genève Protocol zegt niets over de

productie, opslag of verhandeling van chemische wapens. Een verbod daarop

werd pas vastgelegd in het Verdrag Chemische Wapens van 1997. In Den Haag

is de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) gevestigd,

die toezicht houdt op de naleving van dit verdrag154. Verbod of niet, chemische

wapens zijn sinds 1929 regelmatig ingezet (tabel 4).

45

Jaar Land

1936 Italië zet mosterdgas in tegen Ethiopiërs bij de inval in Abessinië

1937-1945 Japan gebruikt chemische wapens in China

1942 - 1945 Zyklon B in de gaskamers van de nazi's

1962 - 1970 Traangas en vier typen ontbladeringsmiddelen, waaronder Agent Orange, door de Verenigde

Staten in Vietnam

1963 - 1967 Egypte gebruikt fosgeen en mosterdgas tegen Jemen

1975-1983 Mogelijk gebruik van Yellow Rain door Sovjetgesteunde troepen in Laos en Cambodja

1979 De Verenigde Staten beschuldigen de Sovjet-Unie van het gebruik van Yellow Rain in

Afghanistan

1982-1988 Irak gebruikt chemische wapens in de oorlog tegen Iran

1987 Libië zet kleine hoeveelheiden mosterdgas in tegen Tsjaadse troepen

1987-1988 Irak gebruikt chemische wapens tegen Koerden in eigen land

2004 November: de Verenigde Staten zetten witte fosfor in bij een aanval op Fallujah (Irak). Ze

worden ervan beschuldigd dat deze inzet ook tegen de burgerbevolking gericht was155

Tabel 4: gebruik van chemische wapens sinds 1929156

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Dubieuze export

Hoewel het sinds 1997 verboden is chemische wapens te bezitten, zijn er nog

zo’n vijftien landen waarvan een sterk vermoeden bestaat dat ze hun

chemische wapenprogramma niet volledig hebben gestopt: Algerije, China,

Cuba, Egypte, Ethiopië, Iran, Israël, Myanmar (Birma), Noord-Korea, Pakistan,

Rusland, Soedan, Syrië, Taiwan en Vietnam157.

Daarnaast zijn er landen die hun chemische wapenprogramma hebben

stopgezet, maar hun voorraden mogelijk nog niet volledig vernietigd hebben.

Het gaat om de volgende landen: Canada, Duitsland, Frankrijk, India, Irak,

Italië, Japan, Joegoslavië, Libië, Groot-Brittannië, Verenigde Staten, Zuid-Afrika

en Zuid-Korea.158

Van bovengenoemde landen hebben Egypte, Irak, Israël, Myanmar,

Noord-Korea en Syrië het verdrag niet geratificeerd, net als acht andere

staten.159

Ook vandaag de dag worden vanuit Nederland veel chemische stoffen

geëxporteerd; een deel daarvan kan gebruikt worden voor het maken van

chemische wapens. Voor dergelijke dual-use stoffen is een

uitvoervergunning160 nodig. In 2005 werden 164 van deze vergunningen

afgegeven, allemaal voor beoogd civiel gebruik. Het is onduidelijk of de

Nederlandse vergunningverleners op de hoogte zijn van het daadwerkelijke

uiteindelijke gebruik van deze stoffen, zeker omdat van controle achteraf

amper of geen sprake is, ook niet voor landen die het Verdrag ondertekend

hebben. Onder de bestemmingen van 2005 bevinden zich landen die mogelijk

in het bezit zijn van chemische wapens, die het Chemische Wapens Verdrag

niet ondertekend hebben, of die bekend staan als doorvoerhavens naar

bestemmingen waaraan Nederland zelf niet zou leveren.

46

De cijfers over 2005 zijn geen uitschieter. Een overzichtje van de afgegeven

vergunningen in de periode 1992-2001161 (zie tabel 6) laat zien dat leveringen

aan landen met een verondersteld chemisch wapenprogramma op weinig

problemen stuiten. Met name Israël en Taiwan zijn grootafnemers, landen die

vrijwel zeker over chemische wapens beschikken of ze aan het ontwikkelen

zijn. Ook Jemen, Kazachstan, Congo-Kinshasa (DRC) en Belarus, met slecht

functionerende exportcontroles, zijn bijvoorbeeld geen landen waaraan zomaar

geleverd zou moeten worden. Ze komen echter wel voor op de lijst van landen

waarvoor uitvoervergunningen voor grondstoffen voor chemische wapens zijn

afgegeven.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Nederland zet het handelsbelang voorop en neemt met het verlenen van

vergunningen voor dubieuze exporten het proliferatiegevaar voor lief. Van een

land dat gastheer is van de Organisation for the Prohibition of Chemical

Weapons (OPCW), de verdragsorganisatie van het Chemische Wapens

Verdrag, zou beter verwacht mogen worden.

land Chemische stoffen waarvoor een

uitvoervergunning afgegeven is

Aantal

vergunningen

Vergunningwaarde

(euro)

Algerije Ammoniumbifluoride

Triëthanolamine

2

1

204.685

32.742

Angola Ammoniumbifluoride 1 18.274

Dominicaanse Republiek Triëthanolamine 1 25.199

Egypte Fosforpentasulfide

Methyldiëthanolamine

2

1

292.018

138.658

Ethiopië Natriumsulfide 1 18.900

Iran Dimethylamine 1 149.760

Israël Dimethylamine

Fosforoxychloride

Methyldiëthanolamine

Triëthanolamine

Waterstoffluoride

1

2

11

1

218.604

399.912

11.034

202.500

38.621

Jordanië Triëthanolamine 2 7.130

Libanon Natriumcyanide 1 5.952

Rusland Fosforpentasulfide

Triëthanolamine

Waterstoffluoride

6

1

1

4.153.560

82

262

Soedan Natriumcyanide

Natriumsulfide

1

2

60.300

152.250

Taiwan Fosforoxychloride

Fosforpentachloride

Fosfortrichloride

21

9

1.938.339

200.091

3.193.001

Verenigde Staten Dimethylmethylfosfonaat

Trimethylfosfiet

Zwaveldichloride

3

1

1

26.013

7.507

25

Totaal 47 10.938.310

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Tabel 5: Afgegeven vergunningen (2005) voor de uitvoer van chemische stoffen, geschikt voor het vervaardigen

van chemische wapens, naar landen die geen partij zijn bij het Chemische Wapens Verdrag en/of verdacht

worden van het bezit van chemische wapens.162

47

Ammoniumbifluoride

Benzilzuur

Dimethylmethylfosfonaat

Dimethylamine

Dimethylfosfiet

Fosforoxychloride

Fosforpentachloride

Fosforpentasulfide

Fosfortrichloride

Kaliumcyanide

Kaliumfluoride

Methylbenzillaat

Methyldiethanolamine

Natriumcyanide

Natriumfluoride

Natriumsulfide

Triethanolamine

Waterstoffluoride

Algerije 6 1 1 1

China 4 1

Dominicaanse

Republiek

1 2

Egypte 1 1 1 1 11

Ethiopië 1 7 1 1

Iran 6 1

Israël 1 31 2 1 3 15 1

Jordanië 1 4 2 1 2 10

Libië 1

Pakistan 2 6

Rusland 4 1 2 1 24 6 4 1 1

Soedan 10

Syrië 2 1 2 1

Taiwan 3 12 7 2 12 12 2 3

Verenigde

Staten

1 5

Vietnam 12

Tabel 6: Verstrekte exportvergunningen (1992-2001) voor de uitvoer van chemische stoffen, geschikt

voor het vervaardigen van chemische wapens, naar landen die geen partij zijn bij het Chemische

Wapens Verdrag en/of verdacht worden van het bezit van chemische wapens.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

48

1 Seth Carus, The genie unleased: Iraq's chemical and biological weapons production, in: The Washington

Institute policy papers, No. 14, the Washington Institute for Near East Policy, 1989; Adel Darwish and Gregory

Alexander, Unholy Babylon: The Secret History of Saddam's War, Victor Gollancz LTD, London, 1991;

Cordesman en McGeorge stellen dat dit programma eind jaren '60 begon nadat Irak het effectieve gebruik van

chemische wapens door Egypte tegen Jemen had gezien. Volgens de Britse regering vond het programma een

aanvang in 1971; Anthony Cordesman, Creating Weapons of Mass Destruction, in: Armed Forces Journal

International 126, February 1989; Harvey J. McGeorge, Iraq's secret Arsenal, in: Chemical and Biological

Warfare, January/February 1991; British Government, Iraq's Weapons of Mass Destruction: The Assessment of

the British Government, 2002

2 Javed Ali, Chemical weapons and the Iran-Iraq war: a case study in noncompliance, in: The

Nonproliferation review, spring 2001

3 Leonard Doyle, Donald Macintyre and Tom Wilkie, Saddam's nerve gas secrets, The Independent, 4

August 1991

4 Paul Rockwell, Who armed Iraq?, San Francisco Chronicle, 2 March 2003; zie verder het vervolg van

deze brochure

5 Een CIA-rapport stelt dat Irak al midden jaren '70 zogenaamde 'riot control agents' inzet tegen

opstandige Koerden. Er bestaat internationaal gezien echter geen overeenstemming over de vraag of zulke

middelen tot chemische wapens gerekend moeten worden; CIA, CW use in Iran-Iraq war, zp, zj, vrijgegeven op 2

juli 1996

6 Gordon M. Burck and Charles C. Flowerree, International Handbook on Chemical Weapons

Proliferation, Greenwoord Press, Westport, 1991

7 Center for Nonproliferation Studies, Iraq: chemical chronology 1980-1989, Monterey Institute of

International Studies, April 2004

8 Gordon M. Burck and Charles C. Flowerree, International Handbook on Chemical Weapons

Proliferation, Greenwoord Press, Westport, 1991; Ibrahim al-Marashi, Saddam's Iraq and weapons of mass

destruction: Iraq as a case study of a Middle Eastern proliferant, in: Middle East Review of International Affairs,

Vol. 8, No. 3, September 2004; Het rapport wordt uitgebracht op 26 maart 1984.

9 Ko Colijn en Paul Rusman, Het Nederlandse wapenexportbeleid 1963-1988, Nijgh & Van Ditmar

Universitair, Den Haag, 1989; zie ook verder in deze brochure; Julian Perry Robinson and Jozef Goldblat,

Chemical warfare in the Iran-Iraq war, SIPRI, May 1984; UN Council set to condemn chemical arms use in Iran-

Iraq war, Associated Press, 30 March 1984

10 Gregory F. Giles, The Islamic Republic of Iran and Nuclear, Biological, and Chemical Weapons, in:

Peter R. Lavoy, Scott D. Sagan, and James J. Wirtz (eds.), Planning The Unthinkable: How New Powers Will

Use Nuclear, Biological, and Chemical Weapons, Cornell University Press, Ithaca, 2000; Andrew Rathmell,

Iran's Weapons of Mass Destruction, Jane's Intelligence Review – Special Report No. 6, June 1995, Anthony

Cordesman, Creating Weapons of Mass Destruction, Armed Forces Journal International 126, February 1989

11 Jean Pascal Zanders, Iranian Use of Chemical Weapons: A Critical Analysis of Past Allegations,

Lecture, Center for Nonproliferation Studies, Monterey Institute of International Studies, Washington, DC, 7

March 2001. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Iran_iraq_war

12 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Irak-Iran, gebruik chemische wapens, codebericht van Van den

Broek aan de Ambassade in Bagdad, 5949, Van den Broek 22, 2 april 1984

13 Bronnen: NTI, Iraq – chemical chronology, 2003; Er zijn vermoedelijk veel meer gevallen van inzet van

chemische wapens door Irak geweest. In september 1984 presenteert Iran in de Geneefse

Ontwapeningsconferentie (Conference on Disarmament) een brochure met een overzicht van 50, meest kleinere,

Iraakse aanvallen met chemische wapens in de periode december 1980-mei 1984. Van deze aanvallen is, met

uitzondering van de hieronder opgesomde lijst, echter geen bevestiging vanuit internationale bronnen voor

handen Ministerie van Buitenlandse Zaken, Gebruik van chemische wapens/Iraanse brochure 'Victims of Iraqi

chemical weapons', memorandum van DIO/NN aan DIO/OV, nr. 155/84, 12 oktober 1984; UN General

Assembly, Letter dated 28 June 1984 from the Permanent Representative of Islamic Republic of Iran to the

United Nations addressed to the Secretary-General, Chemical and bacteriological (biological) weapons,

A/49/333, 29 June 1984

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

14 Barbara Starr, Iraq reveals a startling range of toxin agents, Jane's Defence Weekly, Vol. 24, No. 19, 11

November 1995

15 De tekst van deze resolutie luidt: “Decides that Iraq shall unconditionally accept the destruction,

removal, or rendering harmless, under international supervision, of all chemical and biological weapons and all

stocks of agents and all related subsystems and components and all research, development, support and

manufacturing facilities related thereto.”

16 Zoals al eerder vastgelegd in Veiligheidsraadresolutie 661 uit 1990

17 Security Council, Resolution 715 (1991), 11 October 1991

18 UNSCOM, Chronology of main events, New York, zj

19 Jeffrey Smith, 2 Panels Reject Iraqi Claims on Arms After Hearings in Baghdad, Experts Call Data

Unreliable, Washington Post, 20 February 1998

20 Foreign Report: Transport of Iraqi CW From Sudan Planned, Foreign Report, 5 October 1999

21 William Rivers Pitt and Scott Ritter, War on Iraq: What Team Bush Doesn’t Want You To Know,

Context Books, New York, 2002

22 Ewen MacAskil, Iraqi Nerve Gas 'Could Paralyse Western Cities', The Guardian, 24 May 2000; Gulf

Weapons Proliferation Unstoppable, Middle East Economic Digest, 23 May 2000; Jordanian Weekly: Iraqi

Opposition Movement Seizes 'Chemical Weapon', Claims Responsibility for Attack on MKO Members, Al-

Hadath, 5 June 2000; Christina Lamb, Saddam Stockpiling Deadly Chemical Weapons, Sunday Telegraph, 19

November 2000; U.S. Department of Defense, Office of the Secretary of Defense, Proliferation: Threat and

Response, January 2001; Steven Lee Myers and Eric Schmitt, Iraq Rebuilt Weapons Factories, Officials Say,

New York Times, 22 January 2001; Ian Bruce, Revealed: Saddam's Factory of Death, Iraq Uses Castor Oil By-

Product to Make Biological Weapons, The Herald, 15 February 2001; Georg Mascolo, Big Plans and Shoddy

Businesses, Der Spiegel, 26 February 2001; Roger Boyes, Iraq Builds Chemical Weapons System 'Capable of

Hitting European Cities', The Times, 26 February 2001; Roger Boyes, German Spies Reveal Iraq Planning

Chemical Warfare, Calgary Herald, 26 February 2001; Missiles and Viruses Still Troubling U.N. UNMOVIC

Report, Financial Times, 2 March 2001

23 Trade Minister Denies Iraq Rebuilt Chemical Weapons Plants, BBC, 23 January 2001; Dan Rather

Interview with President Saddam Hussein, 24 February 2003

24 Twelfth quarterly report of the Executive Chairman of the United Nations Monitoring, Verification and

Inspection Commission in accordance with paragraph 12 of Security Council resolution 1284 (1999), UN

document S/2003/232, 28 February 2003

25 Thirteenth quarterly report of the Executive Chairman of the United Nations Monitoring, Verification

and Inspection Commission in accordance with paragraph 12 of Security Council resolution 1284 (1999), UN

document S/2003/580, 30 May 2003

26 James Risen, After the war: Illegal weapons; US asks ex-UN inspector to advise on arms search, New

York Times, 11 June 2003

27 Statement by David Kay on the Interim Progress Report on the activities of the Iraq Survey Group (ISG)

before The House Permanent Select Committee on Intelligence, The House Committee on Appropriations,

Subcommittee on Defense, and The Senate Select Committee on Intelligence, 2 October 2003

28 US Steps Back from WMD Claims, BBC News, 24 January 2004; Admit WMD mistake, survey chief

tells Bush, The Guardian, 3 March 2004

29 Saddam's WMD hidden in Syria, says Iraq survey chief, The Telegraph, 25 January 2004

30 Comprehensive report of the Special Advisor to the DCI on Iraq’s WMD, Central Intelligence Agency,

30 September 2004; Ook het Butler-rapport voor de Britse regering komt tot ongeveer dezelfde conclusie;

Review of Intelligence on Weapons of Mass Destruction, House of Commons document number HC 898, 14 July

2004

31 Deze documenten zijn vrijgegeven op grond van een drietal verzoeken op basis van de Wet

Openbaarheid Bestuur (WOB).

32 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Afdeling Verbindingen, Iran/Irak chemische wapens, Codebericht

van Washington aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Lubbers 264, 7669, 30 maart 1984

33 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Uitvoer voorlopers van chemische wapens naar Irak, Memorandum

nr. 58/84, van DIO/NN aan AMAD via DIO/PZ en DIO, 2 april 1984

34 De namen van bedrijven en personen zijn in de vrijgegeven documenten veelal gewit; waarschijnlijk is

de informatie over deze bedrijven afkomstig uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

35 Kort tevoren was in meer algemene zin al gesproken over de uitvoer van stoffen en specifieke productieapparatuur

voor chemische wapens; in een memorandum binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt

gewaarschuwd: “Zolang er nog geen CW-verdrag is zijn er geen sluitende waarborgen tegen misbruik in het

buitenland van Nederlands onderzoek en van Nederlandse produkten. Het grootste gat vormt de afwezigheid van

een verplichting een vergunning aan te vragen voor de export van voorlopers. Hierdoor kan een Nederlands

bedrijf in beginsel onopgemerkt en langs legale weg een belangrijke bijdrage leveren aan het verwerven van een

CW vermogen door een ander land. Maar ook een CW-verdrag zal geen sluitende waarborgen geven. [...] Een

aantal voorlopers heeft zoveel civiele toepassingen dat een enigszins doeltreffende controle in het kader van een

wereldwijd CW-verdrag niet haalbaar is. [...] Wanneer we willen voorkomen dat landen (met name in de Derde

Wereld) Nederlandse voorlopers gebruiken voor de vervaardiging van chemische wapens dan zullen we, ook

wanneer er een CW-verdrag tot stand komt, aanvullende regels moeten stellen.” Daarvoor wordt de suggestie

gedaan “[...] de bijlage bij het Uitvoerbesluit strategische goederen aan te vullen met bepalingen die vergunning

noodzakelijk maakt bij uitvoer van alle goederen waarvan vermoed kan worden dat ze voor de verwerving van

biologische of chemische wapens gebruikt zullen worden.”; Ministerie van Buitenlandse Zaken, Beperkingen aan

militair gebruik van recombinant-DNA technologie, memorandum van DIO/NN aan DRW/WS via DIO/OV en

DIO, Nummer 40/84, 19 maart 1984; de lijst van 21 stoffen waar het nu om gaat is opgesteld in overleg met een

internationaal erkend deskundige Dr. Ooms, toenmalig directeur van het Prins Maurits Laboratorium van TNO;

later betrokken bij UNSCOM.

36 Zie de bijlage voor een gedetailleerde uitleg van dit begrip

37 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Memorandum nr. 58/84, 2 april 1984

38 Ministerie van Economische Zaken, Onder vergunningstelling van enige chemische producten, nota aan

de Staatssecretaris, BEB/184/850, 3 april 1984

39 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Stopzetting uitvoer CW-voorlopers naar Irak, memorandum van

Dio/NN en DIO/PZ aan M via DIO/VR, JURA, AMAD en S; Nr. 62/84, 5 april 1984

40 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Uitvoer c.q. Doorvoer voorlopers van chemische wapens naar Irak,

memorandum van Dio/NN aan AMAD via DIO/PZ, DIO en DAV/PC, nr. 61/84, 4 april 1984

41 De namen van de producerende bedrijven zijn uit het vrijgegeven document gewit. Het gaat

waarschijnlijk om DSM, AKZO en Shell, zo blijkt uit: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Memorandum nr.

58/84, 2 april 1984

42 Ministerie van Economische Zaken, Chemische wapens, nota aan de Minister van Economische Zaken,

I/BCM/C/45, 6 april 1984

43 Ministerie van Economische Zaken, Maatregel t.a.v. de uitvoer van chemische stoffen bestemd voor de

vervaardiging van chemische strijdmiddelen, Nota aan de Minister van Economische Zaken, BEB/184/854, 6

april 1984

44 Tweede Kamer, Handelingen, 11 april 1984

45 Zo blijkt ook uit een memorandum aan de minister van 5 april: “De enige mogelijkheid voor snelle

maatregelen ligt derhalve in een eenzijdige Nederlandse maatregel die vervolgens in het Europees overleg ter

sprake gebracht kan worden in de hoop dat ook de overige lidstaten tot overeenkomstige maatregelen zullen

willen besluiten. [...] Op grond van het bovenstaande moge ik U adviseren om het gezien het buitengewone

belang van deze zaak en de grote Nederlandse betrokkenheid tot een eenzijdige Nederlandse maatregel te

besluiten.”; Ministerie van Buitenlandse Zaken, Stopzetting uitvoer CW-voorlopers naar Irak, memorandum van

Dio/NN en DIO/PZ aan M via DIO/VR, JURA, AMAD en S; Nr. 62/84, 5 april 1984

46 Ministerie van Economische Zaken, Maatregelen t.a.v. de uitvoer van chemische stoffen bestemd voor

de vervaardiging van chemische strijdmiddelen, nota aan de Staatssecretaris van Economische Zaken,

BEB/184/858, 12 april 1984

47 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Controle op uitvoer van voorlopers van chemische wapens,

memorandum van DIO/NN aan DGPZ via DIO/OV, nr. 67/84, 13 april 1984

48 Staatscourant 18 april 1984: 'Tiende wijziging Uitvoerbesluit strategische goederen 1963'; 13 april

1984; De stoffen die zijn afgevallen zijn sodiumcyanide, dimethylamine, isopropylalcohol en kaliumfluoride

(ook wel potassiumfluoride); Ministerie van Buitenlandse Zaken, memorandum nr. 67/84, 13 april 1984;

Ministerie van Buitenlandse Zaken, Chemische wapens, codebericht aan Brusse; PV EG, 6596, Van den Broek

58, 11 april 1984

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

49 Deze lijst bestond uit: fosforoxychloride, dimethylmethaanfosfonaat, thiodiglycol,

methaanfosfonzuurdichloride en methaanfosfon-zuurdifluoride. De Amerikaanse lijst was bijna identiek, alleen

stond daar kaliumfluoride op in plaats van methaanfosfonzuurdichloride. Ko Colijn en Paul Rusman, Het

Nederlandse wapenexportbeleid 1963-1988, Nijgh & Van Ditmar Universitair, Den Haag, 1989

50 Ministerie van Economische Zaken, Exportcontrole chemische stoffen geschikt voor de vervaardiging

van chemische strijdmiddelen, nota aan de Staatssecretaris van Economische Zaken, BEB/184/996, 25 april 1984

51 Ministerie van Economische Zaken, Uitvoercontroles chemische stoffen geschikt voor vervaardiging

chemische wapens in EG, brief aan de Minister van Buitenlandse Zaken, BEB/DMZ/AIUZ, 184/VI/1571, 7 juli

1984

52 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Uitvoercontrole sleutelvoorlopers chemische wapens, brief aan de

Staatssecretaris van Economische Zaken, DIO/NN-220150, 10 augustus 1984

53 “Nerve gas in the Iran-Iraq war?”, Foreign Report, 30 April 1981

54 Tweede Kamer, Beantwoording Kamervragen over zakelijke contacten van Nederlandse autoriteiten met

het Irak van Saddam Hoessein ten tijde van de oorlog tussen Iran en Irak, 1701, 21 juni 2006

55 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Afdeling Verbindingen, Gebruik chemische wapens in oorlog Iran-

Irak, Verzonden codebericht aan de ambassades in Bagdad en Teheran, 55, 13903, 9 september 1983

56 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Afdeling Verbindingen, Irak-Iran, de slag om Penjwin, Ontvangen

codebericht, afkomstig van de ambassade in Bagdad, 120, 22782, 9 november 1983

57 Ambassade in Teheran, Iran-Irak: chemische wapens, brief aan de Minister van Buitenlandse Zaken,

4761/454, 21 november 1983

58 Argos, VPRO, 21 april 2006

59 Later (voorjaar 1984) worden er ook Iraanse slachtoffers verpleegd in het Academisch Ziekenhuis in

Utrecht; Prins Maurits Laboratorium TNO, onderzoek Iraanse patiënten Utrecht, brief aan het Ministerie van

Buitenlandse Zaken, 84 CR 456, 14 juni 1984

60 Ko Colijn en Paul Rusman, Het Nederlandse wapenexportbeleid 1963-1988, Nijgh & Van Ditmar

Universitair, Den Haag, 1989

61 Nova, Leverden Nederlandse bedrijven gifgassen aan Irak?, NPS/Vara/NOS, 26 april 2005

62 Steven Adolf en Robert van de Roer, Een lastige klant: vijftien jaar Irakees-Nederlandse betrekkingen,

NRC Handelsblad, 15 september 1990

63 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Bezoek Staatssecretaris Bolkestein – politieke factoren, codebericht,

van chef dam, ambassade Bagdad, 22264, Schorer 114, 3 november 1983

64 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Afdeling Verbindingen, Follow-up bezoek stat bolkestein ivm eerste

bijeenkomst gemengde commissie nederland-irak, Ontvangen codebericht, bestemd voor Ministerie van

Economische Zaken, 490, 9 januari 1984

65 Als opgevoerd in: Argos, VPRO, 21 april 2006

66 Frits Bolkestein, Waarom was ik in Bagdad?, Volkskrant, 10 mei 2006

67 Frank Slijper, Chemicaliën inzet voor handel, Volkskrant, 13 mei 2006

68 Tweede Kamer, Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk

der Nederlanden en de Republiek Irak; Bagdad, 31 oktober 1983, Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken

aan de Eerste en de Tweede Kamer, 18 297 (R 1250) – Nr. 1, 9 maart 1984

69 Steven Adolf en Robert van de Roer, Een lastige klant: vijftien jaar Irakees-Nederlandse betrekkingen,

NRC Handelsblad, 15 september 1990

70 Tweede Kamer, Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk

der Nederlanden en de Republiek Irak; Bagdad, 31 oktober 1983, Brief van het lid Beckers-de Bruijn c.s. aan de

Tweede Kamer, 18 297 (R 1250) – Nr. 2, 29 maart 1984

71 Tweede Kamer, Handelingen, 16 april 1985

72 Tweede Kamer, Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk

der Nederlanden en de Republiek Irak; Bagdad, 31 oktober 1983, Verslag Vaste Kamercommisie voor

Buitenlandse Zaken, 18 297 (R 1250) – Nr. 6, 16 november 1984

73 Later blijkt ook dat de belangstelling van Irak in het kader van deze overeenkomst zich wel degelijk

richt op mogelijk oorlogsgerelateerde zaken; in brief van de Iraakse ambassade in Den Haag aan de Universiteit

van Utrecht, verstuurd in april 1986, vraagt deze om een overzicht van bijeenkomsten en conferenties op een

aantal gebieden, waaronder 'chemical', 'laser' en 'atom energy'; Gerard Legebeke, De lange weg naar een boycot –

hoe twee bewindslieden Irak aanprezen, De Tijd, 24 augustus 1990

74 Tweede Kamer, Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen het Koninkrijk

der Nederlanden en de Republiek Irak; Bagdad, 31 oktober 1983, Nota naar aanleiding van het verslag, 18 297

(R 1250) – Nr. 7, 4 maart 1985

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

75 Bolkestein en Van Eekelen hebben het in hun brief overigens nota bene over “mogelijk gebruik van

chemische wapens”, waar dat gebruik al lang vastgesteld is.

76 Tweede Kamer, Handelingen, 16 april 1985

77 Steven Adolf en Robert van de Roer, Een lastige klant: vijftien jaar Irakees-Nederlandse betrekkingen,

NRC Handelsblad, 15 september 1990

78 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Iran-Irak/chemische oorlogsvoering, codebericht van de ambassade

in Teheran, 10080, Bast 115, 23 april 1987

79 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Gebruik chemische wapens in oorlog Irak/Iran, memorandum van

DVP/NN, 23 oktober 1987

80 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Gebruik van chemische wapens in oorlog Irak-Iran, memo

DPV/NN, 7 maart 1988

81 Ministerie van Economische Zaken, Bezoek aan Nederland van de Undersecretary of Trade van Irak, dr.

Kubais S. Abdul Fatah, brief van de Directeur-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen aan het

Ministerie van Buitenlandse Zaken, 188/III/1505, 11 april 1988

82 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Bezoek Dr. Kubais S. Abdul Fatah, Undersecretary Ministry of

Trade, Irak (17 maart 1988), Memorandum no. Nr. 14/88, van Sous-chef DAM aan AMAD, 17 maart 1988

83 Idem

84 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Gebruik chemische wapens door Irak, memorandum van DVP/NN

aan DVL/WO via DAM/MO en DPV, nr. 41/88, 23 maart 1988

85 Federation of American Scientists, UNSCOM and Iraqi chemical weapons, 2 November 1998

86 G.Gordon, M. Burck and Charles C. Flowerree, International Handbook on Chemical Weapons

Proliferation, Greenwood Press, Connecticut, 1991

87 Tony Paterson, Leaked report says German and US firms supplied arms to Saddam, Independent, 18

December 2002

88 Nathaniel Hurd and Glen Rangwala, U.S. diplomatic and commercial relationships with Iraq, 1980 – 2

August 1990, Electronic Iraq, 12 December 2001

89 Bob Woodward, CIA aiding Iraq in Gulf War; target data from U.S. satellites supplied for nearly 2

years, Washington Post, 15 December 1986.

90 Overzicht op basis van de database van Iraq Watch (www.iraqwatch.org), een overzicht van het Center

for Nonproliferation Studies (http://www.nti.org/e_research/profiles/Iraq/Chemical/3884.html) en een in de

Tageszeitung gepubliceerde lijst, die afkomstig zou zijn uit het geheime FFCD-dossier;

http://www.taz.de/pt/2002/12/19/a0080.1/text. Uitgaande van de eerder genoemde 150 bedrijven is deze lijst

verre van volledig.

91 Vlaardings bedrijf bood Irak machines voor gifgasvaten aan, Volkskrant, 26 september 1991

92 Ko Colijn en Paul Rusman, Werd er bij Fontijne alleen metaal vervormd, of ook de waarheid?, Vrij

Nederland, 28 september 1991

93 Het zou gaan om een licentiehouder van het Amerikaanse bedrijf Survival Technology, Inc; er worden

geen verdere bronnen genoemd; http://www.iraqwatch.org/search/view-record.asp?sc=suppliers&id=23

94 Jaap van Wesel, 'BVD werkt onderzoek leveranties Irak tegen', Trouw, 18 december 1992, Parool, VN

laken hulp Nederland, 19 december 1992

95 Tweede Kamer, Beantwoording Kamervragen over een mogelijke betrokkenheid van westerse landen bij

de opbouw van de Iraakse wapenindustrie, 552, 12 mei 1993.

96 De naam van het bedrijf is in de vrijgegeven documenten gewit. Over de op handen zijn de levering was

een medewerker van de Nederlandse ontboden op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken

97 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Mogelijke leverantie chemische stoffen aan Irak, codebericht aan

ambassade in Washington, 412178, Van den Broek 246, 12 juli 1984

98 Henk Schutte, Nederland pikte een graantje mee, Parool, 21 februari 2003

99 BBC Panorama, The secrets of Samarra, 27 October 1986; transcript zoals verzonden door de

Nederlandse Ambassade in Londen aan BuZa, 4 november 1986

100 Nederlandse bedrijven leverden Irak grondstoffen voor chemische wapens, Nieuw Israelitisch

Weekblad, 13 februari 1987

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

101 Levering van grondstof gifgas aan Irak beboet: Melchemie ontdook verbod, NRC Handelsblad, 16

september 1986

102 ANP, CIA tipte Nederland over verboden export naar Irak, Volkskrant, 16 september 1986

103 Rudie van Meurs, Twee Nederlandse bedrijven leverden de grondstof voor mosterdgas aan Irak, Vrij

Nederland, 6 april 1985

104 Dagvaarding St. De Stelling door Höcker Rueb Doeleman advocaten, namens Hans Melchers, 18 april

2006, p.9.; Bedrijf: alleen landbouwgif aan Irakezen geleverd, NRC Handelsblad, 2 maart 1985

105 SEPP, Letter to Melchemie, Ministry of Industry, State Organization for Chemical Industries, ref. 891,

Baghdad, 9 March 1985

106 Levering van grondstof gifgas aan Irak beboet: Melchemie ontdook verbod, NRC Handelsblad, 16

september 1986

107 SEPP, Letter to Melchemie, Ministry of Industry, State Organization for Chemical Industries, ref. 891,

Baghdad, 9 March 1985.

108 Melchemie, Mededeling van Melchemie aan de lezers van Trouw, Trouw, juli 2004

109 Dagvaarding St. De Stelling door Höcker Rueb Doeleman advocaten, namens Hans Melchers, 18 april

2006, p.7.

110 Brief van Herman Doeleman, 4 september 2006, zoals geciteerd in: Arnold Karskens, Geen cent spijt -

De jacht op oorlogsmisdadiger Frans van Anraat, Meulenhoff, 2006

111 Hoewel het als zodanig dus geen offensieve functie vervult, en ook niet opgenomen is in het chemische

wapensverdrag, kan het als desinfecterend middel wel degelijk een rol spelen bij ontwikkeling en productie van

chemische wapens en voor bescherming van eigen troepen bij inzet van gifgassen.

112 Arnold Karskens, De consorten van Van Anraat, Nieuwe Revu, nr. 52, december 2004

113 Dagvaarding St. De Stelling door Höcker Rueb Doeleman advocaten, namens Hans Melchers, 18 april

2006

114 Gebruik chemische strijdmiddelen in conflict Iran-Irak, rapport ambtelijke werkgroep BZ-EZ, bijlage

bij: Ministerie van Economische Zaken, Maatregel t.a.v. de uitvoer van chemische stoffen bestemd voor de

vervaardiging van chemische strijdmiddelen, nota aan de Minister van Economische Zaken, BEB/184/854, 6

april 1984

115 Arnhems bedrijf Melchemie leverde aan Saddam, Volkskrant, 20 september 2003

116 Volkskrant, Arnhems bedrijf Melchemie leverde aan Saddam, 20 september 2003

117 'Full Final and Complete Disclosure' (FFCD)

118 Het FFCD-rapport noemt: in 1982 en 1983 in totaal 550 ton thiodiglycol TDG en mogelijk nog eens 850

ton; tussen 1982 en 1984 150 ton thionylchloride (SOCL2); en tussen 1982 en 1984 600 ton sodium cyanide

(NaCN); Arnold Karskens, Geen cent spijt - De jacht op oorlogsmisdadiger Frans van Anraat, Meulenhoff, 2006

119 Patrick E. Tyler, Both Iraq and Iran Gassed Kurds in War, U.S. Analysis Finds, Washington Post, 3

May 1990; veel deskundigen achten de inzet van chemische wapens door Iran overigens onwaarschijnlijk.

120 BBC Panorama, The secrets of Samarra, 27 October 1986; transcript zoals verzonden door de

Nederlandse Ambassade in Londen aan BuZa, 4 november 1986; Philip Shenon, U.S. Businessman linked to

Iraqi arms purchases, New York Times, 23 January 2003

121 Arnold Karskens, Geen cent spijt - De jacht op oorlogsmisdadiger Frans van Anraat, Meulenhoff, 2006

122 Rudie van Meurs, Twee Nederlandse bedrijven leverden de grondstof voor mosterdgas aan Irak, Vrij

Nederland, 6 april 1985

123 K.R. Timmerman, De Judaskus: de waanzinnige bewapening van de Golfstaten door het Westen, de

hypocrisy en de dramatische gevolgen, Tirion, Baarn, 1991

124 Idem

125 K.R. Timmerman, De Judaskus: de waanzinnige bewapening van de Golfstaten door het Westen, de

hypocrisy en de dramatische gevolgen, Tirion, Baarn, 1991

126 Grondstof voor strijdgas via Nederlands bedrijf naar Irak, Financieel Dagblad, 5 maart 1986;

Nederlandse bedrijven leverden Irak grondstoffen voor chemische wapens, Nieuw Israelitisch Weekblad, 13

februari 1987; In de al eerder aangehaalde NOVA-uitzending worden delen van het FFCD-rapport getoond

waarin ook KBS voorkomt; de stoffen die KBS volgens deze getoonde documenten heeft geleverd komen niet

voor op de lijst van stoffen waarvoor een vergunning nodig is bij uitvoer; Nova, Leverden Nederlandse bedrijven

gifgassen aan Irak?, NPS/Vara/NOS, 26 april 2005

127 Tweede Kamer, Beantwoording Kamervragen over de vervolging van handelaren in chemische wapens

en bestanddelen aan Irak, 1871, 15 juni 2005

128 Tweede Kamer, Beantwoording Kamervragen over de vervolging van handelaren in chemische wapens

en bestanddelen aan Irak, 207, 25 oktober 2005

129 Zie voor een uitgebreide beschrijving van de handel en wandel van Van Anraat: Arnold Karskens, Geen

cent spijt: de jacht op oorlogsmisdadiger Frans van Anraat, Meulenhoff, Amsterdam, 2006

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

130 Reuters, AP, AFP, UPI, Nederlander verdacht van handel in grondstof voor gifgas, Volkskrant, 1

februari 1989

131 Arnold Karskens, De ondergang van Nederlands grootste oorlogsmisdadiger, Nieuwe Revu nr. 51,

december 2004

132 Telegraaf, OM: Alleen Van Anraat leverde gifgas Saddam, 11 juni 2005

133 Scotsman, Genocide charges for 'Saddam's supply man', 7 December 2004; BBC News, Dutchman in

Iraq genocide charges 18 March 2005; Eric Rich, Dutch authorities tracking chemicals used by Iraq: Baltimore

firm part of probe of poison gas, Washington Post, 9 November 2005. Naar verluidt wist Van Anraat overigens te

ontsnappen dankzij een tip van de zoon van de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Vassali, die als

leerling bij de advocaat van Van Anraat werkte; Twee Vandaag, 3 februari 2005.

134 Arnold Karskens, 'Geen cent spijt', Nieuwe Revu, nr. 41, 2004

135 Arnold Karskens, Informant of slachtoffer van de AIVD, Nieuwe Revu, nr. 47, 2005

136 NOS, Van Anraat beschermd door overheid, 17 december 2004; Tweede Kamer, Beantwoording

Kamervragen over mogelijk verblijf op een schuiladres van de heer Van A., 772, 19 januari 2005

137 Arnold Karskens, Informant of slachtoffer van de AIVD, Nieuwe Revu, nr. 47, 2005

138 Tweede Kamer, Beantwoording Kamervragen over mogelijk verblijf op een schuiladres van de heer Van

A., 772, 19 januari 2005

139 Arnold Karskens, 'Geen cent spijt', Nieuwe Revu, nr. 41, 2004

140 Marc van den Eerenbeemt en Weert Schenk, Verdachte handelaar Van Anraat was tevens informant van

AIVD, Volkskrant, 20 december 2004

141 Alexander Münninghoff, Vluchten in wroeging, Haagsche Courant, 10 mei 2003

142 AIVD liet Frans van Anraat vallen, Nova, 1 september 2005

143 Openbaar Ministerie, Requisitoir in de strafzaak tegen Frans Cornelis Adrianus van Anraat, 09/751003-

04, december 2005

144 Rechtbank 's-Gravenhage, Sector Strafrecht, Vonnis in de zaak van de Officier van Justitie tegen Van

Anraat, 09/751003-04, LJN: AU8685, Den Haag, 23 december 2005

145 ANP, OM in hoger beroep tegen Van Anraat, Reformatorisch Dagblad, 6 januari 2006

146 Pieter Vermaas, De zaak Van Anraat: de moedige stoffenverkoper, Opportuun, februari 2006

147 ANP, Van Anraat wil Saddam Hoessein als getuige, 9 oktober 2006

148 ANP, Politieke partijen verheugd over veroordeling, Volkskrant, 23 december 2005

149 Fleuriëtte van de Velde, Kouwenhoven: acht jaar cel voor wapensmokkel, Elsevier, 7 juni 2006

150 Arnold Karskens, Geen cent spijt - De jacht op oorlogsmisdadiger Frans van Anraat, Meulenhoff, 2006

151 Wet van 8 juni 1995, houdende regels betreffende de uitvoering van het Verdrag tot verbod van de

ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de

vernietiging van deze wapens, artikel 1 sub e

152 Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI), The Problem of Chemical and Biological

Warfare, vol. 1, The Rise of CB Weapons, Almqvist and Wiksell, Stockholm, 1971; Seymour M. Hersh,

Chemical and Biological Warfare: America's Hidden Arsenal, Bobbs-Merrill Company, Indianapolis, 1968;

Donald Richter, Chemical Soldiers: British Gas Warfare in World War I, University Press of Kansas,

Lawrenceville, 1992; MAJ(P) Charles E.Heller, Chemical Warfare in World War I: The American Experience,

1917-1918, Leavenworth Papers no. 10, Fort Leavenworth, KS: Combat Studies Institute, U.S. Army Command

and General Staff College, September 1984

153 'Protocol for the Prohibition of the Use in War of Asphyxiating, Poisonous or other Gases, and of

Bacteriological Methods of Warfare'

154 Het Chemische Wapens Verdrag is niet ondertekend door: Angola, Barbados, Egypte, Irak, Libanon,

Noord-Korea, Somalië, Syrië en Taiwan. Wel ondertekend, maar nog niet geratificeerd hebben de Bahamas,

Centraal-Afrikaanse Republiek, de Comoren, Congo-Brazzaville, Dominicaanse Republiek, Guinee-Bissau,

Israël en Myanmar (Birma). De VS hebben het verdrag wel geratificeerd, maar staan geen onaangekondigde

inspecties toe.

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

155 Internationaal wordt er van mening verschild over de vraag of witte fosfor tot de chemische wapens

moet worden gerekend; US Department of State, Did the U.S. use 'illegal' weapons in Fallujah?, 10 November

2005; Dit is ondermeer gebaseerd op een verhaal van een Amerikaanse ex-militair die bij de aanval op Fallujah

betrokken was; U.S. used chemical weapons in Iraq: veteran admits: bodies melted away before us, La

Reppublica, 7 November 2005; Peter Popham, US forces 'used chemical weapons' during assault on city of

Fallujah, The Independent, 8 November 2005; De Verenigde Staten zelf spreekt het gebruik van chemische

wapens in Fallujah tegen; US Department of State, Did the U.S. use 'illegal' weapons in Fallujah?, 10 November

2005; Tom Regan, Did the US military use chemical weapons in Iraq?, Christian Science Monitor, 8 November

2005; Later zou het gebruik van witte fosfor, zij het niet tegen de burgerbevolking, toch toegegeven zijn, in een

publicatie van de Amerikaanse krijgsmacht waarin een aantal mariniers over de inzet ervan schreven; Marine

Corps Gazette, Volume 89; Field Artillery Magazine, March/April 2005; US used white phosphorus in Iraq,

BBC News, 16 november 2005; David Charter, Michael Evans and Richard Beeston, Phosphorus was used for

Fallujah bombs, admits US: US Marines' revelations caused Pentagon's change of heart, The Times, 17

November 2005.

156 Overzicht afkomstig uit: Center for Nonproliferation Studies, Chronology of state use and biological and

chemical weapons control, Monterey Institute of International Studies, October 2001, met een uitgebreid

notenapparaat per geval; http://cns.miis.edu/research/wmdme/libya.htm

157 Bron: Center for Nonproliferation Studies, Chemical and biological weapons, possession and programs

past and present, Monterey Institute of International Studies, 9 April 2002; Anthony Cordesman, The

Proliferation of weapons of mass destruction in the Middle East: the impact on the regional military balance,

Center for Strategic and International Studies, Washington, 25 March 2005; US suspects China developing

biological, chemical weapons, AFP, 15 September 2006; China: chemical and biological weapons,

GlobalSecurity.org, 28 April 2005; er zijn ook berichten dat China voorafgaand aan ondertekening van het

Chemische Wapens Verdrag zijn chemische wapens mogelijk al heeft vernietigd; Chemical Weapons. Just

Checking, The Economist 347, 2 May 1997; Cuba denies developing biological or chemical weapons, AP, 14

September 2006; Por Ike Seamans, No outcry about biological weapons in Cuba, Miami Herald, 9 May 2005;

Jonathan B. Tucker and Paul F. Walker, A long way to go in eliminating chemical weapons, Boston Globe, 1

May 2006; Egypt: chemical weapons program, GlobalSecurity.org, 28 April 2005; Ethiopia special weapons,

GlobalSecurity.org, 28 April 2005; Het is onduidelijk wat de huidige stand van zaken betreffende het chemische

wapenprogramma van Ethiopië is; Iran: chemical weapons, GlobalSecurity.org, 28 April 2005; German

intelligence services see Iran possessing biological, chemical weapons, 20 February 2005; Mark Dankof, Israel,

not Iran, the leading nuclear, biological, and chemical weapons power in the Middle East, Al Jazeerah, 8

September 2006; Israel: Weapons of Mass Destruction, GlobalSecurity.org, 28 April 2005; Myanmar Special

Weapons, GlobalSecurity.org, 28 April 2005; Human rights group says Myanmar likely used chemical weapons

against rebels, AP, 22 April 2005; de huidige status van het programma van Myanmar is onbekend; North Korea:

chemical weapons program, GlobalSecurity.org, 28 April 2005; IISS, North Korea's weapons programmes: a net

assesment, January 2004; FAQ: nuclear nightmare in South Asia, CBC News, 11 July 2006; er zijn weinig

concrete aanwijzingen van een chemisch wapenprogramma in Pakistan; Rusland is met financiële steun van

ondermeer Nederland bezig het chemische wapensarsenaal te ontmantelen; Ministerie van Buitenlandse Zaken, 4

miljoen voor vernietiging chemische wapens, 6 november 2003; Michael Barletta, Chemical Weapons in the

Sudan: Allegations and Evidence, The Nonproliferation Review, Fall 1998; over de status van Soedan met

betrekking tot chemische wapens bestaat internationaal gezien veel onduidelijkheid en onenigheid; Jim Krane,

U.S. Allies also have chemical weapons, AP, 14 April 2003; Vietnam: special weapons, GlobalSecurity.org, 28

April 2005

158 Overzicht overgenomen uit: Center for Nonproliferation Studies, Chemical and biological weapons,

possession and programs past and present, Monterey Institute of International Studies, 9 April 2002, met een

uitgebreid notenapparaat per land; Lybia to give up WMD, BBC News, 20 December 2003.

159 Zie http://www.opcw.org/

160 Uitvoerbesluit Strategische Goederen, 1963

161 Over de jaren 2002 tot en met 2004 zijn helaas geen gegevens beschikbaar.

162 Bron: maandoverzichten uitvoervergunningen voor dual-use goederen, ministerie van Economische

Zaken, 2005

 

Dit is achtergrond informatie

Terug link naar   www.veiligebank.nl 

Publicaties sinds 1 januari 2005

Europese Grondwet: fundament voor de wapenindustrie.Wendela de Vries/Martin

Broek. Uitgave CtW, mei 2005.

Europese Grondwet: defensieagentschap en militair onderzoek. Frank Slijper. Uitgave

CtW, mei 2005.

Europese Grondwet: wapenlobby in Brussel. Frank Slijper. Uitgave CtW, mei 2005.

The emerging EU Military-Industrial Complex. Frank Slijper. Uitgave Transnational

Institute/CtW, mei 2005.

Analyse Nederlandse wapenexportvergunningen 2004. Frank Slijper. Uitgave CtW,

oktober 2005.

The arms industry and the EU Constitution. Wendela de Vries/Martin Broek. Uitgave

European Network Against Arms Trade, januari 2006.

Wapens of ontwikkeling, militaire exportkredieten. Marijn Peperkamp/Martin Broek.

Uitgave CtW, maart 2006.

Onzichtbare handel. Doorvoer van wapens via Nederland. Martin Broek. Uitgave

NOVIB, mei 2006.

Kinderen buiten schot; Nederland, kleine wapens en de gevolgen voor kinderen.

Mark Akkerman/Martin Broek. Uitgave UNICEF, juni 2006.

Nederlandse wapenleveranties aan Chili. Mark Akkerman. Uitgave CtW, oktober

2006.

Analyse Nederlandse wapenexportvergunningen 2005. Frank Slijper en Martin Broe.

Uitgave CtW, december 2006.

Financing misey with public money; European Export Credit Agencies and the

financing of arms trade, ENAAT Research Group, 2007.

Wordt donateur: Wapenhandel is te belangrijk om genegeerd te worden. Wapenhandel is

onlosmakelijk verbonden met onderontwikkeling, schending van mensenrechten en

machtsmisbruik.

Nederland levert wapens aan meer dan 100 landen over de hele wereld. De Campagne

tegen Wapenhandel doet onderzoek naar deze handel en stapt met haar kennis naar

politiek, pers en maatschappelijke organisaties. Op deze manier lukt het ons vaak om de

wapenhandel in te perken. Om hier mee door te kunnen gaan doen we nadrukkelijk een

beroep doen op uw steun.

Wij zijn dan ook zo vrij u een gift te vragen op giro 3767096 (uw gift is aftrekbaar van de

belasting. We zijn graag onafhankelijk en willen niet volledig gebonden zijn aan

projectsubsidies en betaalde opdrachten, omdat dit het moeilijker maakt in te springen op

de actualiteit. Donateurs zijn daarom absoluut onmisbaar. Bij voorbaat onze dank.

Campagne tegen Wapenhandel.

 

Dit was achtergrond informatie

Terug naar   www.veiligebank.nl